Gioacchino Rossini’s Il Turco in Italia, toppunt van Rossiniaanse ironie

Il Turco in Italia is zeker de meest spitsvondige opera buffa van Rossini. De voorstelling die de Opéra Royal de Wallonie momenteel presenteert in regie van Fabrice Murgia mondt vooral uit in het blootleggen van het ironische gehalte en treft dus uitstekend de essentie van het werk.

Rossini vat zijn opera op als een stuk in het stuk. De centrale figuur is Prosdocimo, een schrijver die een onderwerp zoekt voor een opera buffa. Tot zijn verbazing en groot geluk stranden een groep zigeuners op het strand van Napels met de ongelukkige Zaida, die verlaten is door haar geliefde, de Turk Selim. De “poeta” vindt daarin zijn onderwerp en laat het verhaal verder afhangen van de verliefdheden en ontmoetingen van de diverse personages. De Turk wordt onmiddellijk verliefd op Fiorilla, de frivole echtgenote van Don Geronio die haar oudere man ook al bedriegt met de jonge minnaar Narciso. Als Selim Fiorilla wil ontvoeren, tovert de poeta een gemaskerd bal uit zijn hoed als oplossing voor de rivalen. Geronio vindt tussen de vele als Fiorilla verklede vrouwen zijn echtgenote en de twee verzoenen zich. Ook Zaida en Selim vinden elkaar terug en vertrekken samen naar Turkije.

© ORW / J. Berger

Opera als geteleviseerde soap

Rossini relativeert als het ware zichzelf als componist door de draak te steken met de auteur van een stuk: een banaal fait-divers wordt uitvergroot tot een drama! De opera is een perfecte illustratie van wat de grote Rossini-dirigent Alberto Zedda (1928-2017) me ooit in een interview zegde: “Dat Rossini die diverse personages en flinterdunne verhaaltjes tot een samenhangend geheel smeedt, is een mirakel. Het bewijst zijn zin voor theater. Rossini is een groot componist maar ook een groot man van het theater.” Parallel met de idee van Rossini stelt regisseur Fabrice Murgia het theater in vraag, door van het verhaal een filmisch spel te maken. 

In zijn regie is de Poeta de regisseur die via een camera de gebeurtenissen op een andere manier observeert. Hij creëert als het ware een filmscenario en in de zijloge van het podium is in een caravan een regiekamer geïnstalleerd van waaruit de beelden vermengd worden met het reële decor. Dat reële decor bestaat uit een grote container waarvan het ene deel de woonkamer van Don Geronio voorstelt en het andere deel een kleedkamer voor acteurs. Een verschuifbare wand toont nu eens het ene deel, dan het andere. De gesloten wand vormt dan een scherm waarop de filmbeelden worden getoond die vaak uitvergrote close ups zijn van de zangers. 

Ook de Turk Selim komt aan in een vrachtwagen die op de zijkant van de scène geschoven wordt en die op de achterkant in grote letters aangeeft: Il Turco Selim! Met die vrachtwagen vertrekt hij op het einde van de opera met zijn terug veroverde Zaida. De illusie van de aankomst van Selim per zeilschip wordt even gesuggereerd door een fantasierijke belichting, bij het koorlied “Voga, voga” en de vaststelling van Fiorilla: “Un naviglio, Turco pare” (een schip, het lijkt een Turk). Het procedé van filmbeelden in opera is uiteraard al geen nieuwigheid meer, maar de verantwoording van de regisseur houdt zeker steek en de toepassing is heel dikwijls ook efficiënt en betekenisvol, maar af en toe begint het toch wel een beetje te vervelen. Bovendien zijn ze af en toe niet helemaal synchroon met het reële beeld van de zangers. Door hun kostuums zagen de zigeuners er eerder uit als Indianen, maar dat deed er weinig toe, de exotische toets was er in elk geval.

© ORW / J. Berger

Wervelende verhaallijn

De theaterman Rossini bouwt zijn verhaal natuurlijk ook op als een werveling van personages die als in een draaikolk heen en weer gesleurd worden tussen hun gevoelens en de realiteit. Ook dat geeft de vlotte wisseling van scènes en filmbeelden weer. Even Rossiniaans is dat de situatie in crescendo opgebouwd is en de verwarring (de typische Rossiniaanse “imbroglio”) steeds erger wordt. De productie heeft dan ook een bezetting samengesteld met zangers die zich in een dergelijk wervelend spel als een vis in het water voelen. Ze beheersen de ambiguïteit van hun rol meesterlijk en spelen ermee, zodat ze nu eens absurd-komisch, dan weer boos, dan weer ontroerend overkomen, maar steeds met overtuiging spelen wat bij de situatie past. 

Vocaal zit er wel wat verschil tussen de zangers. Biagio Pizzuti die de pseudo-auteur Prosdocimo vertolkt, profileert zich terecht als de spilfiguur in het stuk. Zijn heldere bariton heeft de autoriteit om stap per stap het verloop van de intrige te bepalen. Hij beheerst zowel het absurde van de situatie als de diepere inhoud. Bruno de Simone is de perfecte bariton om nu eens het komische, dan weer het zielige van de bedrogen echtgenoot te vertolken. De vocale kunst van Rossini zit zijn stem als gegoten. Naast de centrale figuur van de Poeta is Elena Galitskaya de ster van de voorstelling. Klonk haar hoge sopraan in het begin even bangelijk scherp, ze evolueerde doorheen de opera naar een uiterst soepele stem met duizelingwekkende hoogte. Een bewonderenswaardig coloratuurtalent die in de finale van de opera een acrobatische slotaria ten beste gaf, waarin de versieringen de nuances van haar inzicht in de afloop van de intrige laten horen. Guido Loconsolo zong met passie zijn verleidersrol als onweerstaanbare macho-bariton. Julie Bailly gaf een mooie uitbeelding aan Zaida, jammer dat ze een lelijk vibrato had op haar stem.

© ORW / J. Berger

Ook van het orkest onder leiding van Giuseppe Finzi had ik meer Rossininaase sprankeling verwacht, zeker na hun zo mooie en verfijnde prestatie in Lakmé onlangs in september. Het orkest klonk routineus en de blazers hadden soms onzuiverheden (de hoorns in de ouverture!). Meer finesse had de melodische rijkdom van de partituur ten goede gekomen en de fascinerende belcantozang van Rossini beter tot zijn recht doen komen. Maar in zijn geheel was deze Il Turco in Italia een zeer genietbare voorstelling. Dat bleek ook uit het enthousiaste applaus op het einde.

WAT: Gioacchino Rossini – Il Turco in Italia

WAAR: Opéra Royal de Wallonie Luik

WIE: Giuseppe Finzi [dirigent], Fabrice Murgia [regie] 
STEMMEN: Elena Galitskaya, Bruno de Simone, Guido Loconsolo, Julie Bailly, Mert Süngü, Biagio Pizzuti, Alexander Marev

WANNEER: zondag 23 oktober 2022 – matinee
(nog voorstellingen donderdag 27, zaterdag 29 oktober)

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: