Onze website is vernieuwd, geef zelf je evenementen in. Heb je een fout gezien. Mail ons!

Klassiek Centraal

  • Landschappen die herinneringen worden

Landschappen die herinneringen worden

onze nieuwsbrief

Elke donderdag houden we je de hoogte van het laatste nieuws, wedstrijden en concert tips. Schrijf je dus snel in op d enieuwsbrief en mis niets van Klassiek Centraal.

 

Er zijn cd’s die landschappen tonen, en er zijn cd’s die laten horen hoe landschappen zich in een mens nestelen. Isle of Sky: Landscapes of Memory for Cello and Guitar, het vierde album van het Duo Mateaux – celliste Giovanna Buccarella en gitarist Francesco Diodovich – behoort duidelijk tot die tweede categorie. Vier hedendaagse Italiaanse componisten, vier verschillende manieren om twee instrumenten met elkaar te laten spreken, en toch een opmerkelijk coherente rode draad: telkens gaat het over herinnering, over plaatsen die niet zozeer beschreven als wel herbeleefd worden.

Wanneer schoonheid zich niet meteen prijsgeeft

Het album opent met Canti in Penombra van Angelo Gilardino (1941–2022), een van de grote gitaarcomponisten van de twintigste eeuw en niet toevallig ook de leermeester van twee van de andere drie componisten op deze cd. Het is een merkwaardig werk binnen zijn oeuvre – Gilardino schreef zelden voor cello en gitaar, en de reden daarvoor blijkt uiteindelijk biografisch: cello was het enige instrument dat hij ooit naast gitaar systematisch studeerde. Dat verklaart meteen de intimiteit, maar ook de spanning van het stuk: de gitaar blijft schimmig en suggestief, terwijl de cello voortdurend op zoek is naar een zang die – in Gilardino’s eigen woorden – in het halfduister moet blijven.

De eerste beweging is daarbij een weerbarstige kennismaking: de muziek schuurt, zoekt bewust het ongemakkelijke op en maakt zich niet meteen geliefd bij de luisteraar. Pas in de daaropvolgende delen opent het werk zich geleidelijk en krijgt de dialoog tussen cello en gitaar meer warmte en overtuigingskracht. Hoewel Canti in Penombra mij als compositie niet volledig wist te overtuigen, wordt wel duidelijk hoe geslaagd deze ongewone instrumentale combinatie kan zijn: de cello brengt menselijke diepte en adem, terwijl de gitaar voor schaduw, ruimte en transparantie zorgt. Buccarella en Diodovich spelen dat spanningsveld met een bewonderenswaardige terughoudendheid – geen seconde wordt de verleiding om de cello voluit te laten zingen te vroeg beloond, waardoor de uiteindelijke sereniteit van het vierde deel des te sterker werkt.

Rome als klank en herinnering

Kevin Swierkosz-Lenart (°1988), psychiater van beroep en Rome-getrouwe van gemoed, bouwt in Chiese romane een muzikaal portret van de stad waarmee hij diep verbonden is, aan de hand van drie kerken. Waar Canti in Penombra van Gilardino nog een zekere terughoudendheid en gewenning vraagt, neemt Swierkosz-Lenarts muziek de luisteraar vrijwel onmiddellijk mee.

In de eerste beweging, gewijd aan Santa Maria in Trastevere, is het de gitaar die het muzikale verhaal opent en de luisteraar als het ware de ruimte binnenleidt. De cello reageert daarop als een bedachtzame commentator: niet als een solistische tegenstem, maar als een stem die architectuur, geschiedenis en sfeer mee vormgeeft. Het plechtige karakter van de muziek wordt hier bijzonder treffend getroffen; de beweging ontvouwt zich langzaam en sterft uiteindelijk uit alsof de klank zelf oplost in de stilte van de kerk.

Het tweede deel, geïnspireerd door de Grieks-katholieke liturgie van Sant’Athanasius, is zonder twijfel een van de mooiste momenten van deze cd. De cello krijgt hier alle ruimte voor een melodie in Byzantijnse modus die tegelijk oud en tijdloos klinkt. Buccarella speelt deze lange zanglijn met een uitzonderlijke gevoeligheid: warm en intens, maar steeds met een bewonderenswaardige beheersing. De gitaar blijft op de achtergrond als een teruggetrokken partner die subtiel reageert, kleuren toevoegt en de cello omringt zonder ooit de aandacht op te eisen. Juist die verfijnde balans maakt dit deel zo aangrijpend.

