De Franse violist Renaud Capuçon, vijftig jaar jong en één van de grootste Franse violisten van zijn generatie, was twee avonden te gast in De Bijloke. Hij is bekend van het pianotrio met zijn jongere broer, cellist Gautier, speelde met de grootste musici samen en stond al op de grote podia met de beste orkesten overal ter wereld. Renaud Capuçon kwam niet alleen als violist, ook als dirigent. Met het Symfonieorkest Vlaanderen speelde hij als violist én dirigent het vioolconcert van Robert Schumann. Na de pauze dirigeerde hij Brahms’ Tweede Symfonie.
Buitenbeentje
Schumann is geen evidente keuze als vioolconcert. In een post op de website van Symfonieorkest Vlaanderen vertelt concertmeester Jan Orawiec dat het zelden wordt gespeeld. Vroeger was dat zo, maar nu wordt het vaker geprogrammeerd. Van de grote violisten van de twintigste eeuw ken ik enkel Menuhin, Kremer of Szeryng die het hebben opgenomen op plaat. Tegenwoordig pakken de jonge sterren als Patricia Kopatchinskaya of Vilde Frang ermee uit. Het kan op veel meer terechte belangstelling rekenen dan vijftig jaar geleden.
Qua geest en virtuositeit blijft het een buitenbeentje, te meer omdat Schumann geen violist was. Het werk is één van Schumanns laatste meesterwerken en is daardoor ook vaak gepercipieerd als verklanking van zijn geestesziekte. Joseph Joachim, voor wie het werk in 1853 gecomponeerd werd, wou het niet spelen. Hij vond het morbide muziek, voorbode van Schumanns zelfmoordpoging enkele maanden later. Pas in de jaren 1930, tachtig jaar na dato, is het herontdekt. Ikzelf ben er altijd mee begaan; het heeft me nooit losgelaten, sinds ik het zelf speelde voor mijn toenmalige Eerste Prijs viool in het Brusselse conservatorium in 1985.
Dirigent én solist in één
Capuçon komt op in rok, in traditioneel rokkostuum of pieteleer, zoals dat vroeger heette. Dat is tegenwoordig een zeldzaamheid. Het tekent het belang dat hij hecht aan tradities. Zonder dirigent staat hij met zijn viool alleen voor het orkest. Dat vraagt om een andere vorm van soleren. Meer communicatie met verschillende orkestgroepen en individuele musici, zoals sommige blazers en zeker met de concertmeester. Dan is ook nodig, merk je aan sommige subtiele passages.
Van bij de eerste solopassages valt zijn brede, romige vibrato op. Iets te breed, dacht ik, maar hij compenseert het wel met een ijzige klank quasi zonder vibrato wanneer dat past. Capuçon heeft een prachtige, zoetgevooisde klank, zoals alleen de grootsten die kunnen maken met hun boog en snaren. Qua expressie en frasering klinkt het zonder meer groots, tevens door de kwaliteit van het orkest, dat de laatste jaren onder de vorige chef-dirigent Kristiina Poska grote sprongen voorwaarts heeft gemaakt.
In Brahms’ tweede symfonie kunnen we opnieuw genieten van de transparante klankpalet van het Symfonieorkest Vlaanderen. Zouden ze dit ook kunnen zonder dirigent, vraagt iedereen zich af na het vioolconcert zonder dirigent. Wellicht wel, maar dirigent Capuçon kan zijn eigen accenten leggen en het orkest aanporren en opzwepen tot eenzame hoogten. Hij toonde zich vanavond niet alleen als een groot violist, ook als een vaardig dirigent die een orkest op sleeptouw neemt en een originele interpretatie brengt van één de klassiekers van het repertorium.





