Avec Rhapsodos presenteert harpist Joost Willemze een album dat meer wil zijn dan een recital. De cd, die op 13 maart verschijnt, is opgevat als een persoonlijk artistiek portret: een programma waarin repertoire dat hem gevormd heeft samenkomt met nieuwe composities die speciaal voor hem werden geschreven. Het resultaat is een muzikale reis waarin klank, verbeelding en verhaal elkaar voortdurend raken. In gesprek met Werner De Smet voor Classique Central vertelt Willemze over zijn muzikale wortels, zijn fascinatie voor taal en mythologie en over de harp als een instrument dat verhalen kan dragen.
Toen de harp hem vond
Het begin van Willemzes muzikale pad is bijna anekdotisch eenvoudig, maar tegelijk een speling van het lot. Als zesjarige bezocht hij met zijn moeder de open dag van de muziekschool in Woerden. Op de trap viel zijn blik meteen op het harplokaal: “Er stond daar een kleine troubadourharp, met iets meer dan twintig snaren. Toen ik de glissandi hoorde, had dat iets magisch. Eigenlijk was de keuze meteen gemaakt. Ik denk ook wel eens: ‘Wat als ik die bewuste dag niet tegen de harp was aangelopen? Het lijkt wel een beschikking van het lot dat ik harpist ben geworden.’”
Jaren later beleefde hij een concreet moment waarin hij zich voor het eerst volledig als rapsode voelde: tijdens een uitvoering van Grandjany’s Rhapsodie in een palazzo in Rome raakte hij volledig in vervoering: “Het ging alleen nog om de muziek. Ik fungeerde als een soort medium. Na afloop was ik emotioneel. Dan merk je dat de muziek boven alles kan uitstijgen. Je voelt je echt een dienaar van een groter verhaal.”
Dit gevoel van totale overgave keert steeds terug in hoe hij muziek interpreteert en in hoe hij Rhapsodos als album samenstelde: telkens zoekt hij naar de verbinding tussen individuele stukken en een overkoepelend verhaal.
Tussen oud en nieuw
Willemze noemt zichzelf een muzikale eclecticus, geïnspireerd door filosofen uit de oudheid die ideeën uit verschillende tradities combineerden: “Zo zie ik mijn eigen muziekpraktijk: ik speel wat mij raakt, ongeacht stijl, periode of genre, en zoek mijn eigen kleurenpalet,” legt hij uit. “Ik heb sowieso een aversie tegen dogmatiek en te veel zwart-wit denken. Het is juist mooi om een unieke combinatie van kleurschakeringen voor jezelf te vinden.”
Zijn concertprogramma’s zijn vaak opgebouwd rond een overkoepelend idee dat verschillende werken met elkaar verbindt: “Voor mij is muziek maken ook een vorm van vertellen. Sommige emoties laten zich moeilijk in woorden vatten. Muziek begint waar woorden eindigen.” Tijdens een programma over Orpheus vertelde hij zelf het verhaal in eigen woorden, en enkele van de stukken uit dat concert staan ook op het album.
Wortels en inspiratie
Willemze groeide op in een muzikale omgeving. Zijn broer en zussen hadden al muziekles en op zondagmiddag klonk thuis vaak Bach of Händel. Ook de kerk speelde een belangrijke rol. “Wij gingen elke zondag naar de Petruskerk in Woerden. Als kind hoorde ik daar al de majestueuze klanken van het orgel. Boven dat orgel staat een groot beeld van koning David met zijn harp. Misschien is daar onbewust al een fascinatie ontstaan.”
Religie en spiritualiteit hebben zijn artistieke visie diepgaand gevormd. Jaren later ziet hij religie eclectisch: hij kan tot verstilling komen in kerken in Rome of in boeddhistische of taoïstische tempels, terwijl hij weinig heeft met regels en dogma’s: “Er zijn bepaalde universele waarheden en ideeën in de meeste religies die raken aan de kern van het menszijn. Voor mij als musicus voelt het streven naar het hogere en het schone als een belangrijke opdracht. Soms merk ik dat de muziek alles kan ontstijgen; dat zijn prachtige ervaringen. Zoals Dostojevski schreef: ‘Schoonheid zal de wereld redden.’”
Naast muziek en religie speelde ook een brede culturele nieuwsgierigheid een rol. Willemze studeerde klassieke talen en Russisch en reisde veel, vaak ook voor zijn muziek: “Oude teksten leren je dat er zelden één definitieve versie bestaat. Je werkt met varianten, context en interpretatie. Dat herken ik in muziek. Ook daar bestaat geen neutrale uitvoering. Tempo, frasering en klankkleur sturen hoe een stuk wordt begrepen. Klassieke talen hebben me vooral geleerd om preciezer te zijn: niet alleen intuïtief spelen, maar kunnen uitleggen waarom ik een bepaalde richting kies.”
Willemze ervaart muziek als een vorm van taal, met zinsbouw, accenten, komma’s, vragen en uitroepen. “Een muzikale zin kan landen of juist open blijven. Op de harp is dat heel tastbaar.” Tegelijk waarschuwt hij voor een te strikt systeemdenken. “Klank en kleur zijn net zo belangrijk. Muziek blijft uiteindelijk ook een zintuiglijke ervaring.” Hij ziet parallellen tussen de klassieke oudheid en zijn muziekpraktijk: structuur (logos) en lading (ethos) vormen samen de kern: “Logos is voor mij de boog en de structuur, ethos is karakter en lading. Ik probeer altijd die twee te verbinden: helderheid in vorm én iets dat menselijk raakt.”
