Soms heb je het geluk om aanwezig te mogen zijn bij een buitengewone gebeurtenis. Jeanne d’Arc au bûcher van Arthur Honegger en Paul Claudel in de regie van Romeo Casellucci is er zo een.

Uitvoeringen van Honeggers dramatische oratorium zijn schaars door de enorme bezetting: je hebt er niet alleen een uitgebreid orkest voor nodig waarin saxofoons, een ondes martenot en klavieren een opvallende rol spelen, maar ook een groot koor, een kinderkoor, twee spreekstemmen en vijf solisten. Meestal wordt het werk dan ook in een concertante versie uitgevoerd, op zich al een hele onderneming.

De Munt trakteert het publiek nu echter op een inmiddels al drie maal bekroonde enscenering door Romeo Castellucci, een van de vooraanstaande regisseurs van onze tijd. Een uitgelezen kans om dit aangrijpende werk in een magistrale uitvoering te mogen bijwonen.

Natuurlijk, waar Castellucci is, is schandaal nooit ver weg. Ook bij Jeanne d’Arc is dat het geval. Hij zoekt nu eenmaal de grenzen van het theatrale op en gaat er soms ook overheen. Hij is een provocateur die met plezier tegen heilige huisjes schopt. Maar is dat uitdagende nu niet juist een kenmerk van een genie? En zeg nu zelf: wat schuilt er voor kwaad in het naakt opvoeren van Jeanne d’Arc als transgender? Een vrouw in mannenkleren of naakt, is dat een ontering van de maagd van Orléans zoals de bekrompen Federation Pro Europa Christiana ons wil doen geloven? Getuigt het niet van een gezonde artistieke visie om Jeanne d’Arc nu eindelijk eens te ontdoen van de ballast van eeuwen en haar te reduceren tot wat zij is: een naakte mens?

Martelares, heilige, strijdster tegen het onrecht enzvoorts, Jeanne d’Arc is het symbool geweest van alles en nog wat. Castellucci doet Jeanne recht door haar te ‘ontmythologiseren’. En hij vindt daarbij Honegger en Claudel aan zijn zijde.

Want die zagen in het verhaal van de jonge vrouw die in de Honderdjarige Oorlog een beslissende rol speelde in de vereniging van Frankrijk zeker geen heiligenleven maar een allegorie van hun eigen tijd.

Nu, na ruim tachtig jaar mag men stellen dat deze thematiek nog net zo actueel is als toen. En ook dat deze allegorie nog steeds niet door iedereen begrepen wordt, getuige de 10.349 handtekening die bovengenoemde reactionaire Christelijke organisatie wist te verzamelen. Tevergeefs, de show must go on.

Want tijdloos is het thema van het individu dat vermorzeld wordt door de raderen van de geestelijke en religieuze macht. Tijdloos is het thema van de bloeddorstige menigte die zich laat ophitsen door haar leiders. Tijdloos ten slotte is het thema van populisme. Men kan zich er ook nu nog moeiteloos mee identificeren.

Het idee voor het werk kwam van Ida Rubinstein, danseres, actrice en vooral mecenas van steenrijke Russische afkomst. Haar invloed op het culturele leven van haar tijd was groot. Onder andere Debussy, Stravinsky en Ravel, droegen werk aan haar op. Zij was het die Honegger en Claudel tot een samenwerking wist te brengen met als klinkend resultaat een dramatisch oratorium naar het leven van Jeanne d’Arc. De wereld première vond plaats in Basel in 1938. Een jaar later vond de Franse première plaats in Orléans.

Wie meer wil weten over de ontstaansgeschiedenis van dit werk, verwijs ik graag naar de recensie van Lucrèce Maeckelbergh van de onlangs uitgekomen cd van Jeanne d’Arc door het Koninklijk Concertgebouworkest.

Castellucci’s aanpak is revolutionair. Hij zet de toeschouwer meteen op het verkeerde been door de handeling te verplaatsen naar een uiterst realistisch weergegeven klaslokaal. Symbool voor de plek waar men geïndoctrineerd wordt met leugens en halve waarheden.

De bel gaat, de meisjes in uniform verlaten de klas onder toezicht van hun leerkracht. Een schoonmaker komt binnen met zijn dweilkarretje en gooit in een aanval van woede de hele inboedel de gang op, sluit zich op…

Pas dan – we zijn zo’n tien minuten verder – zet het orkest in met een duistere, onheilspellende proloog en ontvouwt zich het drama. Het is uit dit ‘verkeerde’ lichaam van de schoonmaker op deze ‘verkeerde’ plek, een schoolklas, dat Jeanne opduikt. Eerst in mannenkleren als concierge-Jeanne, maar uiteindelijk getransformeerd tot naakte, kwetsbare, maar ook krachtige vrouw. Jeanne d’Arc ontdaan van alle symbolen en mythes. Het levert adembenemende beelden op.

Het verhaal vertelt hoe Jeanne in afwachting van de voltrekking van het vonnis haar leven herbeleeft in elf flashbacks, in omgekeerde volgorde. Er is een broeder Dominique die vanuit de coulissen fungeert als door God gezonden aangever. Hij helpt Jeanne om de lawine van gebeurtenissen die haar op deze plek gebracht hebben te begrijpen en te accepteren.

Koor en solisten staan onzichtbaar opgesteld in de bovenste regionen en de loges van de zaal. Ze nemen aan de actie geen deel. Zij  vertolken de stemmen in Jeanne’s hoofd, die haar herinneren aan de cruciale gebeurtenissen in haar leven waardoor ze op de brandstapel is terechtgekomen.

