Skip to content
Dit is een volledig nieuwe website, vond u een bug, stuur ons een email op bestuur@klassiek-centraal.be
Reviews

Een cello als echo van het hedendaagse Finland

W
· 7 min read
Share this article
Een cello als echo van het hedendaagse Finland

Wie bij Finse klassieke muziek nog altijd automatisch aan Sibelius denkt, krijgt op Kaiku (Echo) een programma voorgeschoteld dat die horizon aanzienlijk verbreedt. Jonathan Roozeman verzamelt zes werken van Finse componisten die, op Kalevi Aho (°1949) na, tot een jongere generatie behoren. Het resultaat is geen staalkaart van hedendaagse muziek, maar een programma met opvallend veel onderlinge contrasten.

Van herkenning naar vervreemding

De titel Kaiku is daarbij meer dan een mooie naam. Een echo herhaalt wat eerder klonk, maar verandert tegelijk van kleur en betekenis. Dat idee is meteen hoorbaar in Sustained van Sauli Zinovjev (°1988), het werk dat Roozeman in 2024 zelf bestelde en dat hier de deur naar de rest van het programma opent.

Het begin lijkt nog vertrouwd: een ijle celloklank tegenover een fijnmazig pianopatroon, met iets van de sfeer van een romantische nocturne. Die herkenbaarheid houdt echter geen stand. De intonatie verschuift, de lijn wordt onzekerder en intenser, en wat eerst als een melodisch gebaar klinkt, krijgt steeds meer een vervreemdend karakter. Zinovjev laat de herinnering aan een romantisch klankbeeld langzaam uit elkaar vallen. Roozeman geeft de kleinste verschuivingen in kleur en toonhoogte alle ruimte om hun werk te doen. Johannes Piirto zorgt aan de piano voor een fijnzinnige muzikale inkleuring en reageert uiterst precies op de veranderende celloklank. Samen maken ze van dit intrigerende openingswerk een overtuigende overgang van herkenning naar vervreemding.

Daarna volgt Aho’s Sonata for Cello and Piano, een werk van bijna een half uur dat de schaal aanzienlijk vergroot. Aho schrijft muziek die zich niet laat reduceren tot een reeks mooie momenten. De vier bewegingen bouwen spanning op, trekken zich terug en zoeken vervolgens een nieuwe intensiteit. Vooral de tegenstelling tussen bedachtzame passages en nerveuze, soms eruptieve middendelen bepaalt het karakter van de eerste beweging. Roozeman neemt geregeld een bijna sprekende functie op, terwijl Piirto veel meer doet dan louter begeleiden. Hij houdt het geheel in beweging en bouwt de architectuur van het werk mee uit. Ook in de tweede beweging blijft die wisselwerking overeind. De spanning wordt steeds verder opgevoerd, waarna Roozeman de beweging intrigerend in het ijle laat eindigen.

Bijzonder is de derde beweging, een cadenza die hier zonder de oorspronkelijke optie met keelzang wordt gespeeld. Daardoor blijft de cello volledig op zichzelf aangewezen. Roozeman puurt die muzikale eenzaamheid verder uit: al zoekend houdt hij de aandacht gaande met kleine accentverschuivingen en onverwachte richtingsveranderingen. De finale trekt met piano erbij opnieuw open, met ritmische beweeglijkheid en wisselende maatsoorten, om uiteindelijk onverwacht terug te nemen. Beide musici krijgen ruimte voor een eigen stem, zonder de samenhang te verliezen. De hoge harmonieën aan het einde vormen geen triomfantelijke afsluiting: de sonate lijkt bijna op te lossen. Wat als een groot en soms weerbarstig betoog begon, eindigt in een klank die nauwelijks nog gewicht heeft.

In Aho blijkt meteen hoe goed Roozeman met zulke wisselende schalen overweg kan. Dat wordt nog duidelijker in de drie solowerken die volgen: de cello staat er alleen voor, maar krijgt in elk werk een andere functie en een ander karakter.

De cello als solistische stem

Aveo van Cecilia Damström (°1988) vertrekt vanuit het leven met long COVID en het verlangen naar een terugkeer van wat verloren ging. De compositie vervalt daarbij niet in een programmatische illustratie van ziekte, maar vertaalt de lichamelijke en psychische ontregeling in een voortdurend veranderende cellotaal. Flarden, herhalingen, abrupte bewegingen en krassende, fragiele klanken lijken elkaar nauwelijks de tijd te gunnen om zich te stabiliseren. Het stuk heeft daardoor iets nerveus en onvoorspelbaars, zonder in effectbejag te vervallen. Vooral de momenten waarop de muziek zich bijna uit het niets vormt, werken sterk. Roozeman behandelt stilte als een volwaardig onderdeel van de spanning en speelt intens zonder de muziek te overbelasten: de rusteloosheid lijkt uit de klank zelf te ontstaan.

Na die onrust werkt Recitativo van Sebastian Fagerlund (°1972) als een opmerkelijke concentratie. De titel is goed gekozen: dit is muziek die dicht bij het spreken staat, maar dan zonder woorden. Fagerlund schrijft één lange muzikale lijn die zich geleidelijk ontvouwt en onderweg steeds meer gewicht krijgt. Het stuk is technisch minder spectaculair dan sommige andere werken op de cd, maar vraagt juist daardoor veel van de uitvoerder. Roozeman geeft aan de kleinste verschuiving in richting of intensiteit betekenis en houdt zo een muziekstuk dat ogenschijnlijk weinig beweegt toch voortdurend levend.