De rapsode als inspiratie
De titel Rhapsodos verwijst naar de rondtrekkende vertellers uit de Griekse oudheid, die bestaande verhalen samenweefden en voordroegen. Willemze herkent zich in dit beeld: “Ik ben in de eerste plaats uitvoerder. Maar ik voel me verwant met het idee van de rapsode. Niet omdat ik letterlijk een verhaal navertel, maar omdat ik in de uitvoering betekenis vormgeef. Ik probeer van losse stukken een samenhangende boog te maken, met contrast, timing en karakter, zodat de muziek als verhaal kan spreken.”
Hij ziet de harp als een instrument dat balanceert tussen oud en hedendaags: in nieuwe werken hoor je mythische beelden verweven met moderne klankkleuren, soms zelfs met elektronica, zoals in Event Horizon. Nieuw repertoire op het album is speciaal voor hem geschreven door verschillende componisten, waaronder Lemereis, Micháns en Tafreshi & Shayesteh.
Hoewel het album uit afzonderlijke werken bestaat, ziet hij het vooral als één doorlopende gedachtegang. Volgens Willemze is het een artistiek portret: stukken die hem gevormd hebben naast nieuwe werken die voor hem zijn geschreven, samen vormen ze één boog. Tegelijkertijd is het een menukaart van wat de harp kan: lyrische klankvelden, ritmische passages, theatrale effecten, subtiele kleurwisselingen en elektronica. Het geduldige luisteren draagt bij aan een diepere ervaring, een soort katharsis, zoals de oude Grieken omschreven: intense emoties leiden tot innerlijke zuivering en helderheid.
Volgens Willemze vraagt de interpretatie van deze werken verantwoordelijkheid: “Techniek is de basis, maar alleen zodat die onzichtbaar kan worden. In Micháns moet de onderwereld voelbaar zijn, in Lizotte klinkt Exosphère lichter, en bij Chertok blijven tafereeltjes speels. Die vrijheid betekent ook dat eenzelfde werk door verschillende harpisten heel anders kan klinken, zolang de grote lijn en de sfeer kloppen.” Net als bij klassieke teksten bestaat er zelden één definitieve interpretatie. Ambiguïteit en persoonlijke keuzes, zoals de lengte van een stilte of hoe een cadens wordt afgesloten, laten ruimte voor eigen betekenis.
Lesgeven als spiegel
Willemze ervaart lesgeven als een manier om scherp te blijven en nieuwe perspectieven te ontdekken. Hij geeft studenten een solide technische basis, maar moedigt hen aan hun eigen visie te ontwikkelen: “Als een student vastloopt, moet ik precies analyseren wat er gebeurt. Daardoor kom ik vaak zelf tot nieuwe inzichten. Studenten brengen ook nieuwe interpretaties en repertoire mee. Eén van mijn meest herhaalde adviezen klinkt eenvoudig, maar doeltreffend: langzaam studeren. Als iets langzaam als een huis staat, kun je het tempo later opbouwen zonder dat het instort. Dat zeg ik tegen studenten – maar eigenlijk ook steeds weer tegen mezelf.” In zekere zin draagt hij zo de rapsode-traditie over: betekenis geven aan muziek, spanning opbouwen, keuzes maken die een stuk laten spreken.
Hij benadrukt dat Rhapsodos is opgebouwd als een doorlopende dramaturgie: losse tracks kunnen afzonderlijk beluisterd worden, maar de volledige samenhang hoor je pas van begin tot eind. Zo nodigt het album uit tot aandachtig luisteren: “Ik snap dat mensen vaak fragmentarisch luisteren, maar de volgorde van het album is bewust, met contrasten en een spanning die op- en afbouwt. Mijn uitnodiging aan de luisteraar is: probeer het een keer van A tot Z, en kies daarna je eigen route.”
Willemze ziet klassieke muziek als een oase van rust en bezinning in een cultuur van snelheid. Hij trekt ook een parallel met klassieke talen: beide worden vaak gemarginaliseerd, maar beide bieden tijdloze inzichten in menselijke emoties en gedrag. Het geduldige luisteren hangt samen met een dieper doel: het ervaren van katharsis, zoals de oude Grieken dat omschreven: “Tijdens de tragedie beleef je intense emoties die uiteindelijk tot een vorm van innerlijke zuivering leiden. Dat herken ik ook in muziek. Problemen verdwijnen niet, maar er kan wel meer ruimte en helderheid ontstaan.”
Wat je meeneemt
Wat hoopt Willemze dat luisteraars meenemen na het beluisteren van Rhapsodos?
“Dat muziek verhalen kan dragen én dat de harp veel meer kan dan je ooit vermoedde. De ongelofelijk sterke verhalende kracht van muziek en de ongekende mogelijkheden van het instrument zijn voor mij onbegrensd.”
Door de combinatie van traditie en vernieuwing, intellect en emotie, ritme en klankkleur, biedt Rhapsodos een rijk, persoonlijk en indringend portret van een harpist die muziek ziet als taal, als verhaal en als instrument van katharsis. Een album dat je niet alleen hoort, maar voelt, beleeft en meeneemt op een reis door klank en betekenis.
Meer info: https://joostwillemze.com/rhapsodos



