Opéra Royal de Wallonie zet als laatste opera van het seizoen een van de toppers van het operarepertoire op de scène: Otello van Giuseppe Verdi. Regisseur Alex Aguilera laat er vanaf het beginbeeld geen twijfel over bestaan: Otello is een bedrukkend, somber stuk. We krijgen authentiek aangrijpende Verdi, meeslepend theater tot de slotnoot.
Achter een donkergrijs rastergordijn – dat ook terugkeert als scheiding tussen de bedrijven – vormt een donker paleis met veel trappen en kleine tussenbalkons het decor. Eén smal raam heeft een Moorse versiering. De belichting is superschaars, de kledij bijna uitsluitend zwart. Een ideale context om de tragische intrige te beklemtonen.
Visueel biedt de enscenering slechts twee lichtpunten: de feestelijke begroeting van Desdemona in het eerste bedrijf door het koor en kinderkoor, mooi in helder wit uitgedost, en het witte bruidskleed van Desdemona in het vierde bedrijf, wat tegelijk – als extreem contrast – haar doodsjurk wordt.
Efficiënte regie recht op de catastrofe af
Na het uitbundige vreugdekoor waarmee Otello feestelijk onthaald wordt als overwinnaar op de Saracenen, focust de regisseur onmiddellijk op de misnoegde Jago, die zich gepasseerd voelt voor een hogere functie en stap voor stap zijn wraakplan uitwerkt om Otello in zijn liefde voor Desdemona te treffen. In de bewogen scène tussen Cassio en Montano manifesteert Jago reeds zijn boosaardige aard. Het daaropvolgende liefdesduet tussen Otello en Desdemona besluit het eerste bedrijf en biedt ook zowat het enige lyrische rustpunt in de opera. Vanaf dan stormt de opera als het ware recht op de catastrofe af, zo ervaren we het in deze regie. Elke stap in de intrige krijgt in de voorstelling een efficiënte en duidelijke uitbeelding; er is geen ontsnappen mogelijk. Zo biedt het laten vallen en oprapen van de “zakdoek” – als zeer belangrijk aspect in de manipulatie van Jago – een onontkoombaar beeld. Jammer dat de zo frappante karaktertypering van Jago, zijn Credo in un dio crudel, toch wat ontsierd wordt door een enigszins stom heen en weer gooien van hem door figuranten. We zouden het een detail willen noemen, maar regisseur Allex Aguilera geeft er een betekenis aan: de figuren belichamen het gif dat in Jago aanwezig is. In de confrontatie tussen Otello en Desdemona over Cassio, waarin hij haar zelfs beledigt als courtisane, zet de regisseur de personages zodanig tegenover elkaar dat de spanning opgedreven wordt. Het mechanisme van Jago drijft Otello tot razernij in de passages ‘Ora e per sempre addio’, waarin hij zijn geliefde wantrouwt, en ‘Si per ciel’, waarin hij zweert wraak te nemen. Angstige voorgevoelens doordringen het trieste Salce, salce van Desdemona in het vierde bedrijf en het daaropvolgende Ave Maria. Toch is het even een rustpunt voor de finale tragische ontknoping.











Muzikaal overtuigend
Deze goed uitgekiende en efficiënte regie, gepaard met een aangrijpende muzikale uitvoering, maakt het resultaat des te overtuigender. Het was de eerste keer dat Francesco Lanzilotta dirigeerde in de Opéra de Wallonie en hopelijk keert hij nog terug. Italiaans repertoire heeft hij duidelijk in de vingers. Het orkest volgt hem nauwgezet, zowel in de opzwepende passages als in de dreiging en de melancholie. Treffendste getuige daarvan is misschien het derde bedrijf waar Otello Desdemona beledigt en dan totaal ontwricht zijn verdriet uit in de prachtige aria Dio mi potevi scagliar, een lyrische cantabile melodie, tot de razernij opnieuw de bovenhand haalt. Doorheen de hele partituur haalt Lanzilotta dat soort kleurenrijkdom perfect uit het orkest. Ook het koor verdient alle lof. Luciano Ganci overtuigt als Otello met zeer expressieve zang- en acteerstijl. Zijn stem beheerst ideaal de dramatische inhoud zonder overdrijven. De regie beklemtoont bovendien vooral de persoonlijke tragedie in zijn liefde voor Desdemona, niet zozeer zijn “outcast”-zijn door zijn huidskleur. Dezelfde kwaliteit geldt ook voor zijn kwaadaardige tegenspeler Jago, bariton Roman Burdenko. Vanaf zijn eerste optreden boeit hij als de slechterik en zijn vocale vertolking maakt het geheel superspannend. Maria Teresa Leva zingt een ontroerende Desdemona, die evolueert van overtuigd liefhebbend en zelfbewust naar angstig en naïef-gelovig. Een heldere en genuanceerde sopraan. Ook voor de andere stemmen heeft ORW een uitstekende casting gedaan, waaruit we nog Luca dall’Amico als Ludovico en Julie Bailly als Emilia aanhalen. Laten we tot slot nog de eens te meer zeer verzorgde en prachtige kostuums aanhalen, een pluim voor ontwerpster Françoise Raybaud en het kostuumatelier van ORW.