In 1951 schonk koningin Elisabeth haar naam aan de wedstrijd die elk jaar de wereld van de klassieke muziek in rep en roer zet. De voorbije Koningin Elisabethwedstrijd Cello stond in het teken van drie verjaardagen: 75 jaar koningin Elisabethwedstrijd en het is 150 jaar geleden dat zowel de koningin als de cellist Pablo Casals – 1876 – werden geboren. Als eerbetoon aan de band tussen Casals en de koningin krijgt de winnaar, Ettore Pagano, voor vier jaar de cello van Casals in bruikleen, een Goffriller, gebouwd rond 1710 in Venetië.
Melomane
Elisabeth von Wittelsbach had al van bij haar huwelijk met de latere koning Albert in 1900 vele contacten met musici en ging heel vaak naar concerten. Nooit had ons land een dergelijke gepassioneerde melomane als koningin. In de beginjaren was haar vioolmentor Eugène Ysaӱe, de wereldberoemde violist die een revolutie in het vioolspel teweegbracht.
Na het vroegtijdige overlijden van haar gemaal koning Albert in 1934 werd ze koningin-moeder en kreeg ze meer vrijheid om haar muzikale passie nog meer uit te leven. Ze speelde zelf viool en had regelmatig contacten met de grootste violisten van de twintigste eeuw. Enesco, Menuhin, Oistrakh, Milstein en ook jongere vioolgoden kenden de koningin als een ware vriendin, die ze zonder protocol konden benaderen.
Prades
Behalve de viool waren er natuurlijk andere musici. Pablo Casals (1876-1973) nam hierin een bijzondere plaats. Al van in haar eerste jaren in Brussel leerde hij haar kennen. Elisabeth ging naar zijn concerten, hij werd uitgenodigd op het paleis. Na de Spaanse burgeroorlog en de overwinning van Franco, ging Casals in vrijwillige ballingschap in het Frans-Catalaanse stadje Prades, waar hij in de jaren vijftig en zestig een groot festival organiseerde. Hij weigerde trouwens heel zijn verdere leven te spelen in landen die het Francoregime erkenden.
Op het grote muziekfestival in Prades was de koningin ook altijd uitgenodigd. In 1954, 1956 en 1961 kon ze op de uitnodiging ingaan. Niet enkele dagen, maar telkens bleef ze twee weken bij haar boezemvriend Casals. Repetities en concerten bijwonen, zelf musiceren en ook lange wandelingen met de maestro. Telkens maakte ze twee weken vrij voor Prades in haar drukke agenda, dat wil wat zeggen. Ze ging ook naar Casals’ festival in Puerto Rico in 1962 en verbleef in 1961 meerdere weken samen met Casals op een festival georganiseerd door pianist Rudolph Serkin in Vermont.
Vrede
In de jaren 1950 en ‘60 bezocht de koningin meermaals communistische landen als Polen, Joegoslavië, de Sovjet-Unie zelf het China van Mao. Vaak was ze uitgenodigd om grote muziekwedstrijden bij te wonen, de Chopinwedstrijd in Warschau en de Tschaikovskywedstrijd in Moskou. Ze kwam telkens tevreden terug. Ze liet zich ook gewillig ompraten en sprak bij terugkomst haar lof uit over het socialistische maatschappijmodel. “Het zijn toch vooral de Sovjets die de vrede in de wereld nastreven, nietwaar?” Ook in de lange brieven naar een andere beroemde vriend, Albert Schweitzer, staat het te lezen. Elisabeths eigenzinnigheid en haar reizen naar het Oostblok zorgden voor politieke en diplomatiek ophef, zeker nadat ze in 1962 de 1mei-stoet op het Rode Plein had aanschouwd, broederlijk naast Sovjetleider Chroesjtsjov. De conservatieve pers schreef over de kapsones van rode oma, enkel in de Rode Vaan was er unanieme lof.
In elk geval was ze ervan overtuigd dat muziek de wereldvrede kan bevorderen. Precies zo was het gesteld met Pablo Casals. Na de Tweede Wereldoorlog begon hij aan zijn kruistocht voor wereldvrede en menselijke waardigheid, tot zijn dood in 1973. Volgens hem zou toenadering en ontspanning tijdens de Koude Oorlog kunnen worden bevorderd door tegelijkertijd in tientallen wereldsteden de finale van de Negende van Beethoven te spelen. Hij stelde het project bij de Verenigde Naties voor als teken van verbroedering en reactie tegen de atoomdreiging.
Casals reisde bovendien de wereld rond met zijn eigen oratorium El Pessebre (De Kribbe). Het verklankt de vrede, zuiverheid en de hoop gesymboliseerd door het kind in de kribbe. Het werd een tiental keer uitgevoerd, ook in de grote zaal van de Verenigde Naties in New York in 1963. De vierennegentigjarige Casals kreeg in 1971 de VN-vredesmedaille voor zijn levenslange inzet voor wereldvrede en mensenrechten.
Vogels
Als componist en dirigent is Casals ook bekend van het arrangement voor orkest van het Catalaanse lied “El Cant dels Ocells”, het lied van de vogels, dat hij ontelbare keren heeft gedirigeerd. Het rondvliegen, het gefluit en getjilp van vogels stond voor hem synoniem voor vrijheid en vrede. Het is op sommige YouTube filmpjes te zien, hoe hij luid en enthousiast “Peace, peace!” roept wanneer hij over de vliegende vogels spreekt.
Hij was dan ook in volle bewondering voor het vogelproject van Elisabeth. Begin jaren vijftig liet ze maar liefst 250 grammofoonplaten uitbrengen met het gefluit van tientallen vogelsoorten in het park van Laken, opgenomen door een professionele klankploeg van de BBC. Dat was meer dan een gril van een verwaande koningin. Het is gegroeid vanuit de overtuiging dat niet alleen muziek maar ook vogelzang een echo van een betere, vredige wereld is, een echo van een wereld zonder oorlog.
Een compilatie van de vogelzang werd naar allerlei instanties gestuurd, naar politici, naar ambassades, naar bevriende musici. Elisabeth stond erop dat het in scholen in het hele land werd verspreid, met een begeleidende boodschap van de koningin. “Ik draag dit werk op aan alle kinderen en nodig hen vriendelijk uit onze broeders de vogels te beluisteren”. Pablo Casals liet de vogels van de koningin ook aan zijn leerlingen horen. Dan waren zijn gedachten bij de koningin, samen wandelend tussen de vogels in het Park van Laken.
Omdat ze elkaar zo vaak ontmoet hebben en vele uren gepalaverd, is de correspondentie tussen Casals en de koningin niet zo omvangrijk als van andere hartsvrienden die lange tijd in het verre buitenland verbleven, zoals Einstein in Princeton of Schweitzer in Lambarene. De band tussen Casals en Elisabeth moet zeer hecht zijn geweest, een band gesmeed door de muziek, door de vredeswil en door de bewondering voor de vogels!
Dit artikel is gebaseerd op mijn boek Koningin Elisabeth. Over pacifisme, pantheïsme en de passie voor muziek, Gent 1995.





