Voorafgaand aan zijn concert in het Koreaans Cultureel Centrum in Brussel op donderdag 22 januari, waar hij het celloconcerto van Anton Kraft zal uitvoeren, hadden we een intrigerend gesprek met de Zuid-Koreaanse cellist Yoonsoo Yeo.
De ontdekking van een innerlijke taal
De cello klinkt voor Yoonsoo Yeo als een stem. Niet toevallig: al op jonge leeftijd werd hij geraakt door de manier waarop het instrument emoties kan uitdrukken die zich aan woorden onttrekken. Opgegroeid met opnames van Yo-Yo Ma en Pablo Casals voelde hij intuïtief dat muziek meer is dan vorm of klank alleen. “Zelfs als kind had ik het gevoel dat muziek rechtstreeks tot de innerlijke ervaring spreekt,” vertelt hij. Niet de fysieke nabijheid van het instrument of de puur esthetische schoonheid waren doorslaggevend, maar het idee dat expressie een eigen, autonome taal kan zijn.
Die gedachte bleef hem begeleiden toen hij op achtjarige leeftijd begon te spelen. Jarenlang bleef de cello een bron van plezier, zonder druk of ambitie. Pas toen hij elf was en na een concert door een docente werd aangesproken op zijn uitzonderlijk talent, begon iets te kantelen. Een jaar van intensere studie en onverwachte concourszeges volgde. “Toen dacht ik: misschien is dit mijn weg.” Toch was die weg verre van vanzelfsprekend. Yeo kampt met gehoorverlies aan één oor, een beperking die hem meermaals aan het twijfelen bracht. Wat hem deed volhouden, was de ervaring dat zijn spel anderen kon raken. “Mensen gelukkig zien worden door muziek gaf me de kracht om door te gaan.”
Een identiteit tussen continenten
Geboren in Nieuw-Zeeland, verhuisde Yoonsoo Yeo op negenjarige leeftijd naar Zuid-Korea om er muziek te studeren. De overgang was ingrijpend. Niet alleen de taal – met haar fijnmazige onderscheid tussen formele en informele registers – bleek een uitdaging, ook de cultuur voelde strenger, meer gestructureerd. Waar Nieuw-Zeeland ruimte bood voor vrijheid en verbeelding, leerde Korea hem focus, discipline en prestatiedrang. “Achteraf gezien,” zegt hij, “heb ik in Nieuw-Zeeland mijn flexibiliteit ontwikkeld, en in Korea geleerd hoe ik die ten volle kan inzetten.”
Later volgden studies in de Verenigde Staten – onder meer aan het Curtis Institute of Music – en vandaag zet hij zijn opleiding voort in Europa. Elk continent liet sporen na. “Mijn muzikale identiteit is niet door één land gevormd, maar door de combinatie van al die ervaringen.” Het verklaart misschien waarom zijn spel moeilijk in één esthetisch kader te vatten is: het is geworteld, maar niet begrensd.
Die culturele gelaagdheid beïnvloedt ook hoe Yeo publiekscultuur ervaart. In Oost-Azië merkt hij een grote emotionele intensiteit bij luisteraars, maar ook een zekere afstand tot klassieke muziek als dagelijkse praktijk. In Japan is klassieke muziek volgens hem diep verankerd in het maatschappelijke leven en opvallend toegankelijk. In Zuid-Korea daarentegen wordt ze vaker beleefd als een genre voor toegewijde liefhebbers. In België en breder in Europa voelt muziek voor hem natuurlijker verweven met het dagelijkse leven: een concertbezoek is er geen uitzondering, maar een vanzelfsprekend onderdeel van de cultuur. Die organische relatie tussen musici en publiek creëert volgens Yeo meer vrijheid en ruimte voor artistieke experimenten.
Competitie als zelfonderzoek
Al op jonge leeftijd kreeg Yeo internationale erkenning via wedstrijden. Toch ervoer hij succes niet als bevrijdend. Integendeel: het voedde een innerlijke drang om verwachtingen waar te maken. “Ik deed wedstrijden niet voor de prijzen, maar om te begrijpen waar ik stond en wie ik kon worden.” Groei, niet resultaat, was de maatstaf. Die houding is hij nooit kwijtgeraakt.
