Het is een jaarlijkse traditie in De Bijloke in Gent, Côté Jardin in en naast de Bijloke concertzaal in het begin van de zomer. In de grote concertzaal en buiten onder de tent waren er zes concerten, van klassiek tot jazz en flamenco. Alles gratis, wat de grote toeloop verklaart. Daarnaast ook heel wat activiteiten voor kinderen, die op Côté Jardin altijd in goten getale aanwezig zijn.
Veel jonge gezinnen komen erop af. De grootste muzikale picknick van Gent, heet het. Men komt samen en brengt eten en drank mee. Logisch, wanneer je de prijslijst van de bar bekijkt (€3,50 voor een watertje …).
Mysterieuze Bach
De gezinnen gaan met hun kroost ook luisteren naar de concerten in de grote concertzaal. Daar gaat het er anders aan toe dan gewoonlijk. Die kleintjes kunnen natuurlijk geen uur stilzitten, dus klinken kinderstemmetjes tussen de concerti van Bach door. Op het podium staan de Boho Strings met solist Gwen Cresens op accordeon. Een verrassende combinatie. Cresens is niet de eerste virtuoos die klassiek op zijn accordeon brengt. De accordeon als orgeltje, je kan er alles op spelen.
De Boho Strings uit Borgerhout zijn trouwens een strijkersensemble dat grenzen wil opentrekken. Geen orkest dat concerten speelt waar het publiek op af komt, neen, ze trekken zelf naar het publiek. Dat zijn soms bedrijven, of voor publiek dat anders niet naar de concertzaal trekt. Ze hebben een mooi project voor mensen met dementie. Vandaag spelen ze een deel uit hun project “Bach Works in Mysterious Ways”. Tussen de twee Bach concerti spelen ze ook een van de Bachianas Brasileiras van Villa-Lobos.
Luisterpraktijk
Na de Bach en Villa-Lobos vervolgen ze met een wereldpremière: “Betsubara” van Gwen Cresens zelf, een concert voor accordeon en strijkers, gebaseerd op de Japanse eetcultuur. Geen moeilijke muziek, licht verteerbaar, met hier en daar een vleugje wals en tango.
Anderhalf uur zitten en luisteren is te veel voor kleine kinderen. Maar het is net de spontaniteit van de kinderen die Côté Jardin zo leuk maakt. Naast mij zat een vader met zijn pagadder op de schoot. Die vatte het mooi samen: “Wanneer is ’t gedaan papa?”.
Er is dus een andere sfeer in de concertzaal dan gewoonlijk, maar er zijn ook luisteraars die geconcentreerd blijven luisteren en dat ook van de anderen verwachten. Tijdens het concert was ik aan het lezen op mijn smartphone. Bij het buitengaan sprak een streng heerschap me aan en wijst me terecht. “Was ’t interessant op uw gsm?”. “Ja, dank u, antwoordde ik”. Hij zal niet hebben beseft dat ik een authentieke luisterpraktijk heb beoefend. In Bachs tijd bestonden nog geen concerten waar je stil zat te luisteren. Men zat te praten, te kaarten, te drinken, de krant te lezen en te roken tijdens het optreden.
Petites Histoires van groot en klein
Buiten is de zon doorgebroken en onder het zeil brengen Myrddin & Helena Casella meeslepende gedichten van Lorca, met zang en flamencogitaar. Na de middag staat Petites Histoires op het programma in de grote zaal. Net zoals vorig jaar heeft De Bijloke een origineel project met B’Rock en Paul Griffiths op poten gezet om mensen op het podium te brengen die er anders nooit komen. Vorig jaar ging het om mensen met een laag inkomen, dit jaar om een dialoog tussen kinderen en ouderen.
De kinderen van de Toverberg, een lagere school in Gent, hebben maandenlang brieven geschreven naar ouderen van een woonzorgcentrum. Die schreven terug en zo ontstond een hele briefwisseling. Van daaruit hebben ze alle teksten en muziek zelf geschreven. Ze hebben er een idealistische vertelling van gemaakt, met liedjes over zand, wolken, de hemel, Utopia, over liefde en vriendschap. Het lijkt wel een oecumenische dienst. Iedereen zingt mee, een oudere vrouw doet een dansje. Leuk, maar braaf. Waar is de sociale dimensie die er vorig jaar in zat? Vorig jaar zat er veel meer pit in. Je hoorde de opstand van de armen in hun liederen.
Bijzonder aan deze voorstelling was de band tussen kind en oudere. Dat is voor beide generaties een verrijking. Voor kinderen is er in onze maatschappij gelukkig veel aandacht en zorg. Ouderen vallen daarentegen vaak uit de boot in de maatschappij, worden betutteld en gediscrimineerd. Waar zijn de grijze wolven in deze Petites Histoires? Hoe origineel ook, het was een makke bedoening.
Bomvolle zaal voor het carnaval
Later in de namiddag volgt de hoofdact van deze Côté Jardin: Carnaval des Animaux door solisten van het Symfonieorkest Vlaanderen, onder leiding van concertmeester Jan Orawiec. Hoe populair het stuk vandaag is, Saint-Saëns heeft de publicatie tijdens zijn leven nooit toegelaten, hij vond het te satirisch en schertsend in vergelijking met zijn grote werken.
Met de zaal tot de nok gevuld, werden ook de koorbanken opengesteld voor het massaal toegestroomde publiek. Vooraf spelen pianisten Shuhei Aoshima en Abel Hox Schubert en daarna schuiven ze aan voor het Carnaval des animaux. Meesterlijk gespeeld door de solisten van het Symfonieorkest Vlaanderen, maar er kon wat meer enscenering bij voor dit publiek. Toen de contrabas zijn solo begon, kon men een olifant vermoeden. De zwaan, dat kent iedereen. Een kip, een schildpad, een kangoeroe… leuk wanneer je het stuk kent en je het dier erbij kan inbeelden. Maar dit publiek had er meer van genoten wanneer ze vooraf of tijdens het stuk de volgorde van de dieren hadden meegekregen.
Terug buiten voor een babbel met vrienden merk ik enkele bekende gezichten op. Côté Jardin is er niet alleen voor jonge gezinnen of de all round melomaan. Mijn blik viel op de legendarische professor Walter Prevenier, een historicus die vele duizenden studenten onder zijn hoede had aan de UGent. Negentig jaar is hij. Muziek houdt hem jong. Leve de Bijloke!







