Aller au contenu
Dit is een volledig nieuwe website, vond u een bug, stuur ons een email op bestuur@klassiek-centraal.be
Critiques

Een dageraad voor één luit

W
· 5 min de lecture
Partager cet article
Een dageraad voor één luit

De barokluit associëren we vooral met intimiteit en verfijning, terwijl Buxtehudes muziek bruist van contrapuntische energie en harmonische spanning. Met Northern Dawn laat de Duitse luitist Elias Conrad horen hoe Buxtehudes muziek zich ook buiten haar vertrouwde klankwereld staande houdt.

Omdat Dietrich Buxtehude (1637-1707) geen luitmuziek naliet, bestaat het volledige programma uit eigen transcripties van werken die oorspronkelijk voor orgel, klavecimbel of ensemble werden geschreven. Het resultaat is geen vervanging van de oorspronkelijke versies, maar een andere kijk op bekende muziek. Dat die omzetting mogelijk is, heeft te maken met de verwantschap tussen het zeventiende-eeuwse klavecimbel en de barokluit.

Van klavecimbel naar luit

Gebroken akkoorden, versieringen en de zogenaamde style brisé spelen in beide instrumentale tradities een belangrijke rol. Vooral de suites lenen zich daardoor goed voor transcriptie. Bij de sonates en sinfoniae uit Buxtehudes geestelijke muziek ligt dat anders: de oorspronkelijke instrumentale bezetting maakt plaats voor één instrument. Daardoor gaat een deel van het monumentale karakter verloren, maar komen de afzonderlijke stemmen dichterbij.

Ook in de ornamentiek maakt Conrad bewuste keuzes. Hoe Buxtehude die precies toepaste, is niet volledig gedocumenteerd. Zijn manuscripten wijzen eerder in de richting van de Italiaanse traditie, terwijl de luitmuziek uit zijn tijd sterk onder Franse invloed stond. Conrad houdt rekening met dat verschil: in de meer uitgesproken luitachtige klavierwerken laat hij ruimte voor Franse versieringen, terwijl hij bij de transcripties van sonates en sinfoniae eerder de Italiaanse traditie volgt. Die afwegingen sluiten aan bij zijn achtergrond: Conrad studeerde aan het Mozarteum in Salzburg en de Schola Cantorum Basiliensis en werkte samen met musici als Andreas Scholl, Amandine Beyer en René Jacobs.

Een cantate in vijf delen

Het programma is opgebouwd in vijf delen, geïnspireerd op de dramaturgie van een cantate: zoeken, verlangen, smeken, hopen en vertrouwen. De Sinfonia uit Wo soll ich fliehen hin opent verstild: Conrad laat de muziek ademen en neemt bewust rustmomenten die tot overweging aanzetten. De daaropvolgende Praeludium in g klein en het Praeludium in d klein brengen meer beweging, vooral door de accenten. Toch blijft de contemplatieve sfeer overheersen. Met een speelduur van 47'40" blijft het programma compact en behoudt het zijn samenhang.

In de Sonata uit O Gottes Stadt wordt de muzikale structuur wat complexer. De onderstem en de versieringen geven de muziek reliëf en creëren in Conrads uitvoering een mooi vraag-en-antwoordspel.

Het hoogtepunt van de cd is voor mij de Suite in d klein, 'd'Amour'. Hier zingt de luit, weeklaagt ze en lijkt ze vervolgens weer te genieten. Conrad speelt met grote fijngevoeligheid en geeft de muziek ruimte zonder haar in sentimentaliteit te laten verzanden. Het is het meest expressieve moment van de cd, waarin de klank van het instrument en de muzikale lijn elkaar bijzonder goed vinden.

Ook de Sonata uit Gott hilf mir, denn das Wasser geht mir bis an die Seele maakt indruk. De cantateachtige opbouw van het programma blijkt hier een goede keuze: de werken vormen geen losse verzameling, maar krijgen door hun onderlinge samenhang extra betekenis. In de Aria in a klein met variaties neemt Buxtehudes muzikale gedachte telkens een andere wending, en Conrad volgt die verschuivingen aandachtig. De Suite in F groot brengt vervolgens een lichtere kant van Buxtehude naar voren. De muziek klinkt levendiger en krijgt een dansant karakter, zonder dat Conrad de verfijning uit het oog verliest.

In de Sinfonia uit Jesu, meines Lebens Leben springt één enkele noot meteen in het oor, als een dissonantie. Ze stoort niet, ze past juist bij het stuk: in een transcriptie voor één instrument, waarin de stemmen samenkomen in één klankwereld, krijgt zo'n kleine wrijving extra gewicht. Het is een detail, maar het illustreert wat deze bewerkingen kunnen doen: ze laten je horen wat in een grotere bezetting gemakkelijk verdwijnt.

Een bijzonder moment is Ad cor, een deel uit Buxtehudes bekende cyclus Membra Jesu Nostri. In de transcriptie voor luit krijgt de muziek iets kwetsbaars. De kleinere klankwereld maakt de expressie directer voelbaar en laat je anders luisteren naar een werk dat veel liefhebbers al kennen. Hier ligt een van de overtuigendste argumenten voor Conrads aanpak: de transcriptie maakt de muziek niet groter, maar maakt haar expressieve kern beter hoorbaar.

Een onverwachte afsluiting

Het Andante uit Bachs Vierde orgelsonate BWV 528 sluit de cd af. Dat is een merkwaardige keuze binnen een programma dat verder volledig aan Buxtehude is gewijd. Het werk klinkt levendiger en ademt wat ruimer dan de voorafgaande stukken. Dat contrast is interessant, maar als afsluiting overtuigt de keuze niet helemaal: de aandacht verschuift op het laatste moment naar een andere componist, terwijl het programma om een eigen afronding lijkt te vragen.

De titel Northern Dawn verwijst naar het licht dat Conrad in Buxtehudes muziek herkent, ondanks de oorlogen en ellende van het Europa waarin de componist leefde. Het cd-boekje verbindt die gedachte ook met onze eigen tijd. Dat perspectief hoeft de muziek echter niet voortdurend te ondersteunen: de overtuigingskracht van deze cd ligt vooral in wat de transcripties zelf laten horen.

De opname is droog en direct, met nauwelijks nagalm. De luit lijkt naast je te zitten, wat perfect past bij de intieme opzet van het programma: er is geen kerkruimte die de klank verzacht of op afstand houdt, en juist dat maakt de transcripties zo persoonlijk.

Met Northern Dawn leer je Buxtehudes muziek op een andere manier beluisteren. De transcripties doen afstand van een deel van de oorspronkelijke grandeur, maar leggen tegelijk de expressieve kracht van de afzonderlijke stemmen bloot. Vooral in de Suite in d klein en Ad cor blijkt hoe raak die benadering kan zijn. Conrad laat overtuigend horen hoeveel expressieve kracht in deze muziek schuilt, ook buiten de kerkelijke en instrumentale context waarvoor ze werd geschreven.

CD chroniqué

Northern Dawn - Buxtehude Lute Transcriptions

Elias Conrad

Label
Antarctica · AR 087
Date de sortie
1 octobre 2026
Fiche complète →
Partager cet article
FR