In een competitieve muziekwereld probeert Yeo zijn artistieke stem te beschermen door zich niet te meten met anderen, maar door aandachtig te luisteren. “Iedereen heeft zijn eigen manier van schitteren.” Voor hem betekent authenticiteit: weten wat je sterktes zijn, eerlijk zijn over je tekortkomingen en daaraan werken zonder je eigenheid te verliezen.
Leren luisteren
De verschillen tussen zijn opleidingen in Zuid-Korea en de Verenigde Staten waren fundamenteel. In Zuid-Korea lag de nadruk op het verwerven van technische middelen en stilistische idealen. Curtis daarentegen stimuleerde kritische reflectie en interpretatieve vrijheid. “Men vroeg niet naar het juiste antwoord, maar naar de mogelijkheden.” Die verschuiving leerde hem luisteren – naar de muziek, maar ook naar zichzelf.
Mentoren als Peter Wiley en Carter Brey speelden daarin een sleutelrol. Wiley koppelde creatieve vrijheid aan dagelijkse discipline: Bach, toonladders, études. Brey leerde hem hoe context alles verandert, hoe intonatie, klank en strijktechniek verschillen tussen solospel, kamermuziek en orkest. Eén advies bleef hangen: techniek mag nooit een obstakel worden voor expressie. “Betrouwbare techniek is uiteindelijk wat vrijheid mogelijk maakt.”
De Muziekkapel als laboratorium
Sinds september 2023 is Yoonsoo Yeo Artiest in residentie aan de Muziekkapel Koningin Elisabeth. De afgelegen ligging, midden in het bos, creëert een zeldzame concentratie. “Hier kan ik oefenen zoals ik het echt nodig heb.” Meer nog dan de oefentijd zijn het de vele speelkansen en de holistische benadering die hem vormen. “De Muziekkapel neemt verantwoordelijkheid voor de mens achter de muzikant.”
Onder begeleiding van Gary Hoffman en Jeroen Reuling ontwikkelde Yeo iets wat hij eerder miste: het vermogen tot zelfdiagnose. “Ik zie nu niet alleen wat ontbreekt, maar ook waarop ik kan bouwen.” Die helderheid gaf hem een steviger artistiek zelfvertrouwen.
De internationale gemeenschap aan de Muziekkapel werkt als een spiegel. “Ik leer enorm veel door te luisteren naar anderen.” De diversiteit aan klanken, achtergronden en benaderingen werkt verruimend, soms overweldigend, maar altijd stimulerend.
Yeo beschouwt deze fase expliciet als een beslissende periode in zijn leven. Op 24-jarige leeftijd ervaart hij de jaren tot zijn dertigste als een ‘gouden tijd’, waarin hij zijn grenzen wil aftasten en verleggen. Vooral op het vlak van klank, intonatiesystemen en technische verfijning voelt hij dat er nog onbekend terrein ligt. Niet uit ongeduld, maar uit nieuwsgierigheid wil hij ontdekken hoe ver hij kan gaan. Die open houding ziet hij als een essentieel onderdeel van artistieke rijping.
Repertoire als spiegel van de ziel
Yeo’s repertoirekeuze is breed en contextgevoelig. Soms zoekt hij spanning, soms rust. “Het hangt af van de ruimte, het publiek, en ook van mijn eigen innerlijke toestand.” Zijn omgang met de partituur is even genuanceerd. Bij componisten als Beethoven is de tekst het fundament; bij Haydn of Piazzolla laat hij meer ruimte voor spontaniteit, gevoed door historische kennis en persoonlijk instinct.
Vanavond speelt hij het Celloconcerto in D van Anton Kraft met het Orchestre Royal de Chambre de Wallonie. Het werk, verwant aan Haydn maar uitgesprokener virtuoos, vraagt volgens hem geen heroïsche strijd, maar elegantie en vertrouwen. “De uitdaging is om verfijning te tonen zonder de moeite te laten horen.”
