Unsere Website wurde erneuert, gib selbst deine Veranstaltungen ein. Hast du einen Fehler gesehen? Schreib uns!

Klassik Zentral

Tussen helderheid en gelaagdheid: Mozart, Weber en Gür in de Pierre Boulez Saal

Het is een vertrouwd gegeven in de Pierre Boulez Saal in Berlijn: een programma dat niet mikt op effect of prestige, maar op geconcentreerd luisteren. Ook dit concert met de Staatskapelle Berlin op 15 april onder leiding van Tim Fluch paste naadloos in dat profiel. De dramaturgie was geen toevallige opeenvolging van werken, maar een zorgvuldig opgebouwde lijn, waarin Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791), Carl Maria von Weber (1786-1826) en Ege Gür (°1998) elkaar spiegelden rond vragen van stijl, herinnering en klankidentiteit. Vanaf de opening viel de energieke betrokkenheid op: musici en dirigent speelden met zichtbaar plezier en intensiteit, met strakke inzet en alerte reacties binnen het ensemble.

Klassieke articulatie en romantische adem

Mozarts ouverture tot Die Entführung aus dem Serail opende het concert lichtvoetig, maar met een onderhuidse spanning tussen stijl en betekenis. Fluch respecteerde de retorische scherpte zonder overaccentuering; de “Turkse” kleur blijft immers een gestileerde constructie binnen een klassiek gearticuleerd orkestbeeld. De strijkers bleven strak, hout en koper reageerden met subtiele ironie. Daardoor klonk de ouverture minder als opera-introductie dan als een compacte reflectie over culturele projectie. De donkere, gelaagde klank van de Staatskapelle verhinderde oppervlakkigheid en gaf het geheel een eerder psychologische dan anekdotische diepte.

In Webers Klarinetconcert nr. 2 verschoof de spanning naar de vroege romantiek, waar subjectiviteit centraler wordt. Solist Tibor Reman koos nadrukkelijk voor lyrische expressie: zijn toon was vocaal en ademend, met een melancholische kleur. Hij voldeed moeiteloos aan de technische eisen van het werk, met een vanzelfsprekende maar indrukwekkende combinatie van virtuositeit en muzikaliteit. De dialoog met het orkest was essentieel: de Staatskapelle vormde een fijn gelaagde begeleidingsstructuur waarin motieven subtiel werden opgevangen en weerspiegeld. Het Adagio vormde het centrum, waar de klarinet tussen spreken en zingen beweegt. Reman koos hier voor expressie via frasering eerder dan virtuositeit; de lijn bleef intens zonder sentimentaliteit. Het slotdeel bracht theatrale lichtheid en ritmische energie, maar zonder nervositeit. Het orkest leverde een energieke, maar strak gecontroleerde begeleiding, met een overtuigende wisselwerking tussen vuurwerk en fijnzinnig samenspel, zonder de solist ooit te overstemmen. Zo ontstond een lezing waarin virtuositeit nooit doel op zich werd, maar volledig in dienst stond van een doorleefde muzikale vertelling.

Fragmentatie, resonantie en symfonische ernst

Effaced Figures van Gür verlegde na de pauze het perspectief naar fragmentatie en transformatie. De muziek bewoog tussen herkenning en vervorming en sloot aan bij een klankwereld waarin West-Europese en Oriëntaalse invloeden samenkomen. Fluch en de Staatskapelle stabiliseerden deze instabiliteit niet, maar lieten die bestaan binnen een transparant klankveld zonder hiërarchie. Zo ontstond een gelaagde ruimte waarin verschillende tijdslagen naast elkaar functioneerden. De orkestklank bleef hier minder lineair en sterk gericht op kleur en textuur; lijnen losten op in klankvelden. Dynamiek werkte als plots verschuivende ademhaling. Binnen deze klankmist speelden de musici uiterst geconcentreerd, met opvallende solo’s van cello en contrabas en een scherp gearticuleerde harpinterjectie.

Nadien keerde Mozart terug met de Prager Symfonie, die de avond een cirkelstructuur gaf. Fluch benaderde het werk ernstig maar niet zwaar, met een spanningsopbouw vanuit harmonie eerder dan tempo. In het Andante kregen de retorische lijnen hun volle gewicht: sprekende melodiek zonder anekdotiek. De Staatskapelle bouwde een gelaagde maar ademende polyfonie op, waarin stemmen helder gedefinieerd bleven maar toch in elkaar overvloeiden. Opvallend was de speelse precisie in het samenspel en het hoorbare plezier waarmee het orkest speelde, zonder dat dit ten koste ging van concentratie of innerlijke spanning.

De finale was energiek maar beheerst: geen virtuositeitssprint, maar een gecontroleerde opbouw van spanning die stap voor stap werd vastgehouden. Fluch hield de dramatiek consequent intern en vermeed elk effectbejag. Daardoor kreeg het werk een spanning die van binnenuit groeide. Hij toonde zich een dirigent met duidelijke toekomst, precies in de manier waarop hij intensiteit weet te organiseren zonder haar te forceren.

Continuïteit, perspectief en luisterervaring

Wat deze avond bepaalde, waren niet de afzonderlijke werken, maar hun onderlinge spanning. De Staatskapelle Berlin schakelde moeiteloos tussen stijlen zonder identiteit te verliezen. Een bijkomende dimensie ontstond door de wisselende zitpositie in de ovale zaal: voor en na de pauze verschoof het perspectief van achter het orkest naar ervoor, wat de luisterervaring merkbaar verdiepte en nuanceerde.

Zo werd dit concert een reflectie op continuïteit en breuk: hoe Mozart, Weber en Gür elke klank gebruiken als betekenisdrager, en hoe een hedendaagse uitvoering die lagen niet oplost, maar naast elkaar laat bestaan – zonder ze ooit te vereenvoudigen.

Detalhes:

Título:

  • Tussen helderheid en gelaagdheid: Mozart, Weber en Gür in de Pierre Boulez Saal

Künstler:

  • Staatskapelle Berlin o.l.v. Tim Fluch met Tibor Reman, klarinet

Ort:

  • Pierre Boulez Saal, Berlin

Datum:

  • 15 april 2026

Fotografie:

  • Peter Adamik
nlNLdeDEenENfrFR