Skip to content
Dit is een volledig nieuwe website, vond u een bug, stuur ons een email op bestuur@klassiek-centraal.be
News

"Muziek wordt interessanter wanneer je stopt met iets te willen bewijzen" – in gesprek met Stefan Jackiw

W
· 10 min read
Share this article
"Muziek wordt interessanter wanneer je stopt met iets te willen bewijzen" – in gesprek met Stefan Jackiw
© Sophie Zhai

Violist Stefan Jackiw is dit seizoen artist in residence bij het Residentie Orkest in Den Haag. We hadden met hem een uitgebreid gesprek over zijn muzikale vorming, kwetsbaarheid op het podium, zijn Montagnana-viool en waarom hij steeds minder geïnteresseerd is in het bewijzen van zichzelf.

Een musicus in beweging

Voor wie hem nog niet kent: Jackiw omschrijft zichzelf allereerst als iemand die nog altijd nieuwsgierig is. Ondanks een lange professionele carrière voelt zijn relatie tot de viool en het repertoire nog altijd niet "af": "Ik heroverweeg voortdurend hoe ik wil klinken, hoe ik een frase wil laten spreken, en wat ik een publiek wil meegeven." Naast het grote vioolrepertoire vormen kamermuziek en lesgeven evenwaardige onderdelen van zijn muzikale leven. Wat hem daarin het meest interesseert, is communicatie: tussen musici onderling, tussen uitvoerder en componist, en uiteindelijk tussen podium en publiek.

Jackiw begon op zijn vierde met vioolspelen, min of meer bij toeval. Van één beslissend moment waarop hij besloot musicus te worden, is volgens hem geen sprake – het werd geleidelijk serieuzer naarmate hij emotioneel meer betrokken raakte bij muziek en repertoire ontdekte waar hij van hield. Op een gegeven moment besefte hij dat de viool niet simpelweg iets was waar hij toevallig goed in was: het was de manier geworden waarop hij zichzelf het meest natuurlijk uitdrukte. Jeugdorkesten en zomerkampen, waar hij leeftijdgenoten met dezelfde passie ontmoette, waren daarin belangrijke stappen in zijn ontwikkeling.

Opvallend is hoe hij benadrukt dat muziek nooit zijn hele identiteit heeft bepaald. School en mensen wier leven niets met muziek te maken had, bleven belangrijk voor hem, en die bredere blik is gebleven: "Muziek gaat over menselijke ervaring. Als je hele ervaring bestaat uit het oefenen op de viool, is er uiteindelijk een grens aan wat je erdoor kunt zeggen."

Die onderzoekende houding klinkt ook door in de manier waarop hij een stuk benadert. Jackiw groeide op met twee theoretisch fysici als ouders en studeerde aan Harvard: "Je werd niet geacht iets zomaar aan te nemen omdat een autoriteit het je had verteld." Bij het bestuderen van muziek blijft hij voortdurend vragen waarom een harmonie zo klinkt, waarom een componist een bepaalde articulatie vraagt, waarom het ene tempo een structuur onvermijdelijk laat voelen en het andere episodisch, en waarom een passage die technisch correct lijkt er soms toch niet in slaagt te communiceren. Maar analyse is nooit doel op zich: "Idealiter doe je al dat vragen stellen in de oefenruimte, zodat de muziek op het podium spontaan en emotioneel direct kan aanvoelen."

Buiten de muziek vindt hij rust in hardlopen. "Muziek zit vol oordeel: je luistert voortdurend, past aan, vergelijkt, evalueert. Met hardlopen kan ik gewoon bewegen. Er zit iets meditatiefs in de herhaling en fysiek helpt het me te resetten na zoveel uren bezig te zijn geweest met iets dat zo asymmetrisch en precies is als vioolspelen." Tijd met dierbaren, goed eten, reizen zonder concertverplichting – het zijn dingen die hij naar eigen zeggen meer waardeert dan toen hij jonger was.

Ruimte voor kwetsbaarheid

Stefan Jackiw c. Sophie-Zhai 1Een kantelpunt in zijn ontwikkeling was zijn studie bij Donald Weilerstein, die zijn opvatting veranderde over wat groot vioolspel kan zijn. Vóór die tijd associeerde Jackiw muzikale excellentie vooral met controle: mooie klank, technische beheersing, consistentie, virtuositeit. Weilerstein leerde hem dieper te luisteren, zijn eigen muzikale reacties te vertrouwen en zich niet achter gepolijstheid te verschuilen: "Het doel is niet om te laten zien dat je extreem goed viool kunt spelen. Het doel is om iets te zeggen dat noodzakelijk aanvoelt."