Ook het derde deel, gewijd aan Sant’Ivo alla Sapienza, overtuigt onmiddellijk door de gelijkwaardigheid tussen beide instrumenten. Hier krijgen cello en gitaar elk een eigen stem en ontwikkelen ze samen een muzikale dialoog waarin geen van beide overheerst. De helderheid van de structuur, de melodische kracht en de natuurlijke samenwerking tussen Buccarella en Diodovich maken van Chiese romane een van de meest overtuigende werken op deze opname. Het is muziek die niet alleen een plaats oproept, maar ook de ervaring van die plaats: de stilte, de geschiedenis en de menselijke aanwezigheid die erin besloten liggen.

Een landschap zonder toeschouwer

Het titelwerk, Isle of Skye, vormt het hart van deze cd en is tegelijk het meest beeldende onderdeel ervan. Oscar Bellomo (°1980) componeert landschapsmuziek zonder ooit naar letterlijke nabootsing te grijpen – geen imitatie van doedelzakken of golven, maar wat de componist zelf, in navolging van Angelo Gilardino, “observatie zonder waarnemer” noemt. Het gaat hem niet om het weergeven van een plaats, maar om het oproepen van de ervaring van een landschap: de stilte, de beweging en de herinnering die erin besloten liggen.

Dat wordt meteen duidelijk in Prologue. Bellomo opent niet met een uitgesproken melodisch gebaar, maar met een voorzichtige, bijna mysterieuze beweging waarin cello en gitaar elkaar aftasten. Er lijkt iets op de luisteraar te wachten, alsof de reis naar het eiland nog moet beginnen. De beide instrumenten vullen elkaar hier bijzonder mooi aan: de gitaar legt het eerste klanklandschap aan, terwijl de cello daarop reageert met een stem die soms schuurt en daardoor juist spanning toevoegt. Die lichte weerbarstigheid past bij het beeld van een landschap dat zich niet onmiddellijk prijsgeeft.

Van de daaropvolgende delen blijven vooral Lighthouse en Fairy Pools bij. In Lighthouse tekent de gitaar een fijn tapijt van arpeggio’s waarboven de cello korte lichtsignalen laat oplichten als de ronddraaiende lichtstraal van een vuurtoren. De kracht van dit deel ligt in de natuurlijke wisselwerking tussen beide instrumenten: geen solist tegenover begeleider, maar twee stemmen die elkaar voortdurend aanvullen en versterken.

In Fairy Pools laat Bellomo dan weer een lichtere en speelsere kant van zijn muzikale verbeelding horen. Een sprankelende, bijna theatrale dans ontvouwt zich, die Buccarella en Diodovich met hoorbaar plezier spelen. Ritmische impulsen, subtiele kleurwisselingen en een voortdurende dialoog tussen cello en gitaar geven het deel een onweerstaanbare beweeglijkheid. Ook de opnamekwaliteit komt hier optimaal tot haar recht: de heldere, natuurlijke klank zonder overdreven nagalm laat iedere nuance en iedere verschuiving tussen beide instrumenten perfect spreken.

Portree Harbour kon mij daarentegen minder overtuigen. Het deel blijft vooral een sfeerschets en mist voor mij de innerlijke ontwikkeling die de sterkere momenten van de suite zo boeiend maakt. Neist Point herstelt vervolgens de balans en vormt een overtuigende afsluiting: Bellomo laat het landschap hier niet verstillen, maar juist tot leven komen. De muziek beweegt zich vrijer en lichter, waardoor het eiland niet alleen als herinnering maar ook als een levende, bijna tastbare ervaring verschijnt.

Isle of Skye laat daardoor een dubbel gevoel achter. De suite bevat momenten van grote schoonheid en toont overtuigend hoe rijk de combinatie van cello en gitaar kan zijn, maar niet elke sfeerschets bezit dezelfde zeggingskracht. Juist in de sterkste delen bewijst Bellomo zijn bijzondere talent: hij schildert geen landschap, maar laat het bewegen en ademen.

Syracuse, tussen herinnering en hoop

Stefano Vivaldini (°1997) sluit af met de Suite Siracusana, een reeks miniaturen waarin Syracuse niet als een toeristische bestemming wordt voorgesteld, maar als een landschap waarin geschiedenis, mythe en persoonlijke herinnering samenvloeien. Vanaf de eerste klanken van Introduction ontvouwt zich een muzikale wandeling door een stad waarin verschillende tijden naast elkaar bestaan.

