Het concert van 2 oktober in de Henry Le Boeufzaal was zo’n avond waarop analyseren bijna ongepast lijkt. De verwondering was te groot.
Maar dan zit daar, een rij voor mij, een dame die bij de magistrale inzet van Sicut locutus in Dixit Dominus spontaan haar hand voor de mond slaat. Naast mij pinkt iemand tijdens Ave maris stella een traan weg. En plots besef je dat zwijgen toch jammer zou zijn.
Want die twee reacties vertellen iets fundamenteels over wat La Tempête die avond deed. Ze brachten niet gewoon een concert. Er gebeurde iets met de mensen in de zaal.
Dat heeft alles te maken met wat ik die avond ervoer als een enorm respect voor het publiek vanwege La Tempête.
Niet respect in de betekenis van keurig spelen, het repertoire ernstig nemen of proberen niemand voor het hoofd te stoten. Integendeel. La Tempête toont respect door zijn publiek het volle pond te geven. Door niets half te doen. Door ervan uit te gaan dat wie in die zaal zit bereid is zich over te geven aan een andere wereld en vervolgens alles, maar dan ook alles, in het werk te stellen om die wereld te scheppen.
Even was ik ergens anders.
Misschien in Venetië, misschien in een kerk, misschien in een theater, en waarschijnlijk in geen van die drie. Het is een wereld die alleen tijdens die 130 minuten bestaat en die Bestion samen met zijn zangers en musici voor ons optrekt.
La Tempête voert Monteverdi niet gewoon uit. Het ensemble is gedurende die avond wat het doet.
Of, nog eenvoudiger: La Tempête was Monteverdi.
Twee Vespers voor de prijs van één
Dat betekent allerminst dat Bestion zich als een nederige dienaar van de partituur opstelt. Hij zet Monteverdi behoorlijk naar zijn hand. Dat mag. Dat noemt men barok.
Tussen Monteverdi’s delen plaatst hij gregoriaanse antifonen en faux-bourdons uit een zeventiende-eeuws handschrift uit Carpentras. La Tempête omschrijft het zelf als een ontmoeting tussen Monteverdi’s Venetiaanse polychoraliteit en een veel oudere, mediterrane traditie van mondeling overgeleverde polyfonie.
Die archaïsche gezangen vormden een van de rode draden van de avond en zorgden ervoor dat Monteverdi telkens opnieuw uit de stilte geboren kon worden.
Een cruciale rol daarin was weggelegd voor Eugénie de Mey, die de gregoriaanse antifonen zong. Wat een prestatie. Niet alleen vocaal, maar vooral in uitstraling en overtuigingskracht. Wanneer zij begon te zingen, veranderde er iets in de ruimte. Haar stem creëerde ook de natuurlijke overgangen die nodig waren om van deze lange avond één geheel te maken. Mede daardoor vlogen die 130 minuten voorbij.
En hoe sober die momenten soms ook waren, kracht ontbrak deze Vespers allerminst.
Power. Dat is misschien wel een van de woorden die ik het vaakst in mijn notities had kunnen schrijven.
De theorbe werd bij momenten haast als een slaginstrument gebruikt. Zinken en trombones kregen alle ruimte. Strijkers, gamba’s, harpen, orgel, klavecimbel, dulciaan en serpent zorgden voor een kleurenpalet dat voortdurend verschoof.
En wat een zegen om Monteverdi eindelijk nog eens met zo’n groot vocaal ensemble te horen. Vierentwintig zangers, gekoppeld aan een rijk en dubbelkorig instrumentaal ensemble: Monteverdi in al zijn grandeur.
Ik ben achteraf trouwens blij dat de opname die La Tempête eerder van dit project maakte mij was ontgaan. En ook een beetje verbaasd: hoe is dát kunnen gebeuren? De productie bestaat al sinds 2019 en verscheen ook op cd.
