Verborgen Vlaamse schatten: Peter Aerts herontdekt

Het Vlaams lied blijft altijd wat in de vergetelheid hangen, in de schaduw van das deutsche Kunstlied. Geheel onterecht. Een intiem genre zoals het lied laat ruimte om de mogelijkheden van de taal te verkennen en haar rijkdom muzikaal te etaleren. In de romantische 19e eeuw kozen componisten zoals Philippe Vanden Berghe (1822-1885), Peter Benoit (1834-1901) en Jan Blockx (1851-1912) voor gedichten van eigen schrijvers in de volkstaal. Hoewel het  fenomeen slechts in de marge leefde, bleven ook tijdens de 20e eeuw componisten volop geloven in de muzikale mogelijkheden van de Nederlandse taal. Een van de drijvende krachten was Peter Aerts (1912-1996).

Vandaag 110 jaar geleden werd toondichter Peter Aerts (1912-1996) geboren. De perfecte gelegenheid om deze componist van eigen bodem eens extra in de bloemetjes te zetten.

Peter Aerts aan de piano
vermoedelijk in het Vlaams Huis op ’t Kiel (eind jaren 20-begin jaren 30)

Peter Aerts werd in een muzikale familie geboren. Al op jonge leeftijd was hij omringd door muziek. Aerts genoot zijn eerste pianolessen bij zijn tante Jozefa Aerts (1872-1958). Zijn eerste ‘officiële’ studies begon hij aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium van Antwerpen. Na een pauze vanwege financiële redenen hervatte Aerts zijn muziekstudies aan het conservatorium en behaalde hij de eerste prijs voor notenleer (1936) en de tweede prijs voor harmonie (1943).

In de periode dat Peter Aerts zijn studies afwerkte, groeide hij reeds uit tot een belangrijke figuur voor het muziekleven in en rondom Antwerpen. Zo volgde hij in 1932 componist-dirigent Jef Van Hoof (1886-1959) — tijdgenoot van August De Boeck en Lodewijk Mortelmans — op als begeleider van het gemengd koor Kunst en Vermaak in Borgerhout. Onder de leiding van Aerts boekte dit koor tijdens de jaren ’30 grote successen. In 1939 werd Aerts dirigent van het Sint-Niklase koor ‘Jonc Vlaems Vri Vlaems’. Als pianist bouwde hij een carrière op als begeleider van zangers en zangeressen. Dit zowel op concerten, voor plaatopnamen en radiouitzendingen.

dirigent van het koor “Kunst en Vermaak” (Borgerhout, begin jaren 30)

Een belangrijke figuur voor Peter Aerts’ muzikale taal was Jef Van Hoof (1886-1959). Vermoedelijk leerden deze twee componisten elkaar omstreeks 1930 in Borgerhout kennen. Er was meteen een klik en wederzijds respect. Samen trokken ze als advocaten van de Vlaamse muziek voor muziekavonden en recitals doorheen het gewest. Liederen begeleid door piano stonden hierbij op het programma. Later herwerkte Aerts verscheidene van zijn eigen maar ook van Van Hoofs liederen tot orkestrale versies.

Naast een professionele relatie ontwikkelden Aerts en Van Hoof ook een vriendschappelijke relatie. Ze ontmoetten elkaar op regelmatige basis in het Spokenhof, de culturele hub van Antwerpen waar de kunstenaarskring rond Van Hoof zich thuis voelde. Aerts werd in de groep opgenomen en leerde onder andere Edgar Denhaene (journalist bij De Volksgazet en librettist van Groen en Grijs), Prosper Verheyden (kenner van oude handschriften) en Emmanuel De Bom (auteur en journalist) kennen. Het is ook in het Spokenhof dat Aerts zijn vrouw Angelina van de Cruys leerde kennen.

