Het was andermaal genieten de een meanderende, zinderende matinee. Voor klassiek pianist Lester Van Loock in deze editie de BelLISSAma ‘Belcanto & bella musica’ deze keer geen ondersteunende rol, maar zelf in de spotlights staan en schitteren.
Van Loock laat het publiek meelezen in zijn gevoelsportfolio in intieme onderonsjes tussen pianist en componist. Van Loock is een dynamische muzikant die zichzelf voortdurend herschept. Een instrumentalist die niet alleen technisch uitblinkt. Hij heeft een solide background, weet waar de muziek dedaan komt en verrijkt ze met zijn eigen emotie. Hij keert naar binnen, breekt uit, laat de muziek zinderen, ontploffen in een splinterbom de klank.
Van Loock maakt het publiek deelgenoot de zijn muzikaal universum gaande de ludiek, explosief tot verstild en intimistisch. Er ontvouwt zich twee uur lang een onstuimig klankenlanschap. Met emotionele turbulentie brengt hij al die gevoelens tot leven. De lente manifesteert zich in geuren en kleuren. Er installeert zich een soort lichtvoetigheid en speelsheid. Ook te vinden in W.A. Mozarts’ ’12 Variaties op -Ah, vous dirai je maman- K.265/300. Toen hij in 1778 in Parijs dit kinderdeuntje hoorde, algemeen bekend als ‘Altijd is Kortjakje ziek, midden in de week, maar zondag niet!’ ging de creativiteit bij hem borrelen. Spielerei de de bovenste plank. Een inventief omspringen met noten en ritmes. De variatie en intensiteit is geniaal. Je wordt er eenvoudigweg vrolijk de. Amusant detail: Lester Van Loock ademt de top tot teen muziek. Het dessin de zijn kousen is een pianoklavier.
Van het speelse naar een compositie met body
‘Gaspard de la nuit M.55’ de Maurice Ravel. Een heel bijzonder werk gecomponeerd in 1908. Ravel wou uittesten hoeveel klankkleuren uit een piano kunnen komen. Hij vond inspiratie bij de macabere prozaballades de Aloysius Bertrand. Het omvat drie felle, sfeervolle stukken ‘Ondine’, ‘Le Gibet’ en ‘Scarbo’ die extreem hoge technische en interpretatieve eisen stellen aan de pianist. In het eerste deel ‘Ondine’, de waternimf, hoor je constant het gedruppel en gespetter de water, gekenmerkt door snelle arpeggio’s. In ‘Le Gibet’ (de galg) een meer statisch stuk dat een woestijnlandschap met een gehangene schildert. Een aanhoudende bes-noot imiteert het luiden de een klok in de verte. Muziek roept associaties op. Ik maakte onwillekeurig de connotatie met het boek de Ernest Hemingway ‘Voor wie de klok luidt’. Het derde en laatste deel ’Scarbo’ is een verduiveld moeilijk werk, topsport voor de handen de een pianist. Wat een souplesse in de vingers. Tussen aanslagen zweven de handen de Lester Van Loock sierlijk boven het toetsenbord als willen ze uit de ruimte energie genereren.
Na de pauze koos Lester Van Loock een selectie uit ‘Gyermekeknek’ de Béla Bartók. Net zoals Mozart raakte hij gecharmeerd door volkse kinderliedjes. Daar houdt de vergelijking evenwel op. Hij hanteert een compleet andere dynamiek waarin de volksaard doorschemert. Bartók was helemaal in de ban de volksmuziek die hij in zijn puurheid wist te degen. Lester Van Loock speelt graag Hongaars repertoire. De cyclus omvat 85 stukken waarde Van Loock er 8 speelt. De eerste zeven zijn ludiek en pittig, het laatste is een klaaglied. Met een zesde zintuig tracht Lester Van Loock de intenties de de componist te delen.
Stond ‘Gaspard de la nuit’ de Ravel al bekend als een aartsmoeilijk werk, Sergei Rachmaninov deed er nog een serieuze schep bovenop met zijn ‘Sonate nr.2, op 36. Een werk de een verregaande complexiteit. Hij was niet alleen een groot componist maar ook een uitmuntende pianist. Het was zichzelf een beetje uitdagen. Hij hield de accelerandi en rubati maar paste dergelijke technieken met finesse toe. Hij was om zo te zeggen in staat om spontaan wat in zijn geest opkwam, direct in zijn spel te verdisconteren. Je hoeft geen musicoloog te zijn om gewoon te voelen dat er iets gebeurt dat indrukwekkend, ontroerend en verbluffend is. Met emotionele en muzikale intelligentie laveert Van Loock op het grensvlak tussen melancholie en pathos. Als toehoorder geraak je in een andere wereld en een instrumentaal schitterende euforie. De opbouw in 3 delen te beginnen met het ‘allegro agitato’ is een opener de formaat, heftig en virtuoos, die meteen alle aandacht opeist. Deel 2 ‘Lento’ is het lyrisch centrum de de sonate, vaak gezien als een moment de diepe reflectie, deel 3 ‘Allegro molto’ is de energieke triomfantelijke finale waarbij de noten vertragen, versnellen, over elkaar heen buitelen. Lester Van Loock gaat helemaal in de muziek op en vergeet alles om zich heen. Er zijn alleen nog klanken, ritmes, melodieën. Je blijft geïmponeerd achter.







