In dit derde deel van hun serie “Schubert 200” vieren Samuel Hasselhorn en Ammiel Bushakevitz de nieuwe vitaliteit van de componist. Na de lichte zomer van 1825 staat het jaar 1826 voor vernieuwing en een verbazingwekkende artistieke dynamiek. Afwisselend tussen melancholie en sereen vertrouwen bezingen deze liederen de hoop op een bestaan voorbij de onzekerheden van het leven.





