Onze website is vernieuwd, geef zelf je evenementen in. Heb je een fout gezien. Mail ons!

Klassiek Centraal

Had Mozart ADHD en was Wagner bipolair? Componisten en hun ziekten vertelt meer

Feiten en meningen ontwarren over wat ziektes hebben aangericht bij componeren van hun muziek. Dat is de opdracht die de auteurs zich stellen: mythes ontkrachten en zoeken naar waarheden. Het boek barst van de muziekanalyses van musicoloog Yves Knockaert en van medische bulletins. Die laatste komen van Frieda Matthys, em. prof. dr. psychiatrie en psychologie VUB. Neem nu Beethoven. Wat gebeurt er als zijn vermogen afneemt om te luisteren naar wat hij schrijft?

Daar gaat het in het eerste hoofdstuk over. Het is meteen een schot in de roos: hoe ging Beethoven om met zijn doofheid? De auteurs bundelen de hen bekende feiten en meningen over componisten die in hun carrière moeten afrekenen met ziektes die hun beroep méér dan dwarsbomen. Moet de luisteraar zich zorgen maken over die mentale en fysieke gezondheid? Kan je iets zien of horen in dat oeuvre van Beethoven, én in zijn gedrag, van hoe hij omgaat met die toenemende doofheid? Is er verzet tegen dat noodlot, wil hij de held zijn die ertegen vecht? Later pas komt er bij hem aanvaarding, hij stopt als solist en componeert minder voor piano. “Maar hoe slaagt iemand erin om complexe composities te schrijven zonder ze auditief te kunnen toetsen?” Het blijft een onbeantwoorde vraag. Zijn laatste werken? Zuiver hersenwerk zeggen sommigen, al té cerebraal. Beethoven zelf: “Ben ik niet altijd een ziek persoon geweest? “We leren dat nog een aantal andere bekende (Gabriel Fauré, Ralph Vaughan Williams) en minder bekende componisten met doofheid te kampen hadden.

Maar er zijn natuurlijk nog andere kwalen die de levensweg van componisten kunnen kruisen. En je leest dit boek natuurlijk graag om meer te weten over die paar grote namen die er mee te maken kregen zonder dat je het al wist. Neem nu het afnemend gezichtsvermogen van Bach en Handel: staar ofte cataract. Allebei op het einde van hun leven geopereerd door dezelfde rondreizende kwakzalvende “oogchirurg” John Taylor en toch allebei blind gestorven. Nog een grote naam neemt een groot deel in van het hoofdstuk dat gaat over syfilis: Franz Schubert. Hij loopt in 1823 die ziekte op maar blijft “onmenselijk vlijtig” want, schrijft hij zelf, “pijn scherpt het verstand en sterkt de geest”. En in die pijn ontstonden nog een pak sombere meesterwerken: zijn Der Tod und das Mädchen, zijn Winterreise, zijn negende symfonie, zijn laatste pianosonates. Toch blijkt zijn plotse doodsoorzaak een buiktyfus, wegens een salmonellabacterie. Andere syfilislijders waren o.a. Niccolò Paganini, wellicht vergiftigd door de toenmalige kwikbehandeling voor syfilis, Gaetano Donizetti, die niettegenstaande die ziekte toch 65 opera’s kon schrijven, ook die waanzinscène van Lucia di Lammermoor…

Elk hoofdstukje begint overigens met een heldere uiteenzetting over al die ziektes waaraan componisten geleden hebben. Zo ook over tuberculose, die tot begin 20e eeuw in Europa verantwoordelijk was voor 25% van de sterfgevallen. Je denkt natuurlijk aan Chopin. Last van zijn luchtwegen had hij van jongs af aan maar de wetenschap durft ook nu nog niet zijn sterven aan tuberculose wijten. Een blijvend zwakke gezondheid, dat wel. Neerslachtig vaak, bijna altijd verkouden en hoestend, maar hij bleef productief. George Sand over zijn composities: “het was de meest pijnlijke arbeid waar ik ooit getuige van was”. Purcell, Pergolesi, Boccherini, Carl Maria von Weber en Szymanowski zijn dan weer écht aan tuberculose gestorven.

Het is toch een beetje triest om die opsomming van aandoeningen te lezen. Maar anderzijds laat het ons beseffen dat het artiestenleven niet altijd peis en vree is en dwingt het ook respect af voor hun doorzettingsvermogen. Mahler had, met zijn hartziekte, altijd een stappenteller (!) op zak! Knockaert analyseert scherp hoe Mahler omging met het woord “hart” telkens hij daarop stuitte bv. bij het toonzetten van Das Lied von der Erde. Bellini schreef zijn Casta Diva in helse pijnen van zijn niet aflatende darmziekte. Lili Boulanger, ook darmziek, schreef het lied Dans l’immense tristesse in 1916. Twee jaar later overlijdt ze.

Er zijn er ook die gewoon oud worden en dementeren, papa Haydn bv. Ook Ravel had neurologische problemen, onderging een hersenoperatie maar dat liep fataal af. Was het bij Sjostakovitsj té veel wodka en sigaretten? Longkanker alleszins maar misschien op ‘t eind ook ALS? Alcohol en andere roesmiddelen zien we bij “café pianist” Satie en ook Sibelius “Kan ik het zuipen opgeven? Het blijft een vrome wens”. Toch werd hij 91. Knockaert: “De rij componisten die (te) veel alcohol dronken, is eindeloos”. De auteurs hebben het ook nog over stemmingsstoornissen. Wie heeft ze niet? Alvast wél Schumann. Was Wagner bipolair en had Mozart ADHD?

Maar niettegenstaande de vele onzekere medische bulletins van toen verhinderen al die aandoeningen niet noodzakelijk de pracht en de productiviteit van hun composities. Het boek bevat dus niet enkel treurnis, het is integendeel een plezier om die vele anekdotische gegevens te lezen over componisten en hun tijd. En ook omwille van de vele soms uitgebreide analyses die Knockaert schrijft over hoe en wat ze componeren tijdens hun ziekte. En dat alles gelardeerd met toenmalige en hedendaagse medische inzichten die coauteur Frieda Matthys ons meegeeft. Het hele boek is eigenlijk een ode aan de werk- en veerkracht van die vele componisten die wellicht een ander leven hadden geleefd mochten ze behandeld zijn met de kennis van de huidige medische wetenschap. Ziek en zuchtig, componisten: het blijft een taai ras.

ISBN 978 94 6371 595 9

Details:

Titel:

  • Had Mozart ADHD en was Wagner bipolair? Componisten en hun ziekten vertelt meer

Wie:

  • Auteurs Yves Knockaert en Frieda Matthys

Blijf op de hoogte

Elke donderdag sturen we een nieuwbrief met de meest recente berichten op onze website

– advertentie –

nlNLdeDEenENfrFR