Opera Ballet Vlaanderen kende een regelrechte triomf met Nabucco van Giuseppe Verdi. Van parterre tot de uil ging de zaal uit het dak voor deze voorstelling in regie van Christiane Jatahy. Absoluut terecht. De productie ademt als het ware zowel de politieke afkeer van Verdi voor onderdrukking, als zijn gevoel voor oprechte vaderliefde en verachting van machtsgeilheid.
Geen negentiende-eeuws componist slaagt er beter in dan Giuseppe Verdi om politiek-maatschappelijke aspecten onontwarbaar te verbinden met persoonlijke conflicten. In het verhaal van Nabucco staat de onderdrukking van de Joden door de Babylonische overheerser centraal. Door de combinatie met een liefdesverhaal wordt de politieke tegenstelling nog scherper gesteld: de geliefden Ismaele – Hebreeër – en Fenena – Babylonische en dochter van de vorst Nabucco – behoren tot de vijandige kampen. Hun liefde wordt bovendien gedwarsboomd door de jaloezie van Abigaille, een slavin die zich uitgeeft voor een andere dochter van Nabucco en aanspraak maakt op de macht. Stof genoeg dus voor een stuk waarin de politieke en persoonlijke aspecten tot een spannend verhaal verweven kunnen worden en waarbij Verdi’s psychologische aanpak van volk en individu in deze vroege opera tot een eerste muzikaal hoogtepunt komt.
Va pensiero
We kunnen nauwelijks de betekenis van het koorfragment Va pensiero overschatten. Verdi componeerde Nabucco in een bui van enthousiasme, na een periode van depressiviteit. De tekst van dit koorfragment gaf hem letterlijk vleugels om door te gaan met componeren. Het betekent de bevrijding uit zijn depressiviteit die hem belette creatief te zijn. Tegelijk past het in zijn risorgimento engagement, de bevrijding van het onderdrukte Italië van de Oostenrijkse bezetter. Meteen is duidelijk dat het koor in deze opera eigenlijk het belangrijkste personage is. Regisseuse Christiane Jatahy heeft dat perfect begrepen. Op een unieke manier plaatst ze het koor tussen de toeschouwers in de zaal. De verrassing is groot als bij het eerste koorfragment – onmiddellijk na de ouverture – de koorleden plots van op de zetels in de zaal opstaan en zingen. Het is niet alleen verrassend maar het grijpt meteen bij de keel. De toon voor de voorstelling is gezet! Ook bij de latere koorfragmenten is het koor geregeld in de zaal geplaatst, en laten we er maar meteen aan toevoegen dat het koor grandioos is.
Hedendaagse regie met spiegeleffect
Wat maakt de hedendaagse aanpak van deze regie zo sterk in vergelijking met zo veel andere “actualiserende” regies? Christiane Jatahy blijft dicht bij de geest van de componist. Geen geforceerde verwijzingen naar regimes of periodes, geen vlaggen of wimpels. Centraal staat de tragiek van het onderdrukte volk en de tragiek van vader en dochter. Soberheid die Verdi’s muziek alle kans geeft om krachtig te werken.
De regie is gekenmerkt door een aantal specifieke technische effecten. Er wordt op de volledige scène van de opera gespeeld tot in de coulissen. Een decor ontbreekt, op een waterpartij na in het midden van de scène. Het opspattende water werkt parallel met de grenzeloosheid van emoties. Opvallende rekwisieten zijn verder een reusachtig gouden sierkleed, dat diverse functies krijgt bij voorbeeld de omhulling waarmee Abigaille haar ingebeelde koninklijke status toont en een Oosters uitziend witte kanten kleed, dat omhult van top tot teen en waarin Fenena als bruid verschijnt en in zijn vermenigvuldiging een effect van irrealiteit en magie krijgt. In haar toelichting in het programmaboek, geeft de regisseuse er een functie van gevangenschap aan.
Een reusachtige spiegel overheerst de scène. Hij reflecteert zowel de zaal (inclusief af en toe de toeschouwers) als de mimiek van de personages. Het gebruik van camera’s is in deze productie niet storend omdat de close ups de psychologische effecten accentueren: de autoriteit van de hogepriester Zaccaria, de vertwijfeling en de waanzin van Nabucco, de jaloezie en de razernij van Abigaille, de angst en de tederheid van Fenena.
Muzikaal engagement
Ook muzikaal getuigt de voorstelling van een diep respect voor Giuseppe Verdi. De jonge dirigent Gaetano Lo Coco getuigt van diep aanvoelen van Verdi’s libretto. Met groot engagement bezielt hij niet alleen orkest maar ook de solisten en vooral het koor. Hij accentueert de talrijke motieven die Verdi aan solo-instrumenten toekent en laat heerlijke passages horen van klarinet, fluit en piccolo, trombones en trompetten. De slotpassage, die in deze productie een kleine instrumentale toevoeging en een herhaling van het Va pensiero-koor bevat dirigeert hij naar de zaal toe. Een hoogtepunt en kippenvelmoment van de voorstelling.
Bij de solisten hoorden we een indrukwekkende basstem van Vittorio de Campo als de hogepriester Zaccaria, die met autoriteit en toch betrokkenheid zijn rol vertolkte. Daniel Luis de Vicente zong met veel gevoel en flexibele bariton zijn rol als treurige vader en in zijn vertwijfeling tot waanzin gedrevene. Ewa Vesin had een donkere mezzo als Abigaille die dreigend en somber kon klinken, maar een kelige hoogte had, en in de dramatische momenten (en die zijn er nogal wat!) tot een lelijk vocaal effect resulteerde. Matteo Roma zette een gevoelige tenor in als Ismaele. De Vlaamse Lotte Verstaen was een aandoenlijke Fenena met heldere en waar nodig ook fragiele sopraanstem. Mooi!
Een knappe voorstelling, die mooi beantwoordde aan het doel van de regisseur: communiceren met het huidige publiek.










