Tweede halve finaledag – namiddag
We hebben geluisterd naar hetzelfde Concert in C-groot op. 4 van Anton Kraft dat het Orchestre Royal de Chambre de Wallonie telkens met hetzelfde enthousiasme en professionaliteit ten gehore brengt onder leiding van dirigent Vahan Mardirossian, die alle kandidaten ijverig ondersteunt. Na de pauze volgden twee recitals.
programma
Anton Kraft (1749-1820) – Concerto in C op. 4
Orchestre Royal de Chambre de Wallonie, dir. Vahan Mardirossian
Hij lijkt podiumervaring te hebben en speelt met passie het concert van Anton Kraft, met een openingsdeel – I Allegro aperto – in hoogklassieke vorm, verweven met virtuoze passages die uitstekend zijn benaderd en uitgevoerd. In het II. Romance-Andante wordt de lyrische klank van de cello verder verkend en de behendigheid in het omgaan met technische moeilijkheden komt vooral tot uiting in het III. Rondo (Alla Cosacca), met meer dynamische bewegingen, afwisselingen, frequente dubbelgrepen, glissando’s en alle cello strijktechnieken.

programma
Anton Kraft (1749-1820) – Concerto in C op. 4
Orchestre Royal de Chambre de Wallonie, dir. Vahan Mardirossian
Hij legt veel vastberadenheid aan de dag in zijn uitvoering van het concert van Anton Kraft. Met zijn indrukwekkende podiumprésence, kalm en beheerst, lijkt hij alle uitdagingen van het wedstrijdprogramma met gemak te overwinnen. Uit zijn muziekstijl blijkt duidelijk dat hij al op jonge leeftijd in een rijke muzikale omgeving is opgegroeid, die hem alle kansen heeft geboden. De kwaliteit van het instrument leverde een belangrijke bijdrage aan het totale optreden.
We kwamen erachter dat hij op driejarige leeftijd met muziekles begon, dat hij vroeger op een Vuillaume-cello speelde en dat hij nu een instrument bezit dat is gebouwd door de Cremonese meester Nicola Bergonzi.µ

Henri Dutilleux – Trois Strophes sur le nom de Sacher
Harold Noben – Caffeine
Francis Poulenc – Sonate voor cello en piano FP 143
Thomas Hoppe, pianobegeleider
Zijn interpretatie getuigt van een subtiliteit die voortkomt uit ervaring met uiteenlopende culturele omgevingen, gefilterd door reflectie op het muzikale repertoire. De diepte en het karakter van het instrument komen tot uiting in de chromatische passages. En heel goede balans en controle bij het strijken, meesterlijk gevoel voor timing en techniek, een onberispelijke intonatie, vloeiendheid en veelzijdigheid.

Frédéric Chopin – Introduction et Polonaise brillante in C op. 3
Robert Schumann – 5 Stücke im Volkston op. 102
Harold Noben – Caffeine
Sarah Zajtmann, pianobegeleider
Dinsdag 12 mei 2026 – Studio 4 (Flagey) – 20:00
Hoewel hij aan de wedstrijdvoorwaarden voldoet, overschrijdt hij alle gevestigde grenzen. Hij beschikt over een buitengewone rijkdom aan innerlijke begaafdheid en kracht, waardoor hij de indruk wekt dat hij en zijn cello geen grenzen kennen. Als geboren musicus lijkt hij rechtstreeks uit de wereld van de briljante klankkleuren te komen, waaraan hij een stem geeft. Is hij een fenomeen? We moeten ons onthouden van waardeoordelen, maar het is soms moeilijk om op de beslissing van de jury te wachten.



