Skip to content
Dit is een volledig nieuwe website, vond u een bug, stuur ons een email op bestuur@klassiek-centraal.be
Reviews

Van uitsluiting naar verzoening

W
· 6 min read
Share this article
Van uitsluiting naar verzoening
© Peter Bach

Op zondagochtend 18 oktober stonden in de Kölner Philharmonie het Requiem für Mignon van Robert Schumann (1810–1856) en A Child of Our Time van Michael Tippett (1905–1998) op het programma. Het Rodenkirchener KammerChor und Orchester, het Philharmonischer Chor Köln en Onzemble Coeln traden aan met het Neues Rheinisches Kammerorchester Köln onder leiding van Nico Köhs.

De twee werken verschillen sterk van karakter. Schumanns muziek is lyrisch en ingetogen, terwijl Tippett de luisteraar meeneemt in een aangrijpend verhaal over vervolging en geweld. Toch raken beide werken aan het gevoel nergens echt thuis te horen en door anderen buitengesloten te worden. Bij Schumann klinkt het verdriet om Mignon, de jonge vrouw die nergens geborgenheid lijkt te vinden. Bij Tippett krijgt het leed van één jongen een veel grotere betekenis: het legt bloot hoe vooroordelen en haat kunnen uitgroeien tot vervolging en bruut geweld. Hoe verschillend beide werken ook zijn, geen van beide blijft bij het verdriet alleen. In hun muziek klinkt ook de hoop dat er, ondanks alles, ruimte blijft voor troost en verzoening.

Tussen weemoed en troost

In het Requiem für Mignon liet Schumann zich inspireren door het gelijknamige personage uit Goethes Wilhelm Meisters Lehrjahre. De dood van Mignon vormt het vertrekpunt voor muziek waarin verdriet en troost nauw met elkaar verweven zijn. Schumann zoekt daarbij niet het grote drama, maar laat de emotie vooral spreken in de lyriek en de ingetogenheid van zijn muzikale taal.

De koorpartijen dragen het werk. De vrouwenstemmen van Onzemble Coeln, die de afzonderlijk genoteerde sopraan- en altpartijen vertolkten, voegden daar een verfijnde, transparante klank aan toe. De grote koormassa klonk soms wat intens voor de intimiteit van Schumanns muziek, maar de muzikale lijnen bleven voldoende doorzichtig om de weemoed niet te verdringen. Naar het einde toe trad ook bariton Konstantin Paganetti naar voren. Zijn uitstekende dictie maakte de tekst goed verstaanbaar en gaf het slot een persoonlijk accent.

De uitvoering bleef ingetogen en vermeed grote dramatische gebaren. Zo kreeg Schumanns Requiem een menselijke warmte die mooi contrasteerde met de veel scherpere aanklacht tegen uitsluiting en vervolging in Tippetts A Child of Our Time.

Tussen dreiging en ritme

Michael Tippett componeerde A Child of Our Time tussen 1939 en 1941 tijdens de Tweede Wereldoorlog. Aanleiding was de aanslag die de zeventienjarige Joodse vluchteling Herschel Grynszpan in november 1938 in Parijs pleegde op de Duitse diplomatieke medewerker Ernst vom Rath. Het naziregime gebruikte die gebeurtenis als voorwendsel voor de Novemberpogroms tegen Joodse burgers. Tippett maakte van deze geschiedenis geen loutere reconstructie. De jongen uit de titel staat ook voor iedereen die door vooroordelen en haat wordt getroffen en door de samenleving wordt verstoten. Zo blijft het oratorium, jammer genoeg, een actuele aanklacht tegen vervolging en intolerantie. De vijf Afro-Amerikaanse spirituals die Tippett erin verweefde, geven het collectieve lijden een menselijke stem en openen tegelijk een perspectief op bevrijding en verzoening.

De ruim 130 zangers maakten indruk, niet alleen door hun aantal, maar vooral doordat ze grotendeels als één klankmassa functioneerden. In de hoge registers klonk het koor soms minder vrij en trefzeker en verloor het iets van zijn glans. In de spirituals viel die beperking grotendeels weg. Daar zong het ensemble met overtuiging en ritmische souplesse.

