De Amerikaanse componist John Adams schrijft nooit een opera met zomaar een vrijblijvend verhaal. Opera moet bij hem niet enkel emotioneel aangrijpen, maar vooral onrecht aanklagen; niet enkel het hart, maar vooral het geweten treffen. Dat is in Girls of the Golden West niet anders. Samen met zijn vaste regisseur Peter Sellars, die ook het libretto schreef, slaagt hij daar in, zij het dat de impact wel even op zich laat wachten.

De idee voor de opera kwam eigenlijk van regisseur Peter Sellars, toen hij Puccini’s La Fanciulla del West regisseerde. Hij voelde aan dat de opera een episode behandelt die als een zwarte bladzijde uit de geschiedenis van California kan beschouwd worden. Hij wilde verder onderzoek doen naar de gebeurtenissen in de periode van de Gold Rush in de jaren 1850, met als doel de brutale mishandelingen aan de kaak te stellen door de “native Americans” op de inwijkelingen (vooral zwarten en Mexicanen). Zijn voorstel aan John Adams een opera op het gegeven te componeren, vond onmiddellijk weerklank, temeer dat de componist in de prachtige natuur van de Californische Sierra Nevada woont. Als inwoner van de streek wilde hij de boodschap brengen over de wandaden die er hebben plaatsgevonden. Dat ondertussen de problematiek van Mexicaanse immigranten in de VS actueel werd, was een extra trigger. Sellars titelt dan ook in het magazine van De Nationale Opera: “Deze opera draagt ook het DNA van onze tijd in zich”. De bron voor het libretto zijn hoofdzakelijk de brieven van Louise Amelia Clappe aan haar zus. Zij leefde als echtgenote van een goudzoeker in het gebied en schreef over het harde en brutale leven bij de goudzoekers, een bende avonturiers opgejaagd door hebzucht. Zij is als Dame Shirley het hoofdpersonage in Girls of the Golden West. In de opera is ze naar de Sierra gekomen met Fayette, een sullige dokter (geen zangpartij), met wie ze enkel getrouwd is om in die tijd als vrouw te kunnen reizen. Ze leeft er in de harde mannenwereld, waar uitgebuite inwijkelingen worden afgeranseld – soms tot de dood toe – mannen drinken, vrouwen zich prostitueren en Indianen als wilden worden gedood.

Sobere schijn

Het decor van de opera is heel sober. Op de grote lege scène zijn hoge roestbruine stroken, die eruit zien als stof maar stukken muur blijken te zijn, waarin soms deuren zitten. Ook een grote oude zwart-wit foto van de Californische Sierra Nevada wordt soms getoond. Tegen die achtergrond worden wisselende decorstukken en rekwisieten geschoven: stoelen, een koffer maar even goed een bar in het eerste bedrijf en in het tweede bedrijf een zwart rotsblok, dat als een soort podium dienstdoet. Een tweede stuk rots staat steil omhoog. Die rotsblokken vind ik maar een lelijk decor. Toch leveren ze op het einde van het stuk, als de ultieme tragiek toegeslagen heeft en Dame Shirley ondanks alles de moed heeft het Californische berglandschap te bewonderen, het mooiste beeld op van de opera: met een verwijzing naar de “Goldrush” worden ze belicht tot een prachtige gouden schijn. De kostuums zijn trouw aan de epoque gehouden, met het mannenkoor in gouddelversplunje en de dames soms in knappe couturejurken.

Uitgestelde spanning

De opera heeft zeker een verhaal dat kan aangrijpen –  en naargelang hij vordert gebeurt dat ook. Wat ik jammer vind, is dat er geen doorlopende verhaallijn in zit, en je dus ook geen enkel personage in een evolutie naar tragiek toe volgt. De opera is opgedeeld in korte episodes, die bijna als een “nummeropera” op elkaar volgen. Hij begint met de aankomst van Dame Shirley en haar begeleider Fayette, wat helemaal geen boeiend stuk is en met de opgezette muilezel die op de scène gereden wordt, zelfs aan het belachelijk grenst. We maken kennis met het Chinese hoertje Ah Sing. In een volgende scène wordt Josefa, een knappe Mexicaanse vrouw, bijna verkracht door de dronken Joe. Ned, een Afro-Amerikaanse kerel, bespreekt de toenemende brutaliteit in de gemeenschap en vertroetelt Shirley met een fictief diner, een scène die je maar best als grappig opvat om het niet ook ridicuul te vinden. Zo hebben we in het eerste bedrijf al wel met de belangrijkste personages kennisgemaakt en een beetje van de sfeer opgesnoven, maar verder niets ervaren dat aangrijpt. In het tweede bedrijf zit er wel vaart, en daar vallen ook de gebeurtenissen die voor tragiek en voor steeds meer spanning zorgen. Tenminste na het feest van de Fourth of July, en dus na de dwaze danspasjes van de majorettes (misschien te interpreteren als ironie op het Amerikaans chauvinisme?) en het stukje met Dame Shirley als Lady Macbeth, die toneelmatig even de touwtjes in handen houdt en profetisch zinspeelt op een moord. De feestelijkheden van de Fourth of July, worden door de Amerikaanse goudzoekers extra aangegrepen om te drinken, uitbundig te zingen en wie niet wit is extra te vernederen. In dit tweede bedrijf escaleren de wreedheden. Eerst is er de arrestatie van de Afro-Amerikaan Ned, de vriend van Shirley. Dan is er de dood van Joe, die Josefa probeerde te verkrachten, maar in haar verweer tegen hem heeft ze hem neergestoken. Shirley neemt het voor haar op in een mooi duet. Josefa heeft dan een prachtige scène – de mooiste van de hele opera – waarin ze zich verdedigt, maar ze wordt toch terechtgesteld. Dan volgt de epiloog door Dame Shirley.