Van lyriek naar uitbarsting

Sanasi, kiveen uponneet van Outi Tarkiainen (°1985) zet vervolgens alle registers open. Waar Fagerlund de expressie naar binnen richt, kiest Tarkiainen voor contrast en beweging. Roozeman krijgt een veel fysiekere rol, waarbij melodische lijnen, meerstemmige suggesties, virtuoze passages en scherzo-achtige bewegingen elkaar opvolgen. Het motief waarmee het stuk opent kan even aan Sibelius doen denken, maar Tarkiainen gebruikt die associatie slechts als vertrekpunt. Haar muziek gaat haar eigen weg en wordt gaandeweg steeds rijker en onstuimiger.

Hier toont Roozeman misschien wel het duidelijkst hoe veelzijdig hij met de klank van zijn instrument kan omgaan. De virtuositeit blijft steeds verbonden met de muzikale gedachte. Hij laat de cello lyrisch klinken, maar evengoed percussief en bijna rauw. Vooral de overgang naar het meest geladen deel krijgt daardoor voldoende gewicht. Tegelijk blijft er ruimte voor kwetsbare passages, zodat de compositie niet uitmondt in één grote expressieve climax. Roozeman volgt de wisselende klankkarakters van de cello zonder de muzikale lijn uit het oog te verliezen.

Een open einde

Het slot van de cd komt van Lauri Porra (°1977), met We Lie Down Only to Get Up Again uit Cabins & Hideouts. Na de intensiteit van Tarkiainen is dit bijna een verandering van licht. Porra, die vanuit de cello via jazz en heavy metal uiteindelijk vooral bekend werd als elektrisch bassist, schrijft hier muziek waarin herhaling, resonantie en klankkleur belangrijker zijn dan virtuoos vertoon. De cello wordt laag voor laag opgebouwd; Roozeman speelt bovendien zelf de extra cellopartijen die het oorspronkelijke instrumentale beeld verbreden. Daardoor krijgt het slot iets ruimtelijks.

Roozeman maakt er een van de sterkste momenten van de cd van. Met grote beheersing houdt hij de verschillende lagen bijeen en geeft hij elke klank de tijd om te resoneren. De fragiele hoge tonen waarmee het stuk opent, krijgen gaandeweg meer warmte en beweging, terwijl de intimiteit behouden blijft. Ook binnen de herhaling brengt hij kleine verschuivingen en spanningen aan. Dat vraagt misschien minder uiterlijke virtuositeit dan Tarkiainen, maar zeker niet minder concentratie. Juist in deze terughoudendheid toont Roozeman zijn kracht: hij beheerst niet alleen het instrument, maar weet ook hoeveel ruimte een klank nodig heeft om zijn werking te behouden. Het stuk stuurt niet aan op een groot besluit. Na de opeenstapeling van spanningen en contrasten mag de cd eindigen met muziek die eenvoudigweg verder ademt. Dankzij Roozemans trefzekere en sensitieve vertolking blijft die klank nog even in de ruimte hangen.

Zes stemmen, één cello

Dat is uiteindelijk ook de kracht van Kaiku. De cd probeert niet één herkenbare identiteit aan de hedendaagse Finse muziek toe te schrijven. Daarvoor zijn de verschillen tussen Zinovjev, Aho, Damström, Fagerlund, Tarkiainen en Porra te groot. Wel ontstaat er een andere samenhang: de cello staat centraal als instrument dat kan fluisteren, spreken, schuren, zingen en zich vrijwel volledig in klank kan oplossen.

Het programma duurt nog geen 55 minuten, maar overtuigt ook als geheel. De dramaturgie is bovendien goed doordacht. De werken lijken op elkaar te reageren: een klank wordt ingezet, vervormd, verdiept of losgelaten en keert later in een andere gedaante terug. Zo ontstaat een samenhang die niet berust op stilistische eenheid, maar op de manier waarop de cello opnieuw wordt beluisterd.

Een echo is per definitie nooit het oorspronkelijke geluid. Ze bewaart iets ervan, maar verandert tegelijk door de ruimte waarin ze klinkt. Misschien is dat precies wat Kaiku zo interessant maakt. Wat terugkeert, krijgt telkens een nieuwe vorm. Roozeman maakt die verschillen hoorbaar en brengt zo zes uiteenlopende stemmen samen in één instrument, dat op deze cd zijn mogelijkheden vanuit een andere hoek laat horen.

Reviewed CD

Jonathan Roozeman - Finnish Contemporary Works for Cello "Kaiku" (Echo)

Jonathan Roozeman & Johannes Piirto

Label
BIS · BIS-2714
Release date
21 August 2026
Listen Spotify
Full details →

Tracklist

  1. 1 Sustained
  2. 2 Sonata for Violoncello and Piano: I. Allegretto – Furioso, presto – Allegretto
  3. 3 Sonata for Violoncello and Piano: II. Andante
  4. 4 Sonata for Violoncello and Piano: III. Cadenza
  5. 5 Sonata for Violoncello and Piano: IV. Allegro – Tranquillo
  6. 6 Aveo, Op. 81
  7. 7 Recitativo
  8. 8 Sanasi, kiveen uponneet
  9. 9 We Lie Down Only to Get Up Again: I. Rubato
  10. 10 We Lie Down Only to Get Up Again: II. Più mosso
Share this article
EN