Zoals elk jaar speelt Klassiek Centraal zo kort mogelijk op de bal en elke finaleavond, als het applaus nog weerklinkt in de Henry Le Boeufzaal in Bozar (Brussel), geven we de indrukken per laureaat van de avond weer. Noteer dat uw dienaar zeer bewust naar geen voorrondes luisterde, noch naar commentaren op radio en tv of er las in de geschreven pers. Dit om onbevooroordeeld noch beïnvloed naar de twaalf finalisten te luisteren en zo te bespreken.
Het opgelegde plichtwerk van Fang Man – Four Odes to the Tidings of Flowers
Een zeer subtiele inzet, een voorzichtig avant-gardistisch aanvangend stuk is de eerste indruk van dit opgelegde en voor de wedstrijd speciaal gecomponeerde werk. Oosterse sferen worden opgeroepen, onder meer benadrukt door een zacht gong. Na de uitgewerkte inleiding klinkt een volwaardig orkest in rijke kleuren en de cello wordt heel wat kansen geboden op technisch en muzikaal vlak. Sterke interpreten gaan hier scoren. Zoals bij elk opgelegd werk doorheen de geschiedenis, is er veel nadruk op het technische aspect gelegd. Het is wat ten nadele van muzikaliteit maar die krijgt toch voldoende kansen. De donkere kreunende solo kent minder fraaie kreunende strijkstokinzetten en glissando’s die in de verf gezet worden. Langzaam zet het orkest in, neemt het discours over in pianissimo om sterk aan te zwellen en plots weer af te zwakken. Zo gaat het wat op en af, met een te technisch blijvende eisenbundel voor de cello. Tuttipartijen wisselen af met plotse pianissomo’s, heftige zinnen voor de cello die alleen zang toelaten voor wie het opmerkt. Dit stuk heeft meer te bieden dan bij de eerste beluistering blijkt. . Zingen, maar dan héél fijntjes, heel zachtjes, mag de cello in het langzame, rustige deel dat zo uitloopt tot de slotnoten. Dit is wel degelijk een compositie waar je de grootste talenten kan in herkennen.
Fang Man (°1977) – Four Odes to the Tidings of Flowers
Hier en daar legt de celliste muzikale accenten in dit werk dat er blijkbaar te weinig ruimte aan geeft. Technisch is Zaitseva helemaal op punt. De cello krijgt al snel een solopartij waar Maria Zaitseva zich degelijk bij inleeft. Het orkest onderdrukt een beetje de celliste in de tuttipartijen en felle fortissimo’s. Soms komt er in een wat meer zingende zin gevoeligheid naar voor. Het esthetisch element in dit werk haalt Zaitseva niet naar boven. Het orkest overstemt te veel de cello in een behoorlijk lang durende compositie. Helemaal gelukkig zijn we niet met deze uitvoering.
Henri Dutilleux (1916-2013) – Tout un monde lointain
Met veel warmte zet Maria Zaitseva dit zelden uitgevoerd werk in. Voor velen is het een ontdekking. De langere solo inzet, met beperkte achtergrond invulling van het orkest, is niet altijd even toonzuiver. Da’s jammer. Raken doet de celliste mij niet. Ondanks haar kunde en inzet, techniek en beheersing van het instrument en absolute kennis van de partituren, lijkt met “het” te ontbreken. De muzikale diepgang is er en is er niet. Er zijn zovele kansen in dit werk om je als een groot musicus te bewijzen, maar die komen onvoldoende aan bod.
Fang Man (°1977) – Four Odes to the Tidings of Flowers
Met stevige overtuiging zet Lionel Martin in en weet meteen de luisteraar mee te slepen. Hij accentueert sterk en we horen een heel ander werk. De muze spreekt. Zelfbeheersing, technische perfectie, toonzuiver over heel te lijn, ademend, Zijn visie van dit opgelegd werk is uitdagend. De kwaliteit van heel de uitvoering is dermate dat je niet meer woorden nodig hebt om ze te beschrijven: herbeluisteren is de beste tip en dat kan via de website van de KEW.
Antonín Dvořák (1841-1904) – Concerto n. 2 in b op. 104 B 191
Een droom, niet alleen omwille het romantische karakter van dit rijke concerto, maar in alles wat deze cellist uit het instrument haalt, blijkt een rasmuzikant die boven vele anderen staat. Het orkest, dat helaas wat zwak inzette, laat zich meeslepen en speelt met een opmerkelijk rijker kleurenpalet. De kracht van ware solisten heeft altijd weer zo’n effect op orkesten. Martin neemt, zonder poeha, de leiding over en bepaalt volledig de muzikale lijnen, het tempo, het ademen, het fraseren. Zijn strijkstok, zeer zuiver beheerst met brede bogen, laat uit de cello de ziel van niet alleen Martin zelf, maar ook en vooral die van Dvořák horen. Je wordt stil van zijn emoties die hij in heel zijn wezen uitstraalt. Soms zou je bij het beluisteren van dergelijk geïnspireerd musicus naar een zakdoek willen, of moeten?, grijpen… Dit is een concert en geen wedstrijd meer…