Door deze ingreep legt Castellucci het zwaartepunt van de voorstelling volledig op de sobere handelingen op het toneel, waar de naakte Jeanne zich leert te verzoenen met haar lot, bijgestaan door haar goddelijke coach broeder Dominique. Het levert indrukwekkend theater op.

De toeschouwer wordt meegesleurd door het duizelingwekkende tempo waarin de scenes elkaar opvolgen. Momenten van satire worden afgewisseld door wanhoop en meditatieve verstilling.

Meeslepend is de scene waarin Jeanne nog eens haar proces doorleeft. De jury bestaat uit beesten. Voorzitter is Porcus het zwijn, de bisschop van Beauvais Cauchon (what’s in a name), door het bloeddorstige koor toegejuicht als zwijn der zwijnen. Het is een schijnproces. Op de vraag of zij de Engelsen met behulp van de duivel heeft verslagen antwoordt zij ‘non’. De griffier laat ‘oui’ optekenen en daarmee is haar lot bezegeld.

Ook Jeannes herinnering aan het kaartspel waarbij zij machteloos moet toekijken hoe de betrokken machthebbers de koek verdelen, levert een aangrijpende scene op. Getoonzet op een luchtig hofmuziekje om het satirisch karakter nog extra te benadrukken.

De gesproken dialogen van Jeanne en Broeder Dominic brengen dan weer rust en bezinning.

Honegger legt in zijn partituur een enorme veelzijdigheid aan de dag. Hier is een meester aan het werk die het orkestpallet tot in de finesses beheert en ook in staat is de meest uiteenlopende muzikale stijlen te verenigen tot één geheel.

Bijzonder effectief is ook zijn keuze voor een actrice in de rol van Jeanne en een acteur in de rol van broeder Dominique.

Elementen van Jazz, volksmuziek, middeleeuwse gezangen cabaret en neo- classicisme worden door elkaar gebruikt. Ze zorgen er voor dat de luisteraar van de ene verbazing in de andere valt en de dirigent de handenvol heeft om elk detail recht te doen.

Dat Kazushi Ona die eenheid wist te bewaren tijdens deze technisch gecompliceerde voorstelling is een groot compliment waard. Een orkest in de bak, koor en kinderkoor verspreid over de hoogste gaanderijen, solisten in de lager gelegen loges en dan natuurlijk de solisten op het podium. Het moet een logistieke nachtmerrie zijn om dat bij allemaal bij elkaar te houden. Maar hij slaagde er moeiteloos in.

Het Muntorkest was in topvorm. Ondanks de uitzonderlijk bezetting liep alles zo te horen op rolletjes. Prachtige duistere klanken van de blazers, verrassende saxofoons en natuurlijk hier en daar het bloedstollende gegil van de ondes martinot. Kostelijk!

Ook het koor was onovertroffen, bij vlagen overdonderend in populistische haatzaaierij en bloeddorst, met natuurlijk een extra pluim voor de kinderen!

De solisten hadden misschien een ondankbare taak, omdat ze onzichtbaar waren, maar ze leverden zonder uitzondering prachtig werk met Jean-Noel Briend als een hilarische bisschop Cauchon, zwijn de zwijnen. Ilse Eerens kregen we als enige soliste op het podium te zien als Vierge.

Maar alle aandacht ging natuurlijk naar de formidabele Audrey Bonnet, die als ware ze Jeanne zelf alle emoties die haar hoofdpersoon doormaakte meer dan geloofwaardig wist te vertolken. En dan ook nog anderhalf uur (bijna) naakt op de planken staan. Een prestatie van formaat.

Haar tegenspeler Sébastien Dutrieux als broeder Dominique wist ondanks zijn onopvallende plaats in de coulissen ook met zijn prachtige sonore stem de aandacht te trekken.

Maar de grootste lof moet natuurlijk naar Romeo Castellucci gaan, die Jeanne d’Arc op effectieve en aangrijpende manier heeft ontdaan van de ballast van eeuwen en haar heeft gereduceerd tot wat zij was, een kwetsbare naakte mens. Ecce homo!

Nog niet alle voorstellingen zijn uitverkocht. Gaat dat zien!


  • WAT: Jeanne d’Arc au bûcher – Arthur Honegger (1892-1955)
  • MUZIKALE LEIDING: Kazushi Ono
  • REGIE: Romeo Castellucci
  • ROLVERDELING: Jeanne d’Arc: Audrey Bonnet – Frère Dominique: Sébastien Dutrieux – La Vierge: Ilse Eerens – Marguerite:Tineke Van Ingelgem – Catherine: Aude Extrémo – Une Voix, Porcus, Héraut I, Le Clerc: JEAN-NOËL BRIEND – Une Voix, Héraut II, Paysan: Jérôme Varnier – Héraut III, L’Ane, Bedford, Jean de Luxembourg, Un paysan: Louka Petit-Taborelli – L’Appariteur, Regnault de Chartres, Guillaume de Flavy, Perrot, Un prêtre: Geoffrey Boissy – Soprano Solo: Gwendoline Blondeel – Une Voix d’Enfant: Siobhan Mathiak
  • MUSICI: Symfonie Orkest en Koor van De Munt, Kinder- en Jeugdkoor van De Munt o.l.v. Benoît Giaux
  • WAAR & WANNEER: deMunt, Brussel, première, 5 november 2019
  • FOTO’S: © Stofleth en © B. Uhlig