De energieke beweging van Danza Iblea, het meer uitgesproken karakter van Vuci di Sciarriata en de verstilde sfeer van Ortigia tonen telkens een ander gezicht van Syracuse: niet als een letterlijk weergegeven plaats, maar als een herinnering die door klank opnieuw tot leven wordt gewekt. Bijzonder treffend is Un Duomo nel tempo, waarin Vivaldini de historische gelaagdheid van Syracuse voelbaar maakt. De muziek lijkt niet zozeer een gebouw te beschrijven, maar de sporen van eeuwen die erin besloten liggen. Steen wordt hier klank, architectuur wordt herinnering.

De Suite Siracusana toont bovendien hoe rijk de combinatie van cello en gitaar kan zijn. Beide instrumenten krijgen een volwaardige stem: de cello brengt warmte, adem en lyrische diepte, terwijl de gitaar met haar transparante kleuren en ritmische verfijning voor lichtheid en perspectief zorgt. Buccarella en Diodovich vinden daarbij precies de juiste balans tussen individuele zeggingskracht en samenspel.

Het slotdeel, Il mare ha il colore della mia speranza, vormt uiteindelijk een stralend eindpunt van deze cd. Met een intelligente verwijzing naar Homerus’ “wijnkleurige zee” opent Vivaldini na de schaduw van Gilardino en de sacrale verstilling van Swierkosz-Lenart een wereld van licht en hoop.

Wanneer herinnering klank wordt

Wat deze cd uiteindelijk drijft, is niet zozeer virtuositeit – hoewel het Duo Mateaux die zeker niet ontbeert – als wel een gedeelde muzikale ethiek: luisteren naar elkaar, ruimte laten en nooit overtuigen met geweld. Giovanna Buccarella en Francesco Diodovich spelen alsof ze precies begrijpen dat deze vier componisten niet vragen om uiterlijk vertoon, maar om aandacht, nuance en een fijn gevoel voor klankkleur.

Juist daarin schuilt de kracht van deze ongebruikelijke combinatie van cello en gitaar. Wat op papier een fragiele bezetting lijkt, blijkt in de praktijk een bijzonder rijk klanklandschap te openen: de warme, menselijke resonantie van de cello en de transparante verfijning van de gitaar vullen elkaar voortdurend aan. De hedendaagse taal van deze vier componisten vraagt soms tijd en geduld – vooral Canti in Penombra van Gilardino geeft zich niet meteen gewonnen – maar wie die eerste drempel overschrijdt, ontdekt een verrassend toegankelijke en kleurrijke wereld.

Niet alle werken troffen mij in dezelfde mate, maar vooral de muziek van Kevin Swierkosz-Lenart en Stefano Vivaldini bracht mij veel luisterplezier en maakte nieuwsgierig naar meer van hun oeuvre. Isle of Sky is daardoor geen cd die men vluchtig opzet, maar een album waarvoor men tijd maakt en waarin men langzaam binnentreedt. Wanneer de laatste noot is weggeëbd, blijft uiteindelijk niet één melodie hangen, maar een sfeer: de indruk ergens geweest te zijn zonder ooit werkelijk gereisd te hebben. Precies daarin schuilt de grootste kracht van deze uitgave: zij maakt van landschappen herinneringen, en van herinneringen muziek.

 

 

Deze CD is te koop via exitmusic. Klik op de knop hierboven om deze aan te kopen en de artiest te steunen. Soms plaatsen we affiliate links op Klassiek Centraal, door via deze links te kopen steunt u ook Klassiek Centraal zonder dat het u extra kost. Maar u steunt wel onze werking.

Details:

Uitgevoerde werken:

  • Angelo Gilardino, Canti in Penombra
  • Kevin Swierkosz-Lenart, Chiese Romane
  • Oscar Bellomo, Isle of Skye
  • Stefano Vivaldini (Suite Siracusana)

Label / Uitgever:

Referentie:

  • C01153

Barcode:

  • 746160919973

Lengte:

  • 56:12'

Datum opnames:

  • 2022

Opname locatie:

  • Sonolab, Bari, Italië

Blijf op de hoogte

Elke donderdag sturen we een nieuwbrief met de meest recente berichten op onze website

– Advertentie –

nlNLdeDEenENfrFR