Naar de inhoud
Dit is een volledig nieuwe website, vond u een bug, stuur ons een email op bestuur@klassiek-centraal.be
Recensie

Een “Paulus” die recht naar het hart gaat

De Dresdner Kapellknaben en het Kathedralchor Dresden brengen Mendelssohns oratorium met grote betrokkenheid. Sterke solisten, een transparant orkestspel en een doorleefde interpretatie maken er een indrukwekkende ervaring van.

W
· 7 min lezen
Deel dit artikel
Een “Paulus” die recht naar het hart gaat
© Dresdner Kapellknaben/Daniel Klein, Kirsten Nijhof

Een uitvoering van het omvangrijke oratorium “Paulus” van Felix Mendelssohn (1809-1847) is meer dan een muzikale vertelling over de bekering van Saulus en zijn verdere leven als apostel. Het werk stelt ook vragen over geloof, overtuiging en de bereidheid om voor die overtuiging te blijven opkomen. In de kathedraal van Dresden kreeg die boodschap een treffende vertolking. Tussen de verschillende onderdelen door bleef het publiek stil; er werd niet geapplaudisseerd. Dat paste bij de opzet van de avond, die duidelijk ook ruimte wilde laten voor reflectie. Tussen de twee delen was er bovendien ruimte voor een geestelijke bezinning. De voorganger riep daarbij op tot “Wachet auf!”, een oproep die nauw aansloot bij de geloofsboodschap van het oratorium.

Een orkest dat de ruimte begrijpt

De ouverture werd ingetogen ingezet en kreeg de tijd om zich geleidelijk te ontwikkelen. Dirigent Christian J. Bonath hield de muzikale lijnen zorgvuldig in evenwicht. Hoewel de kathedraal een grote ruimte is, viel de nagalm goed mee. Bonath wist prima met de akoestiek om te gaan en hield die met weloverwogen tempi en accenten onder controle. Daardoor behielden de verschillende instrumentengroepen hun eigen plaats en bleef ook de tekst van koren en solisten verstaanbaar.

De muzikale begeleiding was in handen van musici van de Sächsische Staatskapelle Dresden. Het aantal orkestleden leek op het eerste gezicht misschien beperkt, maar bleek goed afgestemd op de ruimte en de opzet van de uitvoering. Dit was geen groot romantisch orkest dat de kathedraal moest vullen met volume. De klank bleef transparant en genuanceerd, met warme strijkers, houtblazers die steeds duidelijk hoorbaar waren en koperblazers die nergens de overhand namen.

Bonath had oog voor de kleinere accenten in de partituur, maar liet ook de dramatische passages voldoende scherpte krijgen. Op sommige momenten kwam er een vinnigheid in de orkestklank die de gebeurtenissen extra kracht bijzette. Het geheel bleef helder en goed gedoseerd.

Twee koren, één verhaal

Een belangrijke rol was weggelegd voor de combinatie van het Kathedralchor Dresden en de Dresdner Kapellknaben. Dat laatste koor heeft een traditie van meer dan driehonderd jaar en is, naast het Dresdner Kreuzchor, een vaste waarde in het muzikale leven van de stad. Samen met het volwassen Kathedralchor vormden ze een sterke vocale bezetting.

Al in het openingskoor Herr, der du bist der Gott, met de woorden Die Heiden lehnen sich auf, werd duidelijk hoe goed beide koren op elkaar waren ingespeeld. De dictie was helder en de tekst bleef vrijwel voortdurend verstaanbaar. Even indrukwekkend was Denn wir haben ihn sagen hören met de klemtoon op Jesus von Nazareth. De koren kwamen sterk tot hun recht in de grote uitbarstingen, maar ook de meer ingetogen momenten kregen de nodige aandacht. Siehe, wir preisen selig, die erduldet haben was daarvan een mooi voorbeeld. In verschillende koralen die op een recitatief volgden, zoals Dir, Herr, dir will ich mich ergeben, viel op hoe zorgvuldig het crescendo werd opgebouwd, om vervolgens tegen het einde weer ingetogen te verstillen.

