Giacomo Puccini ziet in Milaan in 1889 het toneelstuk Tosca van Victorien Sardou met de topactrice van het moment, Sarah Bernhardt. De sensationele effecten van Victorien Sardou’s gruweltheater over de Romeinse diva en haar geliefde kunstenaar die in het Rome van omstreeks 1800 het slachtoffer zijn van het autoritaire regime van politiecommissaris Scarpia, fascineren de componist. Hij ziet het stuk nog eens in Firenze en beslist in november 1895 om er een opera op te componeren. De Romeinse omgeving en sfeer lijken hem bovendien een weelde te bieden aan muzikale kansen.
De brutale moord op Pasolini en de schimmige rol van de jonge Giuseppe Pelosi vormen een belangrijke nevenintrige in de enscenering van Tosca door Rafael R. Villalobos. Het is minder vergezocht dan het op het eerste gezicht lijkt, tenminste als het zo consequent en met logische durf uitgewerkt is als deze regisseur het doet. Hij knoopt zijn regie vast aan motieven die in de opera voorkomen: Rome, sadomasochisme, verzet tegen een dominant regime, vrijheid van de kunstenaar. De kunstenaar Pier Paolo Pasolini is als openlijk vertegenwoordiger van de homoscene in 1975 het slachtoffer van homohaat geworden op het strand van Ostia. In de opvatting van de regisseur een even gruwelijke misdaad van sadistisch machtsmisbruik als de wreedheid waaraan Cavaradossi en Tosca ten prooi vallen in het historische Rome.
In elk bedrijf zijn de verwijzingen naar de homowereld dan ook overduidelijk aanwezig. Toch beletten ze meestal niet om de essentie van het veristische, passionele drama van Puccini’s Tosca mee te krijgen. In het eerste bedrijf kan je in de kerk Sant’ Andrea della Valle, waar Cavaradossi het portret van Maria Magdalena schildert en het Te Deum gezongen wordt, niet ontsnappen aan de knaapjes-misdienaars en meteen aan de neigingen van “grensoverschrijdend” gedrag van de koster. Voor het begin van het tweede bedrijf geeft regisseur Rafael R. Villalobos een bijkomende scène in de loge met een lange dialoog tussen Pasolini en zijn vriend, die als een soort manifest van zijn levenshouding als kunstenaar en zachtaardig man kan worden geïnterpreteerd, een fel contrast met het brutale en beangstigende van het tweede bedrijf. Dankzij de acteerkunst van de Scarpia- en Tosca-vertolkers wordt de spanning ijzingwekkend opgevoerd, vooral vanaf Vissi d’arte, vissi d’amore, het moment dus dat Tosca haar beslissing genomen heeft dat Scarpias kus zijn doodskus wordt. In dit bedrijf wordt de gay scene wel eens met te veel gretigheid en te expliciet in beeld gezet, maar het blijft wel tunen met de gekozen visie. Van het derde bedrijf is het slotbeeld van het “sterven” van Tosca zo’n poëtisch beeld, dat het nauwelijks onberoerd kan laten. Ook in die zin blijft het nog trouw aan Pasolini, zeker met het citaat: “ik ben dan wel een ongelovige, maar ik ben een ongelovige die heimwee heeft naar het geloof”. Dit citaat en trouwens ook andere historische feiten worden vaak – ook dat weer zinvol – als soort “tussentekst” tussen de scènes geprojecteerd.
Geslaagd totaalspektakel
Het vrij abstracte decor met een evocatie van kerkbogen beeldt in het eerste bedrijf het interieur van de kerk uit. Het schilderij waaraan Cavaradossi werkt, wordt erin neergelaten en het beeld van de Madonna ontbreekt geenszins. In de palazzozaal van Scarpia worden de bogen ingevuld met naaktportretten. In het derde bedrijf maakt vooral de belichting de onheilspellende leegte nog dreigender. Leah Hawkins speelt haar imago van diva van bij haar optreden in de kerk mooi uit. Haar acteerprestatie is bijzonder overtuigend, haar vocale prestatie iets minder. Bij te veel kracht wordt de stem al eens ontsierd met een lelijke keelklank of vibrato en het fameuze Vissi d’arte had meer nuance mogen hebben. Maar als dramatische sopraan zorgt ze voor een aangrijpende vertolking tot en met het ijzingwekkende slot. Zelfde verhaal bij Lucio Gallo. Als Scarpia is de wreedheid hem op het lijf geschreven, maar de vocale kracht vertoont her en der wat sleet. Stefano La Colla is met zijn stralende tenorstem een overtuigende Cavaradossi, die met ontroerende tonen afscheid neemt van leven en liefde in E lucevan le stelle. Dirigent Jordan de Souza stimuleert het orkest tot finesse en detail om Puccini’s bijzonder rijk gekleurde orkestratie te realiseren, wat van de voorstelling een absoluut indrukwekkend totaalspektakel maakt.












