Notre site a été renouvelé, publie toi-même tes événements tu as repéré une erreur. Écris-nous!

Joseph Moog over Paganini, jong talent en de magie van Young Euro Classic

Pianist Joseph Moog trad op zondag 2 augustus op met het Orchestre National des Jeunes du Luxembourg, een orkest dat nog maar vijf jaar bestaat, tijdens het zomerfestival Young Euro Classic in Berlijn. Voor Klassiek Centraal blikte hij na het concert met Werner De Smet terug op die samenwerking, op Rachmaninovs Rapsodie sur un thème de Paganini en op de kwaliteiten en uitdagingen van een nieuwe generatie jonge musici.

Energie die soms wat afgeremd moet worden

Werken met een jong orkest verschilt volgens Moog duidelijk van samenwerken met een gevestigd ensemble. “Jonge orkesten hebben een ongelofelijke dynamiek, veel energie en zijn zo gemotiveerd dat je ze soms zelfs een beetje moet afremmen,” vertelt hij. “In de eerste repetities merkten we dat meteen. Ze spelen razendsnel en kunnen enorm luid spelen – er zit gewoon zoveel vermogen in, zoveel pk’s.”

Precies daarom was het detailwerk met dirigent Pit Brosius zo belangrijk. Het orkest beschikte over opvallend veel repetitietijd met de pianist: twee werkrepetities van telkens twee à drie uur per stuk, gevolgd door een generale repetitie. “Dat was al bijna luxueus,” zegt Moog. Zijn jarenlange ervaring met het werk en met de partituren kon hij daarbij rechtstreeks inzetten. “Je weet op welke plek je samen met de tuba speelt terwijl die ver weg staat, of waar het orkest elkaar intern moeilijk hoort. Die ervaring kun je direct doorgeven.”

Wat hem vooral opviel, was de houding van de jonge musici: “Heel positief, bijzonder gemotiveerd en ook heel geconcentreerd.” Ze werkten volgens hem bijzonder gedisciplineerd en namen aanwijzingen snel over. “Elke nuance. Soms werd er zelfs een beetje overdreven als je iets aangaf,” voegt hij lachend toe.

Paganini, de duivel en de dans

Rachmaninovs Rapsodie sur un thème de Paganini heeft Moog al in verschillende omstandigheden gespeeld. Hij werkte onder meer samen met het ballet van de Opéra Garnier in Parijs, in de choreografie van Frederick Ashton, die door Rachmaninov zelf nog werd goedgekeurd. Die ervaring heeft zijn kijk op het werk sterk beïnvloed: “Voor mij heeft het sindsdien heel sterk met dans te maken. Het is gewoon dans. Het is natuurlijk Paganini, het is natuurlijk de duivel.”

Moog benadrukt dat hij daarmee geen concreet verhaal bedoelt zoals in een film. Toch ziet hij in de muziek een sterke verbeelding van een door de duivel gekust talent: iemand die een donkere, bijna bovennatuurlijke gave ontvangt en die vervolgens steeds verder ontwikkelt. “Het bouwt zich op, het kookt bijna over,” merkt hij op. De virtuositeit van Paganini wordt bij Rachmaninov zo niet alleen een technische uitdaging, maar krijgt ook iets demonisch en onweerstaanbaars.

Daarbij ziet Moog een opvallende verbinding met een ander werk van Rachmaninov. Het Dies-irae-motief dat in de Rapsodie opduikt, gebruikte de componist later ook prominent in zijn Danses symphoniques. “Hij was verliefd op dat motief,” zegt Moog. Het past volgens hem verrassend goed bij de Caprice van Paganini: “Alle emoties zitten erin, maar het is diabolisch. Het schroeft zich op. Het is bijna bovennatuurlijk.”