Hoewel hij het concerto niet als een gevecht ervaart, zijn de technische eisen reëel. Vooral in het derde deel confronteren complexe arpeggiopassages hem telkens opnieuw met uiterste concentratie en flexibiliteit. Toch beschouwt hij ook die momenten niet als iets dat ‘overwonnen’ moet worden, maar als onderdeel van het grotere muzikale gebaar.
Instrument als gesprekspartner
Yeo speelt op een Carl Becker-cello uit 1934. Niet het objectieve timbre, maar de compatibiliteit met zijn innerlijke klankvoorstelling was doorslaggevend. “Een instrument moet resoneren met wie je bent.” Wanneer die resonantie er is, opent zich een bredere wereld van expressieve mogelijkheden. “Dan ontstaat er een dialoog, en ontdek ik soms richtingen die ik vooraf niet had voorzien.”
Over twijfel, imperfectie en betekenis
Een interpretatie is voor Yeo nooit af. Elke uitvoering is voorlopig, onderhevig aan tijd en ervaring. Perfectionisme blijft een drijfveer, maar hij weet dat echte perfectie niet bestaat. Soms vraagt muziek om rust, om afstand. “Zoals voedsel moet rijpen, zo doet muziek dat ook.”
Twijfel is een vaste metgezel. Hij onderzoekt, test alternatieven, laat vragen open. Pas op het podium laat hij die twijfel los. “Daar vertrouw ik op mijn proces. Dat is het enige wat ik niet in vraag stel.”
Die twijfel is niet alleen existentieel, maar ook methodisch. Yeo test voortdurend verschillende interpretatieve mogelijkheden en laat sommige vragen bewust open tot vlak voor het optreden. Juist dat proces voedt zijn vertrouwen: eenmaal spelend kiest hij ervoor de twijfel los te laten en zich volledig toe te vertrouwen aan het werk dat eraan voorafging.
Wat hij het publiek toewenst, is geen eenduidige emotie, maar iets dat blijft hangen: een vraag, een ongemak, een moment van reflectie. “Muziek mag ook schuren.” De meest betekenisvolle concerten zijn die welke verder leven in de luisteraar.
Blik vooruit
Yoonsoo Yeo denkt niet in termen van carrière, maar van noodzakelijke ontmoetingen. Op korte termijn wil hij blijven groeien, op langere termijn hoopt hij dat zijn muziek – niet zijn naam – herinnerd wordt. Een bescheiden droom is een integrale uitvoering van Beethovens cellosonates en variaties: een levensreis in klank.
Die persoonlijke visie plaatst hij binnen een bredere reflectie over de toekomst van klassieke muziek. Volgens Yeo hoeft traditie geen tegenpool van vernieuwing te zijn. Hij pleit voor aandacht voor hedendaagse componisten en voor manieren om klassieke muziek opnieuw te verbinden met het heden, zonder haar diepte en waardigheid te verliezen. Voor jonge musici ziet hij daarin een dubbele verantwoordelijkheid: het erfgoed met integriteit doorgeven én bruggen slaan naar nieuwe vormen van betekenis.
Voor jonge musici heeft hij een eenvoudig maar veeleisend advies: wees geduldig, vergelijk minder, luister meer. Falen hoort erbij. “Zolang fouten je nieuwsgierigheid en moed niet wegnemen, zijn ze een van de eerlijkste leermeesters.”
Naast Casals en Yo-Yo Ma noemt Yeo ook Julian Steckel als een figuur die zijn verbeelding sterk heeft beïnvloed. Niet als model om te kopiëren, maar als bewijs van hoe ver het instrument kan worden gedreven. Wat hij van zijn voorbeelden bewaart, zijn geen kant-en-klare antwoorden, maar waarden: toewijding, moed en een open verbeelding.
En misschien vat één gedachte alles samen: muziek gaat niet over perfectie, maar over eerlijke communicatie. In dat spanningsveld tussen discipline en oprechtheid zoekt Yoonsoo Yeo zijn stem – en laat hij de cello spreken.



