Onze website is vernieuwd, geef zelf je evenementen in. Heb je een fout gezien. Mail ons!

Klassiek Centraal

Ode aan de altviool: Antoine Tamestit in De Bijloke

Op 15 januari waren het Antwerp Symphony Orchestra onder leiding van Jonathan Bloxham en als solist de wereldberoemde Franse altviolist Antoine Tamestit te gast in De Bijloke in Gent. Een gevarieerd programma met werken van Ida Moberg, Jozef Haydn, Bohuslav Martinů en Antonin Dvořák. Licht, water, aarde en vuur.

Ze openen met Sunrise uit een orkestsuite van de Finse romantische componiste Ida Moberg. Licht uit het hoge Noorden, zelden gespeeld, een stralende prelude van een vrouwelijke componist. Haydns negenendertigste symfonie heeft “tempesta di mare” als titel, storm op zee. In mineur toonaard g is het een van zijn eerste werken onder invloed van de Sturm und Drang-beweging van de tweede helft van de achttiende eeuw. Het Antwerp Symphony speelt prachtig accuraat, maar bij kleinere orkesten klinkt het vaak vinniger, stringenter, met een betere balans tussen strijkers en blazers. Het water moet als het ware in je gezicht spatten tijdens de storm, met een sloep op de ruwe zee. Met tien eerste violen lijkt het wel een stoomschip waar de storm weinig vat op heeft.

Magistrale altviool

Minder courant dan viool of cello, met minder repertoire, heeft de altviool zich de laatste decennia vrijgevochten en een volwaardige plaats veroverd tussen andere solo-instrumenten. Antoine Tamestit prijkt op de affiche met zijn altviool voor zijn hoofd. Ook Radio Klara besteed gedurende de week veel aandacht aan Tamestit met enkele klassiekers uit het altvioolrepertorium. Vooral in de eerste helft van de twintigste eeuw besteden beroemde componisten zoals Bártok of Hindemith meer aandacht aan de altviool.

Eén van de meest intrigerende werken voor altviool en orkest is het Rapsodie concerto van de Tsjechische componist Bohuslav Martinů. Minder bekend dan zijn landgenoot Leoš Janáček, wordt hij zelden gespeeld. Martinů’s muzikale taal is heel persoonlijk en heel bijzonder. Al na enkele noten hoor je dat het Martinů is. Grillig, tegendraads, doordrongen met syncopen, vaak frenetiek, meeslepend, dan weer aangrijpend lyrisch, niet strikt tonaal en ook niet atonaal. Ik vind het vaak overdonderende, aardse muziek. Sinds ik een dertigtal jaar geleden Martinů ontdekte, heeft hij een speciale plaats in mijn luisterleven. Zeker dit werk van vanavond, het magistrale Rapsodie concert voor altviool en orkest.

Populierenhout

Op zijn website vertelt Antoine Tamestit over zijn instrument, zowaar een Stradivarius uit 1672 van de Zwitserse Habisreutinger stichting. Al vijftien jaar heeft hij ze in bruikleen, een grote eer. Stradivarius bouwde honderden violen en celli, maar slechts een dozijn altviolen. Tamestit speelt bovendien op de eerste altviool die Stradivarius bouwde. Het klinkt cliché, maar wat een rijkdom en finesse, wat een klankprojectie! De rug of het achterblad, vertelt Tamestit, is trouwens niet van esdoorn, zoals bij violen, maar van populier, zoals bij celli. Dat resoneert beter, je hoort het tot de achterste stoelen van de concertzaal.

Vele luisteraars houden van viool omwille van de zangerige hoge toon. Ook de altviool kan lyrisch in de hoogte klinken, maar op altviool kan je iets wat op een viool nauwelijks kan. Een altviool kan je doen grollen en grommen in de diepte. De altviool combineert de rijkdom van de viool en de cello.

Slavisch vuur

Na de pauze is er de zevende symfonie van Dvořák. Zijn bekendste symfonie is ongetwijfeld de Negende, de Nieuwe wereld symfonie. Soms wordt beweerd dat de Zevende de beste is van de beroemdste Tsjechische componist. Hoor je er de weemoed in van iemand die zijn vaderland heeft verlaten, toch voel je de vurige Slavische ziel. Je hoort ook de symfonische constructie die hij bij Brahms zo bewonderde. Bij Beethoven en Brahms waan je je in een ideale wereld van energie en hoop, bij Dvořák hoor ik altijd de natuur, het Boheemse woud. Het Antwerp Symphony Orchestra levert een knappe prestatie, alhoewel het in de Bijloke concertzaal vaak schort aan akoestiek, waardoor de koperblazers niet altijd goed doorklinken. Het klinkt soms wat diffuus, het zou misschien helpen mochten de blazers achteraan iets hoger zitten.

Aan Dvořáks Zevende is een leuke anekdote verbonden. Tijdens de eerste tournee van het Israel Philharmonic Orchestra in 1961 met dirigent Zubin Mehta gingen in het derde deel de lichten uit. Wat gebeurde er? Iedereen speelde gewoon en Mehta dirigeerde verder in het donker … Wanneer de lichten terug aangingen, klonk een daverend applaus. Misschien een tip voor de technici van De Bijloke?

Details:

Titel:

  • Ode aan de altviool: Antoine Tamestit in De Bijloke

Wie:

  • Antwerp Symphony Orchestra, a ltviolist Antoine Tamestit, dirigent Jonathan Bloxham

Waar:

  • De Bijloke, Gent

Wanneer:

  • 15 januari 2026

Blijf op de hoogte

Elke donderdag sturen we een nieuwbrief met de meest recente berichten op onze website

– advertentie –

nlNLdeDEenENfrFR