Concreet betekent kwetsbaarheid voor Jackiw een stuk controle durven loslaten: een frase extreem zacht laten worden terwijl luider spelen veiliger zou zijn, of jezelf vrijheid gunnen in het tempo omdat de muzikale spanning daarom vraagt. Het betekent ook accepteren dat een uitvoering niet elke avond hetzelfde hoeft te klinken: "Die omslag was moeilijk voor me, omdat perfectionisme lange tijd beloond werd. Leren dat iets onvolmaakt kon zijn en toch betekenisvoller, was enorm bevrijdend."

Perfectionisme blijft volgens hem wel waardevol in de voorbereiding. Het dwingt hem details te onderzoeken, problemen op te lossen, niets te accepteren wat beter kan; dat deel van zichzelf zou hij ook niet willen verliezen: "Het probleem ontstaat wanneer die mentaliteit met je het podium op gaat. Op een gegeven moment moet je stoppen met het verbeteren van de uitvoering en de uitvoering daadwerkelijk geven." Hij is er inmiddels beter in geworden te aanvaarden dat hij het podium op kan zonder het gevoel dat alles perfect is – sterker nog, hij is niet zeker of hij dat gevoel ooit heeft gehad. De belangrijkste vraag is of hij begrijpt wat hij wil zeggen, en of hij voldoende voorbereid is om vrij te reageren op het moment zelf.

Wat er verandert wanneer hij terugkeert naar muziek die hij al jarenlang kent, is volgens Jackiw vooral de persoon die haar speelt. De noten blijven natuurlijk dezelfde, maar de relatie ertoe niet. Stukken die hij vooral virtuoos vond toen hij nog heel jong was, interesseren hem nu veel meer om hun kwetsbaarheid of ambiguïteit. Passages die ooit enorme inspanning vergden, voelen nu fysiek vanzelfsprekend, waardoor hij er heel andere dingen in kan horen: "Dat is een van de bijzondere kanten van klassieke muziek. Je kunt je hele leven doorbrengen met hetzelfde meesterwerk en er nooit echt tot een definitieve interpretatie van komen. Idealiter groeit het stuk mee terwijl jij groeit."

Lesgeven en loslaten

Lesgeven dwingt Jackiw scherp te formuleren wat hij als uitvoerder vaak instinctief doet. Een leerling die vraagt waarom iets niet werkt, heeft weinig aan het antwoord "omdat het niet goed klinkt" – je moet de fysieke of muzikale reden begrijpen en op een manier communiceren die voor die specifieke persoon zinvol is. Dat proces stuurt hem vaak met nieuwe inzichten terug naar zijn eigen spel. Wat hij het meest waardeert, is te zien hoe een leerling geleidelijk minder afhankelijk wordt van de leraar: het doel is niet iemand te vormen die speelt zoals hijzelf speelt, maar iemand te helpen de oren, techniek en het zelfvertrouwen te ontwikkelen om steeds zelfstandiger muzikale beslissingen te nemen.

Een goede leraar geeft uiteindelijk techniek, discipline, luistervaardigheid en zelfvertrouwen, maar leert een leerling vooral zichzelf te onderwijzen. Techniek is essentieel – vrijheid is moeilijk zonder de fysieke middelen om te realiseren wat je hoort – maar techniek is geen doel op zich. Een leraar moet ook smaak, nieuwsgierigheid en de moed helpen ontwikkelen om een eigen mening te hebben: "De docenten die het meest voor mij hebben betekend, gaven mij niet simpelweg antwoorden. Ze veranderden de vragen die ik mezelf stelde. Dat is waarschijnlijk het waardevolste dat een leraar kan doorgeven."

Een langer muzikaal gesprek

Zijn Montagnana trok hem meteen aan door de combinatie van diepte en autoriteit in de klank – een donkerte en rijkdom die hij overtuigend vindt, gecombineerd met een sterke kern. "Leven met zo'n instrument verandert de manier van luisteren," zegt hij, "omdat je geleidelijk mogelijkheden ontdekt waarvan je aanvankelijk niet wist dat ze er waren." Hij is steeds meer geïnteresseerd geraakt in de balans tussen focus en resonantie: genoeg kern en projectie zodat de klank draagt, maar ook genoeg vrijheid zodat hij kan openbloeien en een zachte gloed om zich heen krijgt: "Een goed instrument laat je ook nooit zelfgenoegzaam worden. Hoe meer je leert je eraan te onttrekken, hoe meer je beseft dat het nog steeds meer te geven heeft."

Stefan Jackiw c. Sophie-Zhai 4De klank die hij vandaag zoekt, omschrijft hij als mooi zonder braaf te worden. "Er zou iets licht gevaarlijks in moeten zitten – iets dat intimiteit aankan, maar ook door een orkest heen kan snijden wanneer dat nodig is."

Dat de residentie bij het Residentie Orkest meteen goed voelde, verklaart Jackiw deels uit de bestaande band met orkest en zaal – musici met wie hij al graag samenwerkte. Waar een solistenrelatie normaal gesproken "extreem gecomprimeerd" is (een paar repetities, één of twee concerten, en dan gaat iedereen weer zijn eigen weg), biedt een residentie de mogelijkheid tot een langer gesprek: heel verschillend repertoire samen verkennen en hopelijk iets van elkaar leren gedurende het seizoen.

