In der Schreibstube des Grafen – Il diletto musicale nei palazzi genovesi (Schlangeholz Editions, SCD202401) vormt een fascinerende muzikale ontdekkingsreis langs minder bewandelde paden van de achttiende-eeuwse Italiaanse muziekpraktijk. Het project, bedacht en geleid door cellist Jacopo Ristori, is gewijd aan de repertoirekeuze uit de muziekcollectie van graaf Federico Taccoli (ca. 1727–1809), die in Genua als kopiist een unieke rol vervulde in het culturele leven van de stad. In plaats van zich te beperken tot Genueze componisten of lokale stijlen, koos Ristori voor een bredere, documentair geïnspireerde aanpak: het reconstrueren van de muziekpraktijk zoals die zich ontvouwde in Genueze salons, met Taccoli als spilfiguur.
De kopiist als curator
Genua was in de achttiende eeuw geen centrum van muziekdrukkunst zoals Amsterdam, Parijs of Londen. Voor de elite die muziek wilde spelen, bood de kopieerpraktijk van figuren zoals Taccoli een alternatief: manuscripten van buitenlandse uitgaven of unieke collecties gingen in omloop via zijn werkplaats. Taccoli, die zelf een nobelman was en volgens de Genueze musicoloog Davide Mingozzi een eigenaardig en weinig sympathiek karakter had, leverde muziek aan de muziekliefhebbers van zijn tijd. Zijn zorgvuldig gekopieerde partituren — tegenwoordig bewaard in de bibliotheek van het Conservatorio Paganini — vormen het uitgangspunt voor deze dubbel-cd, die uitsluitend werken bevat die niet eerder op cd verschenen, op één uitzondering na.
Een caleidoscoop van stijlen
Hoewel het repertoire geografisch breed verspreid is — van Napels tot Parma en Parijs — blijft de onderliggende logica sterk: alle werken komen uit Taccoli’s praktijk. Het resultaat is een rijk gevarieerd programma waarin het klankpalet van de tweede helft van de achttiende eeuw verrassend levendig tot klinken komt.
Een van de opvallendste keuzes is de opname van twee sonates van de vrijwel onbekende Gasparo Arnaldi, gecomponeerd voor een ongewone bezetting van psalterium, viool en cello. De psalterium, een trapeziumvormig snaarinstrument verwant aan het hakkebord, speelde een belangrijke rol in Italië in die tijd, maar is vandaag zelden te horen. Anna Pontz brengt het instrument hier met subtiliteit en een helder timbre tot leven. Arnadi’s sonates zijn intiem en speels, een sonore curiositeit die het oor prikkelt en het hart verovert.
Cellowerken vormen de kern van deze uitgave, wat niet verwonderlijk is gezien Ristori’s specialisatie. Luigi Boccherini (1743–1805), de bekendste naam op het programma, is vertegenwoordigd met een Sonata in F (G 579) en een Sonata voor twee cello’s in D (G 571). Vooral in de eerste sonate valt de keuze voor contrabas als basso continuo op: een knipoog naar Boccherini’s vader, een contrabassist met wie hij samen in Genua optrad.
Nog twee celloduetten — getiteld Gara — zijn van de hand van Carlo Ferrari (1714–1790), een weinig gedocumenteerde maar evident begaafde componist. De titel Gara, wat zoveel betekent als ‘wedstrijd’ of ‘duel’, suggereert een virtuoos spel tussen de twee stemmen, al worden technische acrobatieën zorgvuldig vermeden. Deze muziek is geschreven voor ervaren amateurs: elegant, levendig en perfect in balans.
De Napolitaan Michele Gallucci, eveneens een naam die in de grote muzieklexica ontbreekt, opent het album met een fijnzinnige Sonata in D voor cello en basso continuo. De opbouw met rondo als slotdeel en een zangerige centrale beweging is representatief voor het galante idioom van de periode.
Nicht nur das Cello bekommt einen prominenten Platz: auch die Violine kommt ins Spiel mit zwei Duetten von Emanuele Barbella (1718–1777). Dieser neapolitanische Geiger und Komponist, Schüler von u. a. Leonardo Leo, war am Teatro San Carlo tätig und schrieb zahlreiche Stücke für Violine ohne Begleitung. Die beiden hier aufgenommenen Sonaten – in F und G – sind elegant, melodisch und gut konstruiert und geben den Geigerinnen Antoinette Lohmann und Sara de Vries viel Raum, ihr Zusammenspiel unter Beweis zu stellen.
Das Hoffmeister-Nardini-Rätsel
Besonders fesselnd ist das Vorhandensein von zwei Streichquartetten, die ursprünglich Pietro Nardini zugeordnet wurden, aber heute Franz Anton Hoffmeister (1754–1812) zugeschrieben werden. Die Verwechslung könnte darauf zurückzuführen sein, dass Taccoli selbst wahrscheinlich aus kommerziellen Gründen Nardinis Namen – eine bekannte Persönlichkeit in Italien und Schüler Tartinis – verwendete, um seine Kopien attraktiver zu machen. Abgesehen von der Autorenfrage sind diese Quartette lebendig, klassisch strukturiert und überaus elegant vom Gut String Quartet aufgeführt.
Ensemble und Ausführung
Das Ensemble besteht aus etablierten Namen und vielversprechenden jungen Musikern. Antoinette Lohmann, Sara de Vries, Viola de Hoog, Jesse Solway und Theorbaspieler Earl Christy bilden zusammen mit Ristori ein homogenes Ganzes. Die Aufführungen zeugen von historischem Wissen und künstlerischem Geschick. Die Artikulation ist nuanciert, die Phrasierung funkelt, und die Aufnahmequalität ist klar und räumlich. Besonders bemerkenswert ist auch, dass jedes Werk mit Liebe behandelt wird, wie obskur der Komponist auch sein mag.
Dieses Projekt geht über das rein Musikalische hinaus: Es ist eine kleine kulturelle Archäologie, die Einblicke in die Musikpraktiken des achtzehnten Jahrhunderts in Italien bietet – eine Zeit, die oft von den Giganten des Barock und der Romantik überschattet wird. Zugleich ist es eine Hommage an die Liebhaber der Musik damals, die mit Hingabe und Leidenschaft in Salons und privaten Kreisen musizierten.
Mit In der Schreibstube des Grafen beweist Ristori, dass Musikarchäologie nicht verstaubt sein muss. Im Gegenteil: Sie ist quicklebendig, überraschend und vor allem bereichernd. Dies ist ein Album, das die Neugier weckt, das Ohr verwöhnt und zur Wiederholung einlädt. Eine echte Empfehlung für Liebhaber des galanten Zeitalters, Celloliteratur und musikalische Entdeckungsreisen.