Het toondicht kent een speciale plaats in zijn oeuvre. Wellicht onder invloed van zijn goede vriend Van Hoof ontwikkelde Aerts een voorliefde voor het lied. Aerts startte een zoektocht naar de muzikale mogelijkheden en de grenzen van de menselijke stem. Alles bij elkaar componeerde hij meer dan honderd kunst-, kinder- en geestelijke liederen en liederen in de volkstrant. Dit zowel op Nederlandse als op Duitse, Franse, Engelse en Zuid-Afrikaanse teksten. In zijn liederen vertrok hij uit de mogelijkheden van de tekst en de muzikale rijkdom van de taal. De vocale partij werd steeds vergezeld van een instrumentale begeleiding  die de vocale lijn complementeerde. Als veelgevraagd begeleider bij liedrecitals wist Aerts de pianopartij van extra lyriek, een rijke harmonie die de grenzen van tonaliteit opzocht en laat-romantische gestiek te voorzien. Deze kleurrijke taal vertaalt zich ook in de latere orkestrale versies. Met nog meer timbremogelijkheden schilderde hij de woorden in muzikale klanken.

Naast liederen componeerde Aerts ook andere muziek voor andere genres. Hij componeerde de burleske opera Groen en Grijs (1953) op libretto van Edgar Denhaene, verscheidene koorwerken, werken voor solopiano, beiaard, kamermuziek, symfonische werken, fanfare en de mis Missa Angelorum. Voor zijn koorcompositie Uchtend-Hymne (1955) behaalde hij de Provinciale Prijs voor Muziek van de provincie Oost-Vlaanderen en met Metamorfozen (1978) de Prijs voor Beiaardcompositie van de stad Mechelen. Sommige van zijn composities schreef Aerts onder het pseudoniem Piet Pech. Deze naam koos hij omdat het ongeluk hem altijd wist te vinden.

M.Byttebier samen met A.v.d Cruys, Edgar Denhaene (librettist Groen en Grijs) en Magda de Groodt

Vrijwel de volledige nalatenschap, waaronder partituren in handschrift, schonk de dochter Helena Aerts aan Vlaamse onderzoeksinstellingen. Sinds 2004 bewaart de bibliotheek van het Koninklijk Conservatorium het merendeel van Aerts’ composities. Maar in de archieven van deze bibliotheek worden deze werken vergeten. Muziek hoort geen stof te vangen maar hoort te klinken!

Slechts weinige werken worden nog uitgevoerd en nog minder zijn er beschikbaar in opnamen. Gelukkig worden toch af en toe nog eens een aantal partituren vanonder het stof gehaald, waaronder het autografisch handschrift van In Flanders Fields onder het label Phaedra (1), gewijd aan muziek van eigen bodem. In dit opmerkelijke lied geeft Aerts de oorlogspoëzie van John McCrae uit 1915 een sterk expressieve zanglijn. Met opmerkelijke zorg voor tekstplaatsing en frasering komt het gedicht tot leven. De innerlijke muzikaliteit van McCrae’s tekst treedt naar voren. Aerts luistert naar hoe de woorden zingen en vertaalt deze in klanken en kleuren voor stem en orkest. Zijn orkestrale stijl doet denken aan de manier waarop Gustav Mahler en Hugo Wolf de laat-romantische dramatiek naar de 20e eeuw vertaalt. Aerts speelt met de tonale grenzen terwijl hij expressionistisch met de klankkleuren van het orkest schildert. Diepe tristesse en lichthartige humor zijn hierbij met elkaar vervlochten. Het resultaat is een ingrijpend en subliem geheel. De Nederlandse tenor Peter Gijsbertsen brengt in deze Phaedra-uitvoering een aangrijpende vertolking en weet de tekst met gepaste expressie en intensiteit te zingen.

Dit lied is ook te beluisteren in de oorspronkelijke versie met piano, gezongen door de sopraan Ann De Renais begeleid door haar echtgenoot Daniël Schroyens aan het klavier. Dochter Helena Aerts bracht in 2017 dit werk in eigen beheer op cd uit, samen met andere bewonderenswaardige Duitse en Nederlandse toondichten, zoals Moederken en Droefgeestigheid.

(1) Flanders Fields’ orkestratie is opgenomen dankzij Jan Dewilde in Musikproduktion Höflich München in de reeks the flemish Music collection

Volg ons op social media