Een echte muzikale relatie met een orkest ontstaat volgens hem wanneer musici verder gaan luisteren dan strikt noodzakelijk is. In een goede uitvoering kan iedereen responsief en professioneel zijn, ook bij een eerste ontmoeting, maar na verloop van tijd leer je herkennen hoe bepaalde musici ademen, hoe een orkest op bepaalde gebaren reageert, hoe een dirigent de tijd vormgeeft – er is minder uitleg nodig omdat een gemeenschappelijke taal ontstaat. Daarom is hij ook zo blij opnieuw met dirigent Jun Märkl te werken: "De meest bevredigende samenwerkingen zijn die waarin interpretatie gezamenlijk lijkt te ontstaan, in plaats van door één persoon opgelegd."

Over intimiteit in een grote concertzaal zegt Jackiw dat het niet per se om fysieke afstand gaat, maar om de vraag of het publiek voelt dat er direct iets aan hen wordt gecommuniceerd. Zelfs in een zeer grote zaal kan een pianissimo duizenden mensen tegelijk naar voren doen leunen; soms scheppen juist de stilste momenten de grootste verbondenheid. Amare heeft volgens hem het vermogen om zowel de schaal en opwinding van een orkest te dragen als die subtielere gebaren te laten registreren: "Voor mij creëert het ideale concert het vreemde gevoel dat er iets heel persoonlijks gebeurt in een publieke ruimte."

Drie muzikale talen

Mozart, Tsjaikovski en Prokofjev vragen volgens Jackiw om zeer verschillende muzikale talen, maar de fundamentele eisen verschillen niet zo sterk: helderheid van intentie, gevoel voor karakter, voortdurend luisteren naar wat er om je heen gebeurt. Mozart is ontzettend blootgesteld – je kunt je nergens verstoppen, want de kleinste veranderingen in articulatie, timing of kleur doen er enorm toe. Tsjaikovski vraagt om een veel grotere fysieke en emotionele expansie, maar wordt al snel sentimenteel als je de onderliggende structuur uit het oog verliest. Prokofjev vereist dan weer een heel ander soort ritmische precisie en karakter met geestigheid, geweld, lyriek en een soort emotionele ambiguïteit die hem fascineert.

Prokofjevs Tweede Vioolconcert ligt hem bijzonder na aan het hart vanwege precies die contrasten: hoekig en bijna brutaal op het ene moment, buitengewoon teder op het andere. Het tweede deel bevat een van de mooiste melodieën uit het vioolrepertoire, maar Prokofjev laat schoonheid nooit lang comfortabel worden: "Die spanning vind ik fascinerend."

De vrijheid van het loslaten

Jackiw is steeds meer geïnteresseerd in projecten die de gebruikelijke grenzen tussen solist, kamermusicus en muzikaal leider vervagen: muzikale leiding geven vanaf de viool, programma's samenstellen in plaats van enkel een concerto aan te leveren, en langere relaties opbouwen met ensembles. Na jaren van reizen van orkest naar orkest spreekt het idee van continuïteit hem steeds meer aan. Concerto's spelen blijft hij graag doen, maar hij is ook geïnteresseerd in situaties waarin je gaandeweg een muzikale omgeving kunt opbouwen – via een residentie, kamermuziek, lesgeven, of het festivalwerk in Hawaï, waar hij artistiek directeur is van het Hawaii Chamber Music Festival.

Het belangrijkste dat Jackiw over muziek en zichzelf heeft geleerd, is waarschijnlijk dat muziek interessanter wordt zodra je stopt met iets proberen te bewijzen. Toen hij jonger was, ging veel van zijn energie zitten in goed genoeg proberen te zijn: technisch zeker genoeg, voorbereid genoeg, indrukwekkend genoeg. Die zorgen verdwijnen nooit helemaal, en ambitie kan nuttig zijn, maar hij is gaan beseffen dat een publiek niet komt om te horen bewijzen dat je op het podium thuishoort. "Ze komen omdat ze iets willen ervaren."

Daarom is zijn doel steeds eenvoudiger geworden: diep luisteren, responsief zijn naar de musici om hem heen, en iets communiceren dat hij oprecht voelt over de muziek – “Het vreemde is: hoe minder ik wil bewijzen wat ik kan, hoe meer vrijheid ik in mijn spel lijk te vinden."

 

Stefan Jackiw kan u met het Residentie Orkest beleven op:

Tsjaikovski & Strauss - Residentie Orkest - RO

Mozarts Requiem - Residentie Orkest - RO

Bruckner 4 - Residentie Orkest - RO

Details

Photo credit
Sophie Zhai
Share this article
EN