Tja, was het wel juist van, in dit geval DeSingel, om in het lang en het breed uit te pakken met de celliste Anastasia Kobekina in plaats van met de dirigent Martijn Dendievel? De eerste reden om met Dendievel uit te pakken: zijn allerhoogste artistieke aanpak. De tweede reden: hij is een landgenoot en die mogen we een beentje voor geven toch?
Wat er ook van zij, dat hij nu of de celliste Anastasie Kobekina de lokvogel van de affiche was, het was een programma dat Klassiek Centraal in elk geval naar DeSingel lokte. Vol moed en kracht bewogen twee recensenten zich door veel te koude wind en hagel – maart en zijn buien – naar de Antwerpse kunstentempel om er in de namiddag te gaan genieten van Brahms, Haydn, Sassier en Mendelssohn. De affiche beloofde op zich al de warmte te geven die het weer ons ontzegde met de ontbrekende zon.
Het Symfonieorkest Vlaanderen opende met de Variaties op een thema van Joseph Haydn door Johannes Brahms (1833- 1897). Een rijk geschakeerd werk dat een mooie opener is voor een namiddag die je het slechte weer doet vergeten en je meteen beter doet voelen. Martijn Dendievel toont meteen dat hij met de knepen van het dirigentenvak zodanig vertrouwd is dat je het vak vergeet en enkel nog meedrijft op de muzikale volzinnen.
Anastasia Kobekina komt het podium bijna opgestormd als een laat puberende popzangeres die zo meteen gaat staan kwelen. Dat doet ze niet want ze heeft haar cello in de hand. Baarvoets steelt ze meteen de show, een speciaal kinderlijk aandoend pak dragend. Waarvoor dit nodig is mag Joost weten, het is geen show van een of ander populistisch gedoe, neen, het is wel het Concerto voor cello en orkest nr 1 in C, HobVIIb:1 van die algoede Joseph Haydn (1732-1809) waar je verlangend naar uitkijkt.
Wat krijgen we te horen? Precies dat wat we op het podium zien. Een rocky griet die zich niets aantrekt van het orkest en de dirigent en er op los zwiert met haar strijkstok, veel te grof, kreunend, zo snel als mogelijk – onze wereldkampioen tijdrijden Remco Evenepoel kan er niet tegen op. Helaas pindakaas, om in taal te omschrijven hoe onmuzikaal die wildebras wel is, je kan de Muziek op de buik schrijven. Show en show en niks anders dan show. Wat jammer voor de dirigent en het orkest die veel beter verdienen, die respect verdienen, die samenspel verdienen, maar neen. Wie bepaalt welke solist er het podium komt sieren met kunstjes en niet met muziek? Daar ga ik nu eens nooit meer naar luisteren.
Na de pauze werd het nog even de oren kwellen met een nieuwe en tegelijk al overjaarse avant-gardistische compositie onder de hoop verwekkende titel Mendelssohn Variatie (SOV Composers’ Academy) van de componist Adrien Sassier. We hebben het nu toch echt wel gehad met dat experimenteel gedoe dat al lang aftands is. Mendelssohn geweld aandoen, dat doe je zoals met dit werk. Foei en schrap het a.u.b. definitief van de programma’s.
Gelukkig, sloot het concert af op de meest grandioze, memorabele wijze. De dirigent en het orkest konden zich niet beter bewijzen dan in de Symfonie nr. 5 in D, opus 107 ‘Reformatie’ van de ook weer té jong overleden Felix Mendelssohn-Bartholdy (1809-1847). Een kanjer van een werk, zalige melodieën, groots orkestraal zonder bombastisch te zijn, evenwichtig, puur, gezond. Kijk, Sassier kon hier wat van leren, maar begreep het hoegenaamd niet. Martijn Dendievel bewees zich opnieuw als een van de grootste dirigenten van het ogenblik. Wat een interpretatie toch! Alle kleuren, alle fraseringen, alle accenten, adempauzes, brede lijnen en noem maar op wat kan om dit werk zijn rijkdom mee te beschrijven, alles was aanwezig en werd benadrukt zoals alleen een zeer groot ziener als dirigent dat kan. Dendievel is zo een zeldzaam dirigent die zeer goed beseft wat hij doet, waar hij mee bezig is, welk werk hij in goede banen – geen wegen met putten – leiden moet. Het was niet alleen een verademing naar de zich van niets of niemand iets aantrekkende showgriet en de verstarde, hippieachtige mislukte Mendelssohnvariaties van Sassier, het was dermate dat de negatievere ervaring net als het vieze weer buiten, naar de vergeetput werden gemusiceerd. Wat een orkest, wat een dirigent. Daar mogen we niet, maar daar moeten we fier op zijn!





