Naar de inhoud
Dit is een volledig nieuwe website, vond u een bug, stuur ons een email op bestuur@klassiek-centraal.be
Recensie

Muziek als ontmoeting

W
· 5 min lezen
Deel dit artikel
Muziek als ontmoeting
© Asociación Belgo-Ibero-Americana vzw

Al 95 jaar is de Asociación Belgo-Ibero-Americana (ABIA) een plaats waar culturen elkaar ontmoeten. De vereniging werd in 1931 opgericht om de culturele banden tussen België en de Iberische en Ibero-Amerikaanse wereld te versterken. Dat gebeurt niet alleen via lezingen en gesprekken, maar ook via film, theater en muziek. Die brede werking maakt van ABIA meer dan een vereniging die activiteiten rond een bepaalde regio organiseert. Het is vooral een plek waar mensen via cultuur met elkaar in contact komen. Muziek neemt daarin een bijzondere plaats in: ze heeft geen vertaling nodig en kan tegelijk iets vertellen over een tijd, een land en een traditie. Het concert van 7 oktober kreeg daardoor een dubbele betekenis: het was de opening van het nieuwe seizoen én een muzikale viering van 95 jaar ABIA.

Voor die gelegenheid nodigde ABIA Cord’e fori uit, een ensemble dat muziek uit de voorbije eeuwen speelt op historische instrumenten en volgens de uitvoeringspraktijk van toen. Met onder meer viola da gamba, blokfluit, (aarts)luit en basso continuo biedt de bezetting volop afwisseling in kleur en klank. Na eerdere programma’s met Duitse en Franse muziek richtte het ensemble de blik nu op Spanje en Latijns-Amerika.

De muzikale reis verliep in vijf delen en voerde langs verschillende oude liedboeken. Het eerste deel putte uit het Cancionero de la Colombina, gevolgd door muziek uit het Cancionero de Upsala, met naast anonieme werken composities van Mateo Flecha de Oudere en Juan Vásquez. Via verschillende Catalaanse liederen verschoof het programma vervolgens naar een andere regionale traditie. Het vierde deel was gewijd aan het Cancionero musical de Palacio, met onder meer muziek van Juan del Encina en Juan de León. In het slotdeel ging de reis verder naar Latijns-Amerika, met werken uit diverse liedboeken en composities van onder anderen Juana Inés de la Cruz, Juan García de Zéspedes en Tomás de Torrejón y Velasco.

De stem van de instrumenten

Opvallend aan de uitvoering was dat Cord’e fori de liederen volledig instrumentaal bracht. Dat is geen vanzelfsprekende keuze voor repertoire waarvan melodie en tekst zo nauw met elkaar verbonden zijn. Toch bleek de afwezigheid van de zangstem nauwelijks een gemis. De instrumenten namen de melodie over en gaven ze een eigen karakter. De korte inleidingen vertelden waar de liederen over gingen; de muziek liet het horen.

Dat werkte erg goed bij de speelsere liederen. Wanneer de musici uitlegden waarover een tekst ging, kon je die informatie tijdens het luisteren als het ware horen in de instrumentale uitvoering. De soms ondeugende teksten kregen zo geen letterlijke vertaling, maar een muzikale tegenhanger.

Daarbij hielp het instrumentarium zelf. De verschillende fluiten, viola da gamba’s, luit en basso continuo zorgden voor een steeds wisselende klank. Subtiel slagwerk voegde daar op sommige momenten een extra ritmische impuls aan toe. De klank bleef helder en transparant, en de instrumenten gingen voortdurend met elkaar in dialoog.

Dat samenspel is een van de sterke punten van Cord’e fori. De musici zijn duidelijk goed op elkaar ingespeeld: je zag ze voortdurend met een glimlach naar elkaar kijken, even samen tellen, even samen een rust nemen. Ritmische patronen kregen daardoor een dansante beweeglijkheid, terwijl meer verstilde passages ruimte lieten voor de klank van de afzonderlijke instrumenten. Het plezier van het samen musiceren was niet alleen hoorbaar, maar ook zichtbaar.

De muziek zelf bleek ondertussen veel minder eenduidig dan het etiket ‘Spaanse muziek’ misschien doet vermoeden. Tussen de renaissance- en vroegbarokke klanken klonken ook invloeden die aan de Moorse en oriëntaalse muziektradities deden denken. Spanje verscheen daardoor als een gebied waarin verschillende culturen en muzikale tradities elkaar hebben geraakt.

Een reis door de liedboeken

Uit het programma licht ik enkele liederen uit. De Catalaanse liederen vormden een vanzelfsprekend scharnier. La filadora, Villancico Baile de nadal en La mariagneta brachten andere sferen, maar het spannendst was El cant des ocells. De verschillende vogelsoorten kwamen via de instrumenten tot leven. Het stuk kreeg iets speels en lichts, maar bleef tegelijk verfijnd. Hier werd bijzonder duidelijk hoe weinig Cord’e fori de menselijke stem nodig had om een muzikaal verhaal te vertellen.

Ook Cucú, cucú van Juan del Encina liet die speelsheid horen. Het koekoekgeluid werd door verschillende instrumenten nagebootst, wat het werk een guitige lichtheid gaf. Fata la parte, eveneens van del Encina, sloeg vervolgens een heel andere toon aan en riep een meer droefgeestige wereld op. Het contrast tussen beide stukken was veelzeggend: dit repertoire kan binnen enkele minuten van speels naar melancholisch kantelen.

In het laatste deel verschoof het programma naar Latijns-Amerika. Daar kwamen opnieuw andere instrumentale combinaties aan bod. De werken van Juana Inés de la Cruz, Juan García de Zéspedes en Tomás de Torrejón y Velasco verbreedden de muzikale horizon nog verder. Cachua de la serranita vormde een speelse afsluiter van de avond.

Zo opende het programma een brede muzikale wereld waarin Spanje, Catalonië en Latijns-Amerika elk hun eigen stem lieten horen: ingetogen en uitbundig, melancholisch en speels. Het publiek liet zich graag meenemen en reageerde na afloop warm.

Voor ABIA was dat een passende manier om 95 jaar geschiedenis te vieren. De vereniging wil mensen en culturen met elkaar in contact brengen; Cord’e fori deed dat deze avond via muziek. Oude liederen werden geen museumstukken, maar kregen opnieuw kleur, beweging en vooral hoorbaar plezier.

Details

Wie
Cord’e fori
Waar
Kerk Verrezen Heer, Berchem
Wanneer gezien
7 oktober 2026
Links
Website
Foto credentials
Asociación Belgo-Ibero-Americana vzw
Deel dit artikel
NL