Le zomer is hoogseizoen voor muziekfestivals. Niet alleen voor de grote, populaire festivals die het nieuws halen, maar ook voor de vele festivals rond oude muziek. Le voorbije weken kon u hier al lezen over Saint-Michel en Thiérache, was ik te gast op het Festival MA in Brugge en binnenkort berichten we uitgebreid over Louanges Polyphoniques. En dan is er natuurlijk nog Utrecht, later in september het festival van Laon en nog zoveel andere plaatsen waar de oude muziek deze zomer alle ruimte krijgt.
Keuze te over dus. Maar tussen al die internationale namen is er ook een festival in Antwerpen dat mij al jaren bijzonder interesseert: het BACHFESTIVAL
Een lokaal festival, zeker. Maar wel een met een geschiedenis die veel verder teruggaat dan het festival zelf.
Terug naar 2011
Mijn eerste kennismaking met het festival dateert van 2011. Of beter gezegd: met wat later de organisatie BACH in de STAD zou worden. In de Sint-Norbertuskerk aan de hippe Dageraadplaats begonnen toen de Bachcantatediensten.
Ik vond dat van bij het begin een bijzonder intelligente aanpak. Bach schreef zijn cantates immers niet om eeuwen later in een concertzaal als autonoom kunstwerk te worden uitgevoerd. Ze waren onderdeel van de liturgie, verbonden met het evangelie van de zondag en bedoeld om dat evangelie muzikaal te becommentariëren en te verdiepen.
Waarom zouden we ze dan niet opnieuw in die context uitvoeren?
Dat was precies de vraag die organist Emmanuel Van Kerckhoven zich stelde. Hij is vandaag artistiek directeur van BACH in de STAD, organist-titularis van de Sint-Norbertuskerk en Carolus Borromeus én artistiek leider van The Antwerp Baroque Orchestra. Voor de cantatediensten werd het Antwerp Baroque Orchestra opgericht en zo kreeg het project ook een eigen professionele muzikale bedding.
Het was bovendien niet zomaar een Bachproject. Er zat vanaf het begin een uitgesproken oecumenische gedachte achter.
Een dominee in een katholieke kerk
Wie het verhaal van BACH in de STAD vertelt zonder dominee Dick Wursten te noemen, mist volgens mij een essentieel stuk van de puzzel.
Le Bachcantatediensten werden en worden immers verbonden met een preek of toelichting door Wursten, die vanuit zijn protestantse achtergrond de Bijbellezingen verbindt met de tekst en muziek van de cantate.
Dat is meer dan een aardige bijkomstigheid.
In 2016 werd teruggeblikt op de toen al vijf à zes jaar bestaande samenwerking tussen Van Kerckhoven en Wursten. Het uitgangspunt was even eenvoudig als bijzonder: waarom zouden cantates die oorspronkelijk voor de lutherse liturgie werden geschreven niet opnieuw in een liturgische context kunnen klinken, maar dan op oecumenische basis?
Zo ontstond in de Sint-Norbertuskerk die merkwaardige en tegelijk heel natuurlijke combinatie: een katholieke eucharistieviering, een protestantse predikant en de muziek van een lutherse componist.
En het werkte.
Vier tot vijf keer per jaar werd een cantatedienst georganiseerd. Le belangstelling groeide. Bach werd niet alleen beluisterd, maar opnieuw verbonden met het Woord, de liturgie en de ruimte waarvoor zulke muziek oorspronkelijk bedoeld was.
Wursten kwam daarbij trouwens allerminst toevallig bij Bach terecht. Hij was al jarenlang actief op het kruispunt van protestantse theologie, Antwerpse kerken en oude muziek. Le samenwerking met Van Kerckhoven was dus geen toevallige ontmoeting tussen een organist en een dominee, maar groeide uit een gedeelde belangstelling voor de betekenis van Bach binnen zijn oorspronkelijke religieuze context.
En exact daar ligt, wat mij betreft, de echte oorsprong van het Bachfestival en BACH in de STAD.
Niet bij het festival maar bij een cantatedienst.
Antwerpen had Bach nodig
Antwerpen heeft een bijzonder rijke muzikale geschiedenis, maar op het vlak van de historische uitvoeringspraktijk rond Bach was er aan het begin van deze eeuw een soort leegte ontstaan. Wie zich de Antwerpse oude-muziekscène herinnert, denkt bijvoorbeeld aan figuren als Michael Scheck en het Antwerps Bachkoor, maar dat verhaal was tegen de eeuwwisseling grotendeels stilgevallen.
Er was dus ruimte. En die ruimte werd vanaf 2011 langzaam opnieuw ingevuld.
Niet door meteen een groot festival uit de grond te stampen, maar organisch: cantatediensten, musici, een orkest, publiek, samenwerkingen en vervolgens steeds meer activiteiten rond Bach en de barok.
In 2017 werd BACH in de STAD vzw officieel opgericht. Daarmee kreeg de werking ook organisatorisch een eigen structuur. Wat begonnen was als een reeks cantatediensten in één Antwerpse kerk, kon verder uitgroeien.
En dat is misschien wel het mooiste aan de geschiedenis: het festival werd niet bedacht aan een vergadertafel. Het groeide uit een bestaande praktijk.
Van Sint-Norbertus naar Antwerpen
Vandaag rust BACH in de STAD op drie pijlers.
Le Bachcantatediensten blijven de oorspronkelijke basis. Ze vinden nog altijd plaats in Sint-Norbertus en houden vast aan het idee dat Bach opnieuw klinkt in de liturgische context waarvoor zijn muziek bedoeld was.
Daarnaast zijn er de Abendmusiken, concerten waarin Bach en zijn tijdgenoten centraal staan.
En dan is er het Bachfestival Antwerpen: een jaarlijkse festivalweek waarin Bach letterlijk de stad wordt ingestuurd.
Want dat woord stad in de naam is belangrijk.
BACH in de STAD is intussen veel meer dan Bach in de Sint-Norbertuskerk. Het probeert Bach te verbinden met het culturele, historische en muzikale weefsel van Antwerpen.
Dat gebeurt soms heel letterlijk.
Prenez par exemple Bach & Beiaard. Dan klinkt Bach niet in een kerkinterieur of concertzaal, maar vanuit de Antwerpse torens. Le beiaard van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal bezit historische klokken uit de zeventiende eeuw, gegoten door de beroemde Amsterdamse klokkengieters François en Pieter Hemony. Le oudste basklok dateert zelfs uit 1459.
Dan wordt Bach plots onderdeel van het Antwerpse stadslandschap.
Le muziek van een Duitse componist uit de achttiende eeuw klinkt vanuit een Antwerpse toren over een stad die zelf eeuwen ouder is.
Dat is meer dan een concert. Het is een ontmoeting tussen geschiedenis, erfgoed en muziek.
Bach overal
Ook de editie van 2026 zet die lijn verder.
Er is de vertrouwde cantatedienst in Sint-Norbertus, maar daarnaast een Bachlezing in de Nottebohmzaal, Bach op de Antwerpse beiaard, een project voor kinderen en jongeren, een orgelconcert in de Sint-Carolus Borromeuskerk en een groot slotconcert met The Antwerp Baroque Orchestra.
Le locaties zijn dus niet toevallig gekozen. Ze vertellen mee het verhaal. Le kerk, de bibliotheek, de toren, het orgel, de historische binnenstad: ze worden allemaal een soort podium voor Bach.
En daarmee wordt de naam BACH in de STAD steeds letterlijker: Bach komt de stad in.
Geen Bachmuseum
Wat mij persoonlijk aanspreekt in deze geschiedenis, is dat BACH in de STAD nooit is blijven steken in het idee dat Bach een monument is dat je vooral met de nodige eerbied moet benaderen.
Integendeel.
Door hem opnieuw in de liturgie te plaatsen, door hem naast zijn tijdgenoten te zetten, door hem te laten klinken op een beiaard, door kinderen en jongeren erbij te betrekken en door hem te verbinden met Antwerpse plekken, wordt Bach opnieuw een levende componist.
Dat is dan ook de reden waarom het festival na al die jaren nog steeds interessant blijft.
BACH in de STAD is geen festival dat één week per jaar ergens een aantal Bachconcerten organiseert. Het is het resultaat van een organisch gegroeide Antwerpse muziekpraktijk die ooit begon met een vraag die eigenlijk heel eenvoudig was:
Wat gebeurt er als we de muziek van Bach opnieuw laten functioneren waarvoor ze ooit bedoeld was?
Het antwoord begon in 2011 in de Sint-Norbertuskerk.
Vijftien jaar later klinkt het antwoord door de hele stad.
En wie deze zomer al een aantal van de grote festivals voor oude muziek heeft bezocht, hoeft daarom niet noodzakelijk ver te reizen voor een volgende ontmoeting met Bach.
Soms komt Bach gewoon naar je toe.
Le stad in.
alle info & reservaties: https://bachindestad.be/




