Naar de inhoud
Dit is een volledig nieuwe website, vond u een bug, stuur ons een email op bestuur@klassiek-centraal.be
Recensie

Rex Regum: een keizerlijke kerst in Den Bosch

Hoe een keizerlijke aanval van jicht een kerstfeest voor de eeuwigheid opleverde.

D
· 5 min lezen
Deel dit artikel
Rex Regum: een keizerlijke kerst in Den Bosch

December 1545. Terwijl de winterkou zich vastzet rond de muren van ’s-Hertogenbosch, strompelt de machtigste man van Europa de stad binnen. Karel V, onderweg naar Utrecht voor een kapittel van de Orde van het Gulden Vlies, wordt geveld door een nieuwe aanval van jicht. Wat een korte tussenstop had moeten zijn, groeit uit tot een verblijf van bijna een maand. Zo gebeurt het dat keizer, hofhouding, leden van de Illustere Lieve Vrouwe Broederschap en de inwoners van Den Bosch samen kerst vieren in de Sint-Jan.

Bijna vijf eeuwen later levert die pijnlijke voet ons een van de meest intrigerende muzikale kerstreconstructies van de voorbije jaren op.

Wie Rex Regum beluistert zonder de omkadering te kennen, zou zich misschien kunnen afvragen waar de luisterrijke pracht van het keizerlijke hof gebleven is. Ik betrapte mezelf alvast op die gedachte. Een bezoek van Karel V roept beelden op van trompetgeschal, processies, banieren, rinkelende sporen, schalmeien en pauken. En inderdaad: bij zijn aankomst werd de keizer verwelkomd door stadsmilities, gilden, 120 fakkeldragers, vijf trompetters en tien trommelaars.

(c) Harold de SmetMaar na lectuur van het uitstekende begeleidende boekje, en vooral van de kleurrijke tekst van Jennifer Bloxam, werd duidelijk welke keuze Cappella Pratensis hier bewust heeft gemaakt. Men probeert niet de volledige geluidswereld van Den Bosch in december 1545 te reconstrueren, maar wel de muziek van de kerstmis die op 25 december in de Sint-Jan kan hebben geklonken. Dat is een wezenlijk verschil. Wat de bronnen ons hebben nagelaten zijn immers vooral gezangen en polyfonie uit de beroemde Bossche koorboeken; van veel instrumentale muziek is eenvoudigweg niets overgeleverd. De paradox is bekend: hoe historisch zorgvuldiger een reconstructie wordt, hoe minder spectaculair ze voor moderne oren soms lijkt.

Het begeleidende boekje is overigens een genot om lezen. Bloxam schetst niet alleen de historische context, maar brengt de luisteraar ook helemaal in de denkwereld van de tijd. Haar beschrijving van de kerstmorgen van 1545, met de luidende Salvator-klok, de zangers die rond hun koorboek verzamelen en de onverwachte ontmoeting tussen de lokale broederschap en de keizerlijke hofkapel, leest bijna als een novelle. En wanneer ze aan het einde mijmert over de oude Karel V die jaren later in zijn afgelegen klooster van Yuste misschien nog eens met weemoed terugdacht aan die kerst in Den Bosch, dan lijkt dat helemaal niet vergezocht.

Centraal op de cd staat de Missa Fit porta Christi pervia van Jheronimus Vinders, een componist die voor velen, waaronder ondergetekende, eerder een onbekende naam zal zijn. Dat maakt deze opname des te interessanter. Over zijn leven weten we opvallend weinig. Zijn enige gedocumenteerde functie was een kort dienstverband als zangmeester van een Maria-broederschap in Gent. Toch blijken drie van zijn vier overgeleverde missen enkel in Bossche bronnen bewaard te zijn gebleven, wat wijst op een bijzondere band met Den Bosch en de Lieve Vrouwe Broederschap.

Vinders blijkt bovendien een componist van formaat. Zijn stijl ademt de invloed van Josquin des Prez, met verfijnde imitatie, een natuurlijke tekstbehandeling en een indrukwekkend gevoel voor het “polyfone gebouw”. De mis ontvouwt zich als een polyfoon labyrint waarin de kersthymne voortdurend opduikt als een vertrouwde wegwijzer.