Ook het orkest deed veel meer dan begeleiden. De muziek mocht schuren en wringen waar dat nodig was. De orkestklank gaf het werk zijn onrust en dreiging, al was de balans niet altijd ideaal, vooral wanneer de solisten tegenover de volle koormassa en het orkest kwamen te staan. Toch gaf de orkestrale bijdrage de uitvoering een belangrijke dramatische kracht.

Dirigent Nico Köhs hield de omvangrijke bezetting bijeen zonder de muziek haar spanning te ontnemen. Vooral in de ritmische passages van de spirituals bleven koor en orkest goed op elkaar afgestemd. Hij wist de grote bezetting muzikaal in goede banen te leiden en tegelijk ruimte te geven aan de dramatische contrasten.

Van Steal Away tot Go Down, Moses

De solisten gaven het individuele drama een stem tegenover de collectieve kracht van het koor. Bariton Konstantin Paganetti maakte daarbij de meeste indruk. Als verteller leek hij werkelijk te beleven wat hij zong. Daardoor bleef zijn vertolking niet bij het uitbeelden van verdriet, maar kreeg ze een menselijke nabijheid die de muziek extra gewicht gaf.

In I have no money for my bread bracht tenor Stefan Sbonnik de nood van de jongen dichtbij. Sopraan Elena Harsányi sloot met haar warme stem mooi bij het geheel aan. Zoals vooraf aangekondigd, kon ze door ziekte niet haar volledige vocale mogelijkheden aanspreken, maar haar bijdrage bleef gevoelig. Ook mezzosopraan Ruth Häde droeg bij aan het drama. De stemmen kwamen echter niet altijd voldoende boven orkest en koor uit. Daardoor ging soms een deel van de tekst verloren, terwijl juist de woorden het persoonlijke leed tastbaar maken.

Met Steal Away volgde een eerste hoogtepunt. Hier leek het koor helemaal op zijn gemak. De spiritual kreeg een natuurlijke beweging en een gedragen klank, waardoor de melodie voor zichzelf kon spreken. De omvang van het ensemble klonk hier niet als een uitdaging, maar als een meerwaarde.

In het tweede deel bood de brief aan de moeder de solisten opnieuw ruimte om de persoonlijke kant van het drama te belichten. De ritmiek van het daaropvolgende Nobody Knows the Trouble I See bracht vervolgens een opvallend contrast. De muziek kreeg vaart en werkte aanstekelijk. Ondanks de grote koormassa bleef het ritmische samenspel soepel.

Het krachtigste koormoment was Go Down, Moses. De oproep tot bevrijding kreeg een indringende, collectieve kracht. Het lied klonk niet als een rustpunt, maar als een dringende aanklacht tegen onderdrukking. De aansluitende passages rond de jongen in de gevangenis brachten de luisteraar opnieuw dicht bij de uitzichtloosheid van zijn situatie. De overgang van de collectieve roep om bevrijding naar het persoonlijke leed van de jongen maakte de dramatische kern van Tippetts werk scherp voelbaar.

Een open einde

In het derde deel verschuift het perspectief. Met I would know my shadow and my light krijgt de gedachte aan verzoening meer ruimte. De muziek zoekt niet naar een gemakkelijke oplossing, maar naar inzicht in de tegenstrijdigheden die in ieder mens schuilgaan. Die wending leidt naar het slot, waarin de spanning geleidelijk plaatsmaakt voor verstilling.

Met Deep River eindigde het oratorium ingetogen. Na de krachtige koorpassages klonk de muziek als een laatste terugblik op het doorstane leed. Er volgde geen triomfantelijke overwinning die alle vragen uitwist. In die verstilling lag geen pasklaar antwoord besloten, maar wel de mogelijkheid dat mededogen sterker kan zijn dan haat.

Details

Who
Rodenkirchener KammerChor und Orchester Philharmonischer Chor Köln Onzemble Coeln Neues Rheinisches Kammerorchester Köln Elena Harsányi, sopraan Ruth Häde, mezzosopraan Stefan Sbonnik, tenor Konstantin Paganetti, bariton o.l.v. Nico Köhs.
Where
Philharmonie, Köln
Seen on
18 oktober 2026
Links
Website
Photo credit
Peter Bach
Share this article
EN