Maar daardoor kon ik in Bozar onbevangen van de ene verbazing in de andere vallen. En kreeg ik zowaar opnieuw iets van het gevoel waarmee ik lang geleden, nog in de vorige eeuw, voor het eerst Monteverdi’s Vespers hoorde.
Monteverdi danst
In Laetatus sum vond Bestion zo’n tempo dat stilzitten bijna contraproductief werd. De muziek nodigde uit tot dansen en de zangers deden dat ook. In kleine stapjes vooruit, die beweging door de ruimte, maakte de muziek lichamelijk.
De enscenering bleef daarbij opmerkelijk minimaal. Licht, enkele bewegingen, andere posities in de zaal: nooit genoeg om van het concert muziektheater te maken, maar precies genoeg om de ruimte telkens opnieuw te veranderen.
En dat brengt me opnieuw bij dat respect voor het publiek.
Bestion schrijft je niet voor wat je moet zien of voelen. Hij creëert omstandigheden waarin je steeds dieper in zijn muzikale wereld terechtkomt. Wanneer je dat gaandeweg begint te beseffen, merk je ook hoe zorgvuldig alles is opgebouwd. Waar een stem vandaan komt. Waar een instrumentalist staat. Wanneer het licht verandert. Wanneer het enorme ensemble losbarst.
Je wordt niet overdonderd om het overdonderen. Je wordt meegenomen.
Duo seraphim was daarvan een schitterend voorbeeld. Twee zangers begonnen rug tegen rug. Dan splitsen de serafijnen en worden twee stemmen er drie. Een muzikaal beeld van de Drievuldigheid dat zichtbaar én hoorbaar ontstaat.
Het behoort zonder twijfel tot de mooiste Duo seraphims die ik ooit live heb gehoord.
Een ander hoogtepunt was het dubbelkorige Nisi Dominus. Links en rechts, hoog op de balkons van Bozar, ontstond de ruimtelijkheid die we met de Venetiaanse cori spezzati associëren. Heel even ontstond er bij de inzet een kleine decalage bij de blazers rechts.
En weet je? Ik was daar bijna blij om. Want plots waren daar weer de mensen.
Een nauwelijks merkbaar barstje, wellicht ontstaan uit enthousiasme, en seconden later tilde die dubbelkorige zang ons alweer naar boven. Naar de goden, bij wijze van spreken.
Zelden ben ik de laatste jaren tijdens een concert zo vaak onder de indruk geweest. En op bepaalde momenten leek Bestion zelf bijna te zweven tijdens het dirigeren. De hele avond trouwens zonder partituur. Hij stond als een pilaar midden in zijn eigen muzikale bouwwerk.
René Ramos-Premier
Voor mij persoonlijk dé ontdekking van de avond.
Het is niet alleen zijn stem of zijn bereik. Het woord dat ik bij hem noteerde was gratie.
Zijn houding, zijn glimlach, het contact met het publiek, maar ook die merkwaardige combinatie van bescheidenheid en virtuositeit. Hij hoeft zichzelf niet belangrijk te maken om een enorme aanwezigheid te hebben.
In Audi caelum kwam het allemaal samen. En dan dat ene moment waarop hij omnes inleidt en het koor antwoordt.
Kippenvel.
Ogenschijnlijk een detail. Maar precies voor zulke seconden ga je naar een concert. Je kunt thuis over de beste installatie ter wereld beschikken, maar dát moment, die stem op die plaats in die ruimte en het antwoord dat van elders komt, bestaat slechts één keer.
EINDELIJK: Lauda!
Eindelijk nog eens een ensemble dat het aandurft om van Lauda ook werkelijk lauda te maken: lof, jubel, beweging.
Wat een tempo. Wat een virtuositeit. En vooral: wat een plezier! Het enige nadeel was dat het zo snel voorbij was.
Ook de Sonata sopra Sancta Maria, vaak een rustpunt of cesuur in de Vespers, kreeg een heel eigen invulling. Bestion koos niet voor één statisch tempo, maar liet de muziek voortdurend ademen en bewegen. En opnieuw werd de zaal zelf een instrument, met die falanx sopranen hoog boven ons.