Uitmuntende instrumentalisten

Heeft een nieuwe generatie jonge musici ook een andere manier van musiceren ontwikkeld? Moog antwoordt voorzichtig. Hij wil niet beweren dat de ene generatie beter is dan de andere, maar merkt wel bepaalde verschuivingen. Het niveau van de individuele musici ligt volgens hem bijzonder hoog – een indruk die hij ook terugvindt in gesprekken met dirigenten: “De jonge musici zijn instrumentaal ongelofelijk goed, wat hun eigen instrumentale vaardigheden betreft.” Tegelijkertijd vraagt hij zich af of een andere ontwikkeling niet wat minder sterk is geworden: de brede kennis van het repertoire, ook van het standaardrepertoire. Jonge musici zijn volgens hem vaak zeer gespecialiseerd en technisch bijzonder goed binnen hun eigen domein. De uitdaging ligt er vervolgens in om die individuele kwaliteiten met die van de andere musici te verbinden: “De musici zijn iets meer op zichzelf en het valt hun moeilijker om dat met de anderen samen te brengen.”

Daarmee raakt Moog aan een wezenlijke vraag binnen het musiceren in ensembleverband. Een orkest bestaat immers niet uit een verzameling afzonderlijke solisten. Het gaat erom dat iedere musicus zijn eigen stem kan beheersen en tegelijk voortdurend luistert naar het geheel. Moog omschrijft dat beeldend: “Ik ben een deel van het orkest, een deel van de zwerm in deze constellatie en we moeten samen deze beweging maken.” Dat gevoel voor het geheel, zegt hij, is misschien niet in dezelfde mate verder ontwikkeld dan tien of vijftien jaar geleden – ook al is de instrumentale kwaliteit van individuele jonge musici onmiskenbaar sterk gestegen.

Young Euro Classic als blik op de toekomst

Wat Young Euro Classic voor Moog bijzonder maakt, is uiteindelijk het concept zelf. Jeugdorkesten bestaan inmiddels in vrijwel ieder land. Luxemburg heeft er nu eveneens een, en daarboven bevindt zich het European Union Youth Orchestra als een soort culminatie van al die nationale ensembles. Moog vergelijkt het met een Champions League of een Europees kampioenschap: de beste jonge musici uit verschillende landen komen daar samen. Ook in de Verenigde Staten bestaat volgens hem een vergelijkbaar systeem met jeugdorkesten op het niveau van de afzonderlijke staten.

Dat concept past volgens Moog uitstekend bij de zomerperiode. “Er komt zoveel energie uit die werkfases van de orkesten.” Voor iemand die in Berlijn woont, is het bovendien bijzonder om uit een reeks verschillende ensembles en programma’s te kunnen kiezen. Elk orkest brengt zijn eigen programma, tradities en muzikale achtergrond mee. Daardoor wordt Young Euro Classic niet alleen een festival van jonge musici, maar ook een ontmoetingsplaats van verschillende muzikale culturen.

En voor Moog is er nog een andere dimensie: de toekomst. Veel van de jonge musici die vandaag op deze podia spelen, zullen later hun plaats vinden in grote professionele orkesten. Hij kent dat proces uit eigen ervaring met jeugdorkesten. Wie vandaag naar Young Euro Classic luistert, maakt dus mogelijk nu al kennis met de orkestmusici van morgen – een gedachte die het festival voor Moog een extra dimensie geeft.

Wat blijft hangen

Wat hoopt Moog dat het publiek na zo’n concert mee naar huis neemt? “Vooral dat mensen zien hoe levend klassieke muziek is, hoeveel jonge, getalenteerde mensen zich ervoor inzetten – professioneel of gewoon met heel veel liefde en passie.” Maar voor hem gaat het om meer dan alleen de toekomst van de klassieke muziek. Muziek heeft volgens Moog ook een verbindende kracht: over culturen en generaties heen: “Dat is wat muziek kan doen: emoties vrijmaken, gesprekken voeren zonder woorden.”

En precies daarin ligt volgens hem misschien wel de bijzondere kracht van jeugdorkesten. De jonge musici staan niet alleen aan het begin van hun professionele loopbaan; ze brengen ook een enorme energie, nieuwsgierigheid en betrokkenheid mee naar het podium: “Dat kun je met jeugdorkesten bijzonder intens beleven.”

Détails :

Titre :

  • Joseph Moog over Paganini, jong talent en de magie van Young Euro Classic

Crédits photos :

  • Thommy Mardo
nlNLdeDEenENfrFR