Daarnaast horen we muziek van Nicolas Gombert, gregoriaans, anonieme kerstliederen en orgelbewerkingen van Antonio de Cabezón. Gomberts prachtige O magnum mysterium is misschien wel de meest directe muzikale link met de keizerlijke entourage. Ironisch genoeg was Gombert tegen 1545 al uit de gratie gevallen en tot de galeien veroordeeld wegens feiten die hem in ongenade deden vallen, al wist hij uiteindelijk opnieuw Karels gunst te verwerven. Het zet onwillekeurig aan tot nadenken over hoe wij vandaag omgaan met kunstenaars die in ongenade zijn gevallen.

Die andere directe verbinding met het hof van Karel V vinden we bij Antonio de Cabezón. Als hoforganist reisde hij jarenlang met de keizer mee door Europa. Zijn bewerkingen van werken van Josquin en Jean Mouton brengen een stukje van de muzikale werkelijkheid van het Habsburgse hof binnen in deze Bossche kerstliturgie.

Het orgelspel van Wim Diepenhorst verdient daarbij een bijzondere vermelding. Niet alleen vanwege zijn virtuositeit, maar ook vanwege het instrument zelf. Voor deze opname werd gebruikgemaakt van het Van Straten-orgel in het Amsterdamse Orgelpark, een uiterst nauwkeurige reconstructie van het orgel dat in 1479 voor de Utrechtse Nicolaïkerk werd gebouwd. Het resultaat is een klankwereld die uitzonderlijk dicht aansluit bij wat Karel V en zijn tijdgenoten mogelijk hebben gehoord.

Ook vocaal stelt Cappella Pratensis opnieuw niet teleur. De tien zangers leveren precies die combinatie van excellentie en toegankelijkheid die het ensemble al jaren kenmerkt. De klank blijft voortdurend transparant, nooit zwaar of academisch. Integendeel: de vele kleine details in de polyfonie nodigen uit tot geconcentreerd luisteren. Dit is geen muziek voor op de achtergrond. Het is een tijdsdocument dat aandacht vraagt en die aandacht vervolgens rijkelijk beloont.

Cappella Pratensis

Ik was bovendien bijzonder gecharmeerd door het Nederlandstalige begin en einde van het programma. Nu sijt willecome opent de cd met een warmte die meteen de juiste kerstsfeer schept. Het slotlied Omnes nu laet ons Gode loven, een heerlijke mengeling van Latijn en Nederlands, beëindigt de opname met een bijna feestelijke uitbundigheid. Beide worden voortreffelijk gezongen en geven de cd net dat extra vleugje kerst. Juist die momenten geven de opname een menselijk en volks karakter. Persoonlijk had ik zelfs graag nog wat meer van die Nederlandstalige kersttraditie gehoord.

Met Rex Regum sluit Cappella Pratensis tegelijkertijd haar indrukwekkende reeks rond de Den Bosch Choirbooks af. Dat deze laatste opname uitgerekend een kerstproject is, voelt passend. Alles begint met Kerstmis en alles eindigt met Kerstmis. Zo hoort het eigenlijk ook.

Bijna tachtig minuten lang slaagt Cappella Pratensis erin een verdwenen wereld opnieuw tastbaar te maken. Niet door te imponeren met spektakel, maar door de luisteraar een plaats te geven tussen de zangers rond het koorboek, ergens in de Sint-Jan op een koude kerstmorgen van 1545. Hoe mooi kan polyfonie zijn!

Details

Wim Diepenhorst
Facebook

Besproken cd

Rex regum - An imperial Christmas - The Den Bosch Choirbooks, Vol. 5

Wim Diepenhorst, organ; Tim Braithwaite; Capella Pratensis

Label
Challenge Classics · CC 72881
Verschijningsdatum
1 september 2026
Volledige fiche →
Deel dit artikel
NL