Ongeveer twee maanden van nu, op 21 augustus, start Laus Polyphoniae 2026: de jaarlijkse hoogmis van de oude muziek in Vlaanderen. Het thema dit jaar is Meerstemmig Europa circa 1600. In drie afleveringen neem ik u mee door het programma, hier en daar met een persoonlijke toets.
Zondag: een rustdag die dat niet helemaal is
Na de overrompelende zaterdag lijkt de zondag zich iets rustiger aan te kondigen, met “slechts” drie concerten op het programma. Dat klinkt bijna als vakantie, al weet de doorgewinterde festivalganger ondertussen beter.
U kan de namiddag beginnen met een film over Lassus, wat eigenlijk een bijzonder goed idee is: even zitten in het zachte rode pluche, even loskomen, en vooral even doen alsof u niet midden in een meerdaagse muzikale uithoudingstest zit.
Maar zelfs op deze meer ingetogen dag duikt er meteen een figuur op die elke vorm van rust relativeert: Gesualdo. Iedereen kent zijn verhaal wel ongeveer, al dan niet in licht geromantiseerde vorm. Zelf heb ik hem vooral leren kennen in mijn kathedraalkoortijd, waar zijn levensverhaal met de nodige dramatiek werd verteld. Sindsdien blijft hij in mijn hoofd bestaan als een soort barokke rockster: briljant, onvoorspelbaar en, laten we eerlijk zijn, niet geheel vrij van duistere kanten.
Die dubbelheid hoor je ook in zijn muziek, die even vaak helder en doorzichtig klinkt als ze plots een onverwachte, bijna letterlijk ontregelende wending neemt. Het is muziek die je meevoert én tegelijk een tikje ongemakkelijk maakt, alsof je niet helemaal zeker bent waar ze naartoe wil — en precies daarin schuilt haar aantrekkingskracht.
De dag wordt afgesloten in de Sint-Andrieskerk met muziek van Claude Le Jeune, gebracht door het Huelgas Ensemble. Dat is zo’n combinatie waarbij men zich eigenlijk geen vragen meer stelt, maar gewoon gaat zitten en luistert, in het vertrouwen dat het goed, zeer goed zal zijn.
Maandag: een weekdag zoals geen andere
Waar maandag doorgaans staat voor een aarzelende herstart van de werkweek, lijkt Laus Polyphoniae daar een geheel eigen invulling aan te geven. Ook vandaag staan er drie concerten gepland, en wordt het tempo moeiteloos (of medogenloos) aangehouden.
De dag begint met een programma van Transport Public, een naam die u best met enige zorg googelt, tenzij u toevallig interesse heeft in dienstregelingen en tramnetwerken. Het ensemble brengt muziek van Richard Dering, een componist met een sterke Antwerpse link. Wat meteen doet denken aan een tijd waarin Antwerpen en zijn kathedraal het centrum van de Europ
ese muziekwereld vormden, waar componisten en stijlen elkaar ontmoetten — een idee dat vandaag niet altijd even voor de hand ligt.
’s Avonds neemt Paul O’Dette het over, en dat is zonder overdrijven een van de grote namen in de wereld van de oude muziek. Met zijn luit opent hij een klankuniversum dat tegelijk intiem en indrukwekkend is, en ditmaal brengt hij muziek uit Centraal-Europa, een regio die in dit repertoire en voor het grote publiek toch vaak wat onderbelicht blijft.
De dag eindigt met het ensemble Comet Musicke en een programma rond madrigalen. Bovendien krijgt u hier opnieuw de kans om instrumenten zoals de (bas)serpent of slangfagot te horen, wat op zich al een kleine belevenis is, al was het maar omdat het instrument er visueel bijna even intrigerend uitziet als het klinkt.
Dinsdag: het ritme zit erin
Tegen dinsdag heeft u vermoedelijk uw festivalritme gevonden, wat wil zeggen dat u zich zonder al te veel nadenken van concert naar concert begeeft en het uur van de dag nog slechts een relatieve betekenis heeft.
Het Officium Ensemble brengt Portugese polyfonie, en dat is meteen een mooie gelegenheid om een vaak gehoorde misvatting recht te zetten. Omdat Portugal en Spanje geografisch zo nauw verbonden zijn, wordt hun muzikale traditie al eens op één hoop gegooid, maar wie aandachtig luistert, hoort al snel dat de Portugese polyfonie een eigen klankkleur en gevoeligheid heeft die haar duidelijk onderscheidt van haar Spaanse tegenhanger.
In Sint-Augustinus volgt een bijzonder programma dat zich situeert in het prinsbisdom Luik rond 1600. Het ensemble InAlto brengt muziek die zich ergens tussen Franse en Duitse invloeden bevindt, wat resulteert in een verrassend en eclectisch geheel dat perfect de culturele kruispunten van die tijd weerspiegelt.
Eerder op de dag, eveneens in de Augustinuskerk, zorgt Près de votre oreille voor een meer intieme ervaring. Hun naam, letterlijk “dicht bij uw oor”, blijkt geen loze belofte, want hun manier van musiceren creëert een nabijheid die u zelden zo direct ervaart in een concertzaal.
Woensdag: halfweg en nog steeds verrast
Woensdag 26 augustus brengt ons halverwege het festival, een moment waarop enige vermoeidheid zich voorzichtig zou kunnen aandienen, ware het niet dat het programma opnieuw voldoende prikkels biedt om de aandacht scherp te houden.
’s Avonds treedt Ensemble Irini aan, een groep die zich toelegt op a-capellamuziek en daarbij moeiteloos verschillende tijdsperiodes met elkaar verbindt. Hun programma combineert werk van Giovanni Gabrieli, een van mijn persoonlijke favorieten en een componist die een brug vormt naar de barok, met Byzantijnse muziek. Op papier lijkt dat misschien een onverwachte combinatie, maar wie ooit in de San Marco in Venetië heeft gestaan, voelt intuïtief dat deze werelden dichter bij elkaar liggen dan je op het eerste gezicht zou vermoeden.
Overdag biedt een lezing van historicus Hans Mulder een welkome aanvulling, omdat ze context geeft bij de wereld waarin deze muziek ontstond. Hoe leefden mensen rond 1600, wat dreef hen, en welke ideeën vormden hun blik op de wereld? Het zijn vragen die de muziek die we deze week horen alleen maar rijker maken.
En dan is er nog Dowland, gebracht door Scherzi Musicali, die ons meeneemt naar een meer introspectieve, haast melancholische sfeer. Zijn muziek heeft die bijzondere eigenschap dat ze tegelijk eenvoudig en diepgaand is, toegankelijk zonder ooit banaal te worden. Ik geef eerlijk toe dat ik zijn werk zelf meer dan eens heb gebruikt in een educatieve context — wat doorgaans betekent dat het zowel dankbaar materiaal is als enigszins onverwoestbaar — maar ik twijfel er niet aan dat het hier in een uitvoering van uitzonderlijke kwaliteit zal klinken.
Nog drie mooie dagen te gaan. Komt u mee?
Wordt vervolgd!
Klik hier voor alle info en tickets





