Donderdagavond bood Laus Polyphoniae een bijzonder tweeluik voor de pur polyfonieliefhebber. In AMUZ bracht Cappella Mariana met Praga Magna muziek uit het Praag rond 1600. Later op de avond trok Utopia naar de Sint-Joriskerk voor de Lamentations van Orlandus Lassus. Twee concerten met op papier nogal wat gemeen: kleine bezettingen, solistische stemmen, veel aandacht voor de tekst en vooral een grote helderheid in de polyfone lijnen. En toch klonken ze opvallend anders.
Cappella Mariana plaatste de luisteraar midden in het culturele leven van het Praag van de late zestiende en vroege zeventiende eeuw. Een centrale figuur was Kryštof Harant, een van die merkwaardige figuren uit de Boheemse renaissance die onmogelijk in één beroep te vatten zijn: componist, diplomaat, reiziger en militair. Zijn leven eindigde uiteindelijk op het schavot. Na de Boheemse Opstand werd hij in 1621, samen met andere opstandelingen, geëxecuteerd op het Oude Stadsplein van Praag. Het is wel frappant dat zijn mis een jaar voor zijn executie nog is uitgevoerd in Praag. Dat moet ik eens vragen aan Sofie Taes die een voortreffelijke online inleiding verzorgde.
Het Praag waarin Harant leefde was onder keizer Rudolf II uitgegroeid tot een belangrijke culturele ontmoetingsplaats. Kunstenaars, wetenschappers en musici kwamen er van overal in Europa samen. Ook de Vlaamse componist Philippus de Monte werkte er jarenlang als kapelmeester. Zijn aanwezigheid is belangrijk om de muziek van Harant te begrijpen. Die staat immers niet op zichzelf, maar maakt deel uit van de internationale polyfone traditie waarin de muziek uit de Lage Landen zo’n grote rol speelde.
Cappella Mariana bracht deze muziek met zes zangers, één per partij. Dat werkte bijzonder goed. De klank bleef open en doorzichtig en de verschillende lijnen konden voortdurend worden gevolgd.
Wat mij vooral trof, was het verschil tussen de werken onderling. Harants mis, gebaseerd op Marenzio’s madrigaal Dolorosi martir, heeft iets uitgesproken madrigalesks. Het materiaal van het madrigaal blijft in de hele mis voelbaar. Harant verwerkt het niet als een eenvoudig startpunt of inspiratie, maar trekt de expressie van het madrigaal ervan ver door. Soms kreeg ik bijna het gevoel dat de grenzen van wat men binnen een liturgische mis verwachtte, worden opgezocht. Ik vroeg me meer dan eens af hoe deze muziek zou zijn onthaald in het veel strenger gecontroleerde muzikale klimaat van Rome. Het antwoord zou zijn: niet! Het blijft echter een hele knappe, feestelijke mis, het ontdekken waard. Als was het maar voor het open einde bij het Hosanna!
Andere werken uit het programma lieten dan weer een heel andere kant van de Boheemse muziek horen. Vooral de anonieme compositie viel op door haar grotere nadruk op homofonie en tekstplaatsing. Dat deed mij opnieuw denken aan de Vlaamse polyfonisten, bij wie tekst en muziek ook zo nauw met elkaar verbonden zijn.
Qui confidunt maakte indruk door zijn heldere architectuur. En met De Monte’s O bone Jesu kwam er een bijzonder mooi slot. Het lange motet liet nog eens horen hoe intens de muzikale contacten tussen de Nederlanden en Bohemen waren.
Na de bruisende wereld van Cappella Mariana was de overgang naar Utopia bijna het tegenovergestelde. Hier geen breed panorama van een stad en haar muzikale omgeving, maar een zeer geconcentreerd programma rond Lassus en zijn Lamentations, aangevuld met werken van onder anderen Giaches de Wert, Palestrina, Pierre de Bouzignac en Jacobus Handl.
Ook Utopia werkt met één zanger per stem, maar hier gebeurt iets merkwaardigs: je verwacht voortdurend vijf individuele stemmen te horen en toch lijkt het ensemble als één stem te spreken. Dat is voor mij wel hun grootste kenmerk. De stemmen verliezen hun persoonlijkheid niet, maar worden er ook nooit door uit het geheel getrokken.
Dat is des te opmerkelijker omdat de vijf zangers elk een heel eigen kleur hebben. Countertenor Bart Uvyn heeft een zeer herkenbare countertenor stemkleur, maar die blend volledig met het ensemble. Lieven Termont bewees opnieuw hoe expressief hij met woorden kan omgaan. Bij een woord als sordes hoor je niet alleen wat er gezongen wordt, maar ook wat het woord betekent. Guillaume Olry zorgde met zijn bas voor het sonore fundament. Zijn gregoriaanse tractus vormde een mooi, bijna oriëntaals middeleeuws moment. Michaela Riener zong met een heldere sopraan die zich moeiteloos in de gezamenlijke klank mengde. Adriaan De Koster heeft dan weer een krachtig, onmiddellijk herkenbaar timbre, maar ook hij bleef volledig binnen het ensemblegeluid.
Het is exact die combinatie die mij bij Utopia telkens opnieuw treft: vijf stemmen die je afzonderlijk kunt herkennen, maar die nooit tegenover elkaar komen te staan. Ze worden samen één klanklichaam.
En daarmee komen we opnieuw bij die spreekwoordelijke driehoek die voor mij zo belangrijk is in polyfonie: woord, klank en compositie (of structuur). Bij sommige ensembles ligt het accent duidelijk op één van die drie. Soms primeert de schoonheid van de klank, soms de tekstexpressie en soms de architectuur van de compositie. Bij Utopia lijkt alles tegelijk te gebeuren. De stemmen zijn mooi, maar de schoonheid staat nergens op zichzelf. De tekst wordt expressief zonder dat er overdreven wordt en de complexe muziek blijft altijd helder.
Vooral in de Lamentations van Lassus leverde dat momenten op van grote intensiteit. Niet door fortes en overdrijvingen, maar juist door beheersing en ragfijne zang zoals bij Ghimel: onaards, hemels.
Twee ensembles, twee totaal verschillende klankwerelden, maar uiteindelijk dezelfde fascinatie voor polyfonie. Een mooie combinatie dus. En reden genoeg om er maar één enthousiaste recensie van te maken.
Voor wat Utopia betreft, zet alvast 27 september 2026 in uw agenda. Dan lanceren ze hun nieuwe CD. Met een beetje geluk leest u weldra meer hierover op Klassiek-Centraal.
WANNEER? WAAR? WAT?
donderdag 27 augustus 2026 / Laus Polyphoniae 2026
20u AMUZ / Cappella Mariana
Pavla Radostová, Barbora Kabátková, sopraan | Tomáš Lajtkep, Ondrej Holub, tenor | Jaromír Nosek, bas | Vojtech Semerád, tenor & artistieke leiding
22u Sint-Joris / Utopia Ensemble
Michaela Riener, mezzosopraan | Bart Uvyn, contratenor | Adriaan De Koster, tenor | Lieven Termont, bariton | Guillaume Olry, bas
foto’s: AMUZ / redactie




