Yunah’s toren van Babel

Dit sprankelende aperitiefconcert in het Theatercafé van het Fakkeltheater was andermaal een voltreffer door de interessante selectie van vocale en instrumentale nummers in een veellagig programma. Klassiek geschoolde sopraan Lissa Meyvis is de zingende gastvrouw en omringt zich met zowel bekend als jeugdig talent van oktober tot mei, telkens op de tweede zondag van de maand. 

 Een bijzonder aangename formule met een grote aantrekkingskracht. Ze deelde dit keer het podium met de 26-jarige celliste Yunah Proost. Niettegenstaande haar jonge leeftijd kan ze al uitpakken met een impressionante portfolio. Ze behaalde aan het conservatorium van Antwerpen haar Bachelor en Master graad en schaafde nadien haar talent bij in Londen bij David Cohen en bij Gabriel Swabe in Maastricht voordat ze naar Zwitserland verhuisde om een postgraduaat te volgen bij Roel Dieltiens aan de Zürcher Hochschule der Künste. Pianovirtuoos Lester Van Loock is inmiddels een vaste waarde geworden bij deze concerten, hij begeleidt en soleert.

De kracht van eenvoud

Een concert zonder tierlantijntjes. In dit intiem kamerconcert staan de stem en instrumenten centraal. Een gevarieerd programma met voor elk wat wils, maar altijd stijlvol met bekend werk maar ook minder bekende pareltjes uit de rijke muziekliteratuur.

Als openingsnummer werd gekozen voor Tower of Babel van Sir Elton John. Celliste, Yunah Proost, neemt de eerste noten voor haar rekening en zet streelzacht in, Lissa zingt en pianist Lester Van Loock valt fortissimo in. Zo hebben ze meteen de volle aandacht van het publiek. Ongewoon voor een zondagmorgen, maar daarom niet minder gesmaakt zingt gastvrouw Lissa twee slaapliedjes. Het eerste Wiegeliedje van de Vlaamse componist Lodewijk Mortelmans, tekst Guido Gezelle, gevolgd door het Amerikaanse The Little Horses. Daarna een instrumentaal intermezzo Fantasiestücke van Robert Schumann in een arrangement voor cello en piano in drie delen: het eerste dromerig en melancholisch, het tweede energetisch en het derde duwt de vertolkers naar hun limiet. Lissa is weer aan de beurt met een prachtig nummer van Charles Aznavour Mon émouvant amour. Een lied dat gaat over een geliefde die doof is, leeft in de stilte. De minnaar wil haar taal spreken. Elk woord, elke zin, weet Lissa op een unieke en sobere manier betekenis te geven. Het eerste deel zingt ze gewoon, in het tweede deel vertaalt ze elk woord met gebarentaal. Haar delicate inleving met een ontroerende fijngevoeligheid gaat recht naar je hart. Een vertolking die door de puurheid aangrijpt. Het is even een krop in de keel doorslikken. Yunah speelt vervolgens The Girl from Schariz een Perzisch volkslied van Reza Vali. Ze ontlokt haar instrument golvende klanken die je niet zozeer met een cello associeert, eerder doen denken aan de typische klank van een oed. Een straf staaltje van vakmanschap. Van Perzië gaat het naar Argentinië met het lied Alfonsina y el mar van Ariel Ramirez. Een lied dat deel uitmaakt van de nationale folklore. Een vrouw heeft donkere gedachten en wordt aangetrokken door de diepte van de zee. Een gevoelvol samenspel tussen zang en cello. Instrument dat deze keer niet bespeeld wordt met de strijkstok maar met de hand als een contrabas. Het eerste deel wordt afgerond met Pohàdka III van Leoš Janáček. Een verhaal over een koning. Het klinkt vrolijk maar heeft een weemoedige ondertoon. Zoals in alle sprookjes zit er iets wrang in.

2de deel

Het tweede deel wordt ingezet met een nummer uit het Franse repertoire, een kort fragment uit Elégie van Jules Massenet.

De muziek van Bach is tijdloos, overstijgt modes en trends. Zijn cellosuites behoren tot het Oude Testament van de celloliteratuur. Unah Proost koos voor Suite nr 1 in G , met de delen “Allemande”, “Sarabande” en “Gigue”. Ze speelt vol expressie in vloeiende bewegingen. Gevolgd door een pittig liedje Das Veilchen, getekend Wolfgang Amadeus Mozart. Lester Van Loock pakt uit met Hongaarse rapsodies nr 2’van Franz Liszt, een heuse energiebom. Deze volksmuziek is deels melancholisch, deels vrolijk en spitant. Liszt is een fantastische componist en Lester Van Loock een grandioze vertolker. Na het vuurwerk van Lester Van Loock volgt een sfeervolle en bezadigde compositie van Chopin voor cello die hij componeerde voor een vriend. Lissa Meyvis zingt een compositie van Leonard Bernstein uit 1944 geschreven voor een musical Dream with me.

Musical die evenwel nooit het voetlicht zag! Dan is het weer de beurt aan de instrumentalisten. Er wordt even stil gestaan bij de oorlog in Oekraïne. Respectvol wordt een instrumentale versie van hun volkslied gespeeld Shche ne Vmerla Ukrainy i Slava i volia. Als contrast en voorlaatste song een lied van Kurt Weill uit zijn Franse periode, een lied over een verzonnen land ‘Yoykali’ waar alle mensen in harmonie samenleven. Als point final wordt nog eens het Wiegeliedje van Lodewijk Mortelmans hernomen. Het meer dan tevreden publiek dwong nog een toemaatje af. De zaal liep leeg en iedereen kon gaan verder genieten van een heerlijke, zonovergoten lentedag.

Zondag 9 oktober start het nieuwe seizoen van Bellissama dat loopt tot zondag 14 mei.

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: