Aller au contenu
Dit is een volledig nieuwe website, vond u een bug, stuur ons een email op bestuur@klassiek-centraal.be
Critiques

Tussen virtuositeit en innerlijke stem

W
· 6 min de lecture
Partager cet article
Tussen virtuositeit en innerlijke stem

De Études van Frédéric Chopin (1810-1849) behoren tot de merkwaardigste werken uit het pianorepertoire: ze zijn tegelijk technische studie, virtuoos repertoire en volwaardige concertmuziek. Juist in die dubbelheid schuilt hun aantrekkingskracht. De pianist moet de technische uitdagingen beheersen, terwijl achter de virtuositeit een rijk muzikaal en expressief universum schuilgaat. In zijn opname van de complete Études laat de Oostenrijkse pianist Aaron Pilsan die twee aspecten voortdurend samenkomen. Zijn spel is virtuoos, maar de techniek krijgt nergens een doel op zichzelf.

Pilsan brengt de twaalf Études op. 10 en de twaalf uit op. 25 samen met de drie postuum uitgegeven Études, goed voor 27 stukken en ruim 66 minuten muziek. De opname sluit bovendien aan bij zijn eerdere Bach-projecten. In het begeleidende interview benadrukt Pilsan de polyfone kwaliteiten van Chopins pianomuziek en het belang van de linkerhand als harmonisch en ritmisch fundament. Dat perspectief bepaalt ook de manier waarop hij deze Études speelt: verschillende stemmen en muzikale lijnen blijven hoorbaar naast en onder de melodie. Daardoor ontstaat een uitvoering waarin de technische beheersing vooral dient om de muzikale gelaagdheid van Chopins muziek hoorbaar te maken.

Tussen techniek en zang

Al vanaf de eerste Étude van op. 10 hoor je hoe vanzelfsprekend Pilsan de technische moeilijkheden beheerst. De brede arpeggiofiguren blijven helder en krijgen tegelijk een duidelijke muzikale richting. De rechterhand kan hier gemakkelijk de aandacht opeisen, terwijl de harmonische ontwikkeling naar de achtergrond verdwijnt. Bij Pilsan blijft ook die onderlaag voortdurend hoorbaar. Dat geeft de meer lyrische Études extra diepte.

In nr. 3 maakt Pilsan de melodie nergens groter dan nodig. De zang komt voort uit de frasering en de verhouding tussen de stemmen en weet juist daardoor te raken. Eenvoudig, maar bijzonder doorvoeld. Ook in nr. 6, met zijn donkere en naar binnen gekeerde karakter, blijft hij opmerkelijk precies. Daardoor krijgt de melancholie alle ruimte. Pilsan legt er niets bovenop en laat de muziek zelf het werk doen.

Op. 10 krijgt in deze uitvoering geregeld ook een energieke impuls. In de Études nrs. 2, 4, 5 en 7 laat Pilsan zijn vingervlugheid horen, steeds binnen de muzikale beweging. Tegelijk klinkt er duidelijk spelplezier. In nr. 8 krijgt het sierlijke karakter een lichte romantische ondertoon, terwijl er spanning onder de oppervlakte blijft. Nr. 9 heeft iets zoekends en wordt zeer verfijnd gespeeld. Nr. 10 krijgt meer dynamiek en beweeglijkheid en voert de reeks naar haar hoogtepunt. In nr. 12 vindt Pilsan de nodige dramatiek en romantiek om op. 10 indringend af te sluiten.

Mooi is bovendien hoe de Études bij Pilsan als een geheel klinken. Ze volgen elkaar op als twaalf hoofdstukken van één roman. Elke Étude heeft een eigen karakter, terwijl je tegelijk voelt hoe de stukken met elkaar verbonden zijn.

Meer dan virtuositeit

In op. 25 verandert het muzikale landschap. Pilsan maakt hier duidelijk een ander geluid dan in op. 10. De muziek krijgt meer contrast en beweegt voortdurend tussen lichtheid, lyriek en dramatiek. Vooral in de manier waarop hij met ritme, tempo en de verschillende stemmen omgaat, ontstaat een grote afwisseling.

Dat hoor je al in nr. 1, waarin het ritme sterk het karakter bepaalt. Nr. 2 klinkt bijna als een galop en krijgt van Pilsan een speels karakter, met een lichte toets. Ook nr. 3 heeft een hoger tempo, zonder ooit gejaagd te klinken, en krijgt bovendien iets moderns mee. In nr. 5 geeft Pilsan de onverwachte harmonische wendingen alle ruimte, terwijl de muziek haar natuurlijke beweging behoudt. Nr. 7 wordt bijna een kleine muzikale wereld op zichzelf: de melodie krijgt iets vocaals, terwijl de begeleiding de emotionele onderlaag mee draagt. Van nr. 11 maakt Pilsan een indrukwekkend drama, waarin kracht en verfijning voortdurend tegenover elkaar staan. Nr. 12 sluit daar intens bij aan, zonder dat de dramatiek ooit te zwaar wordt.

Ook de Études uit op. 25 speelt Pilsan als een doorlopende cyclus, zonder de afzonderlijke stukken als losse virtuoze nummers te behandelen. Muzikaal vind ik deze tweede reeks misschien nog iets spannender dan op. 10, juist omdat hij zoveel verschillende kanten van deze muziek laat horen. Wie in Chopins Études vooral de uitersten van pianistieke bravoure zoekt, zal bij Pilsan minder spektakel vinden. Zijn lezing is doordacht en gecontroleerd.

Na de hevigheid

De drie postuum uitgegeven Études vormen vervolgens een mooi slot. Na de rijkdom en intensiteit van op. 10 en op. 25 klinkt deze muziek kleinschaliger en geconcentreerder. De technische uitdagingen blijven aanwezig, maar Pilsan legt vooral de nadruk op precisie en muzikale zeggingskracht. Hij behandelt deze drie stukken dan ook als volwaardige onderdelen van het geheel.

Na de hevigheid waarmee op. 25 eindigt, brengen ze de luisteraar terug naar een kleinere muzikale schaal. Juist daardoor krijgen de nuances alle ruimte. Pilsan speelt ze met een grote aandacht voor detail, zonder de muziek onnodig te verzwaren.

Zijn omgang met ritme is een van de sterke kanten van de opname. Snelle passages blijven beweeglijk en krijgen voldoende vrijheid om mechanische strakheid te vermijden. Tegelijk bewaart Pilsan de precisie die nodig is om Chopins harmonische en ritmische lijnen helder te houden. Die combinatie van souplesse en controle werkt vooral goed in de technisch veeleisende Études.

Daarmee wordt ook duidelijk waarom de vergelijking met Bach die Pilsan in het interview maakt, zo goed bij deze opname past. Hij heeft voortdurend oor voor de stemmen onder de melodie. De linkerhand zorgt daarbij niet alleen voor de harmonische basis, maar draagt ook de beweging en het ritme van de muziek. Zelfs minder opvallende lijnen krijgen zo gewicht. Dat geeft de afzonderlijke Études een sterke onderlinge verbondenheid.

Ook de opnamekwaliteit ondersteunt die helderheid. De piano klinkt ruimtelijk en natuurlijk, zonder dat de registratie de klank van het instrument opdringt. De opname werd in maart 2026 gemaakt in het Beethoven-Haus in Bonn. De akoestiek laat voldoende detail horen om de verschillende lagen in Chopins pianowereld te volgen, terwijl er genoeg resonantie overblijft om de muziek haar warmte te laten behouden.

Met deze opname realiseert Pilsan bovendien een project dat al langer naast zijn Bach-opnamen bestond. Zijn twee boeken van Bachs Wohltemperierte Klavier verschenen eerder bij Alpha; nu richt hij zich op de romantische pianoliteratuur. De link met Bach is daarbij meer dan een biografisch detail. Ze helpt te begrijpen waarom Pilsan in Chopin zoveel aandacht heeft voor stemmen, ritme en de manier waarop verschillende muzikale lijnen samenkomen.

Achter de vingers

Bij een integrale opname van Chopins Études volstaat technische beheersing niet. Pilsan doet meer dan dat. Zijn Chopin is virtuoos zonder pronkzucht, lyrisch zonder sentimentaliteit en precies zonder dat de spontaniteit verdwijnt.

Wat bijblijft, is de samenhang van het geheel. Pilsan maakt van deze verzameling technische uitdagingen geen etalage van pianistieke vaardigheid. Hij laat horen hoe rijk Chopins pianowereld wordt wanneer de techniek als middel tot expressie gaat functioneren. De techniek staat bij Pilsan nergens tussen de luisteraar en de muziek. Ze maakt haar juist hoorbaar.

CD chroniqué

Etüden Nr.1-27

Aaron Pilsan (Klavier)

Label
Musikproduktion Dabringhaus und Grimm · MD+G L 3390
Date de sortie
25 septembre 2026
Fiche complète →
Partager cet article
FR