Iedereen heeft wel – veel of weinig – oor voor de Goldbergvariaties van Bach. Glenn Gould of niet, klavecimbel of piano, in hun totaliteit of fragmentarisch, kiezen staat vrij, maar in trio-verband, dat doet bij velen vraagtekens rijzen. Vraagtekens waarop TrioFenix een heerlijk klinkend antwoord gaf: – én op de CD die ze begin 2025 in de Kamermuziekzaal van het Concertgebouw Brugge opnamen voor het label Evil Penguin Classic (2026 EPRC 0080, verzorgd en ecologisch verantwoord) – én op het Middagconcert van vorige donderdag in het trouw gevulde Instrumentenmuseum Brussel.
TrioFenix, dat zijn violiste Shirly Laub, altviolist Tony Nys en cellist Karel Steylaerts. Na een eerste CD met werk van Mozart (2010) en een Beethoven-CD in 2016, besloten ze hun twintigjarig jubileum te vieren met Bach en met adepten in binnen- en buitenland. Bachs dertig iconische Variaties BWV 988, gevat tussen een onwezenlijk fraaie Aria, dateren uit 1742. In 1984 kregen ze een nieuw leven, toen violist, dirigent, arrangeur, chambrist en festivaldirecteur Dmitry Sitkovetsky (°1954 ) ze transcribeerde voor piano, alto en cello.
De legende linkt ze aan de slapeloze nachten van edelman Carl von Keyserlingk, die soelaas zocht in de vertolking ervan door de jonge klavecinist Johann Gottlieb Goldberg (1727-1756). Maar dat wordt tegengesproken door data en cijfers. Wel is het een kolfje naar de hand van de drie ervaren rasartiesten: Shirly Laub, die van kop tot teen inzet en inleving uitstraalt; Tony Nys, één en al reserve en controle; en voeg daarbij de pretoogjes en het gedreven speelplezier van Karel Steylaerts. Ondanks hun uiteenlopende lichaamstaal, heerste hier een aanstekelijke groepsdynamiek. Dat bevorderde uiteraard de dialoog tussen het trio, hun kleurrijke expressiviteit en de opmerkelijke contrapuntische helderheid, die Bach nooit geweld aandeed.
Highlights
De interpretatie van de dertig Variaties één na één belichten zou afbreuk doen aan de magistrale eenheid die ze bindt. Toch dringt de vermelding van in het oor springende hoogtepunten zich op. Al van bij de eerste maten van de Aria door een langzame, expressieve viool, gewiegd door de altviool en de cello, ontspon zich een verfijnde symbiose waar elke stem ademde en naar de anderen luisterde. Dan was er het contrasterend vinnige tempo waarmee het Trio de eerste Variatie inzette en de niet aflatende cellobegeleiding.
En hoe ingenieus waren de ‘Canones’! En Variatie V met de allure van een springdans. Volgde een heerlijke vertrouwelijke tweespraak tussen viool en cello. Variatie X, is een knap opgebouwde Fughetta, onmiskenbaar getekend ‘Bach’. Ongeveer halverwege verrast een statige Ouverture. Maar toppunt van luistergenot was de brok pizzicato’s in Variatie XIX. Emotioneel raakte dan weer het felst Variatie XXV, een Adagio en één roerende klacht in de viool.
Aria
Als dan, bijna 80 minuten later, na een gezamenlijk akkoord de Aria terugkeert, is dat als een afgetobde moeizame mijmering tegen een empathische rol van haar twee tegenspelers, als was ze moe van zoveel uiteenlopende emoties. Geen onbekende, die Aria, want het is een sarabande die Bach opdiepte uit het ‘Notenbüchlein für Anna Magdalena Bach’ dat hij 17 jaar eerder geschreven had.