Ik gebruik bewust het woord falanx. Want eindelijk werd die partij eens niet quasi-solistisch benaderd. Hier stond een collectieve stem tegenover en boven het instrumentale ensemble. Een goddelijke klank uit de hoogte.
En wanneer je dan denkt: goed, nu zullen we de hoogtepunten toch wel gehad hebben...
Nee hoor.
Ave maris stella
Het koor verspreidt zich door de zaal, hoog over de balkons.
Ave maris stella.
Na alle ritmische energie en het ruimtelijke spektakel gebeurt iets wonderlijks. Alles vertraagt. De a-cappellazang krijgt een ongelooflijke rust. Je hoort de afzonderlijke vocale details en tegelijk wordt het haast onmogelijk te bepalen waar de muziek nog precies vandaan komt.
En dan telkens die laatste maat, waarin de tenorstem zo fijnzinnig de kleur en sfeer veranderen.
Etherisch. Naast mij pinkt die dame dus die traan weg. En ik moet eerlijk zijn: het pakte mij ook.
Misschien begreep ik op dat ogenblik nog beter wat ik bedoelde met respect voor het publiek. Dit ensemble wil je niet imponeren door te laten zien wat het allemaal kan. Het investeert al zijn kunnen in wat er met jou als luisteraar gebeurt.
Dat is een wezenlijk verschil.
Een groot concert kan verbluffen. Je bewondert stemmen, instrumentisten, dirigent. Je gaat naar huis en denkt: wat waren ze goed.
Hier gebeurde iets anders. La Tempête gebruikte stemmen, instrumenten, beweging, afstand, licht, stilte en de architectuur van de zaal om de grens tussen podium en publiek langzaam minder belangrijk te maken.
Op een bepaald ogenblik luister je niet langer naar een voorstelling van Monteverdi’s wereld. Je zit erin.
Drie echo's
Over het afsluitende Magnificat kan ik eigenlijk kort zijn.
Machtig.
Het denderde voort als een rollercoaster waarin je voortdurend van de ene verbazing naar de andere en van de ene kleurenwereld in de andere werd geworpen. Groot tegenover klein, massaal tegenover intiem, dichtbij tegenover veraf.
En dan Gloria Patri.
De echo. Of beter: de echo's. Niet één, maar drie.
Daar zit voor mij achteraf misschien de hele avond in vervat. Bij La Tempête krijg je niet één Monteverdi. Alles lijkt zich te vermenigvuldigen. Renaissance en barok. Kerk en theater. Individu en gemeenschap. Intimiteit en uitbundigheid. Stilte en power. Het sacrale en het lichamelijke. De mens en iets dat die mens even overstijgt.
Bestion geeft daar geen geschiedenisles over. Hij laat het gebeuren. Misschien verklaart dat ook de twee reacties die ik die avond vlak bij mij zag.
Een hand voor de mond. … Een traan.
Dat zijn geen reacties op historische uitvoeringspraktijk. Geen oordeel over articulatie, intonatie, tempi of bezetting. Dat zijn mensen bij wie muziek iets heeft gedaan.
Toen ik, na de minutelange en ritmische, staande ovatie, buitenkwam, dacht ik: La Tempête heeft Monteverdi niet uitgevoerd. La Tempête wás Monteverdi.
Niet omdat dit de enige manier is waarop de Vespro della Beata Vergine moet klinken. Niet omdat iedere keuze van Bestion plots de historische waarheid vertegenwoordigt. Maar omdat gedurende 130 minuten uitvoerders, muziek, ruimte en publiek niet meer van elkaar los te maken waren.
En vier eeuwen nadat Claudio Monteverdi deze muziek schreef, lijkt me dat misschien het grootste compliment dat je uitvoerders kunt geven.
Dus beëindig ik deze lange recensie met het woord dat alles samenvat: WOW!