Suggestieve waarde

Is het verhaal vrij mager en sleept het zich wat voort, de eenvoud in de regie van Sellars heeft een positieve tegenpool, namelijk de suggestieve waarde. Zo evoceert hij meer dan hij direct toont. Om maar een paar voorbeelden te noemen: Sellars vermijdt in zijn regie naaktheid om seksualiteit te tonen, als iemand afgeranseld wordt zie je enkel armbewegingen, geen stokken of zwepen. De executie van Josefa door de strop, is eerder gesuggereerd dan uitgebeeld. Ook in de confrontatie tussen Dame Shirley en Ned of Ah Sing, zit meer suggestie dan realiteit. Het geeft niet alleen voedsel aan de verbeelding van de toeschouwer, maar het sluit ook naadloos aan bij de suggestieve muziek van John Adams, die met een wonderlijk palet van instrumentale klanken auditief ontzettend veel teweegbrengt en diep doordringt. Ontsnap je geregeld aan het verhaal, aan de muziek ontsnap je nooit, ze houdt je continu bij de les met allerlei ritmische pulsen. Zeker geen “gewone” repetitieve muziek, maar veel minder eentonig en van een boeiende complexiteit. Dirigent Grant Gershon verricht wonderen met het eens te meer fantastische Rotterdams Filharmonisch Orkest, dat niet enkel super-dynamische momenten maar her en der ook lyrische passages speelt. Je hoort tonen in de blazers, bassen of slagwerk die je nooit eerder hoorde en die wonderwel bij de emotie passen en die accentueren.

De zangers zijn uitgelezen gecast. Julia Bullock is een warme en charismatische Dame Shirley met zowel kracht als zachtheid in de stem. Ronduit schitterend is de prestatie van J’Nai Bridges als Josefa. Niet alleen acteert ze haar partij van verontwaardigde en zelfzekere Josefa met trots, maar ze zingt ze ook met ongelooflijke overredingskracht. Haar slottafereel net voor haar executie is ronduit ontroerend en evenaart de sterkste belcanto-aria. Ned Peters (Davóne Tinnes) heeft een paar mooie overtuigende solopassages en ook in het duet met Julia Bullock is hij warm en geëngageerd. Ah Sing krijgt met Hye Jung Lee een regelrechte coloratuursopraan en Joe Cannon wordt sterk vertolkt door Lucas van Lierop, een zanger van De Nationale Opera Studio die in deze voorstelling Paul Appleby vervangt – en met glans! Het Koor van de Nationale Opera krijgt ruim zijn aandeel met de liederen van de gouddelvers, waarvoor de librettist teruggrijpt naar de authentieke liederen uit 1850. In hun gouddelversplunje en met houweel en hakbijl, vertolkt het Koor ze met verve. Vermelden we tot slot nog dat geluidseffecten gerealiseerd zijn door Mark Grey, de componist van wie momenteel in de Munt de opera Frankenstein loopt.

Dankzij het sterkere tweede deel is deze Girls of the Golden West al bij al een boeiende voorstelling die voor mij toch niet de sterke impact bereikt van The Death of Klinghoffer, de opera van John Adams die in 1991 gecreëerd werd in de Muntschouwburg in Brussel. Ik dacht ook even terug aan Gershwins Porgy and Bess, hoe verschillend ook: toevallig dat ik net als bij mijn vorige bezoek aan De Nationale Opera in Amsterdam een opera zag met een sterke verbondenheid met de Amerikaanse maatschappij en een kritische insteek over discriminatie.


  • WAT: Girls of the Golden West | John Adams (°1947)
  • REGIE: Peter Sellars
  • STEMMEN: Julia Bullock, Davóne Tines, Lucas van Lierop, Hye Jung Lee, J’Nai Bridges, Elliott Madore
  • ORKEST: Rotterdams Philharmonisch Orkest & Koor van De Nationale Opera o.l.v. Grant Gershon
  • WAAR: De Nationale Opera, Amsterdam
  • WANNEER: zondag 17 maart 2019
  • FOTO’S: © Petrovsky & Ramone