Een van de meest beklijvende momenten was Saul, was verfolgst du mich?, waarin de woorden van de hemelse stem door de knapen werden gezongen. Die bewuste keuze gaf de scène een bijna bovenmenselijke atmosfeer. De heldere, jeugdige stemmen verleenden dit sleutelmoment in de bekering van Saulus een sterke zeggingskracht. Ook op andere momenten, wanneer enkele knapen solistisch aan bod kwamen, zoals in het tweede deel bij Ananias! Stehe auf!, gaven hun stemmen een extra dimensie aan de uitvoering en sloten ze met hun heldere klank goed aan bij de religieuze sfeer van het werk.

Ook de opbouw van Mache dich auf! Werde Licht! was knap en werkte als een duidelijke aansporing aan de toehoorders. In Wachet auf! ruft uns die Stimme volgde vervolgens een van de indrukwekkendste koormomenten van het eerste deel, dat geleidelijk naar een krachtige climax toewerkte.

Op één moment verliep de samenhang iets minder vlot, bij het begin van het slotkoor van het eerste deel. Het bleef bij een kleine oneffenheid in een uitvoering die vooral indruk maakte door de betrokkenheid waarmee de zangers het werk benaderden.

Solisten met een sterke persoonlijke inleving

De vier solisten waren misschien niet meteen namen die bij iedereen een belletje doen rinkelen, maar hun bijdrage was zeer geslaagd. Romy Petrick (sopraan), Britta Schwarz (alt), Alexander Schafft (tenor) en Felix Rohleder (bas) bleken goed bij deze uitvoering te passen. Hun stemmen waren goed op elkaar afgestemd en vooral de manier waarop ze de tekst benaderden, maakte indruk.

Romy Petrick beschikt over een warme stem en een uitstekende dictie. In de recitatieven koos ze voor een ingetogen benadering, zonder aan expressie in te boeten. In Jerusalem! Die du tötest die Propheten kwam ze sterk naar voren. De manier waarop ze de woorden zong, met een opvallende accentuering aan het einde bij Jerusalem, maakte dit tot een oprecht en ontroerend moment. In het tweede deel overtuigde ze opnieuw met haar vertolking van het arioso Lasst uns singen von der Gnade des Herrn.

Britta Schwarz heeft een beperktere solistische rol, maar gaf in Doch der Herr vergisst der Seinen nicht blijk van een verfijnde aanpak. Haar stem sloot mooi aan bij het ingetogen karakter van dit moment.

Alexander Schafft droeg als tenor het verhaal met veel diepgang. In zijn zang zat telkens een sterke betrokkenheid bij de tekst. Zijn vertolking van Sei getreu bis in den Tod was aangrijpend. Ook in het duet met de bas, Denn also hat uns der Herr geboten, kwamen beide stemmen mooi samen.

De grootste indruk maakte voor mij echter Felix Rohleder. Hij was niet zomaar de bas die de partij van Saulus en Paulus vertolkte: hij wás Paulus. Zijn stem had gevoel, dramatiek en een opmerkelijk inlevingsvermogen. De beroemde aria Gott, sei mir gnädig nach deiner Güte zong hij uit het hoofd. Dat voelde nergens als effectbejag, maar als een volkomen doorleefde vertolking. De intensiteit waarmee hij deze woorden bracht, raakte me tot op het bot. Ook in de aria Wisset ihr nicht, daß ihr Gottes Tempel seid? en de aangrijpende passage Was machet ihr, daß ihr weinet und brechet mir mein Herz? liet hij horen hoe sterk hij zich met de rol en de tekst verbonden voelde. Hij is nog jong, maar wat hij deze avond liet horen, was voor mij de absolute top. Ik hoop van harte dat zijn naam de komende jaren nog veel vaker opduikt.

De geloofsboodschap krijgt steeds meer gewicht

In het tweede deel werd de inhoudelijke lijn van het oratorium verder uitgewerkt. Het koor Der Erdkreis ist nun des Herrn kreeg een krachtige opbouw en klonk als een duidelijke proclamatie van de geloofsovertuiging die doorheen het werk centraal staat. Ook Wie lieblich sind die Boten droeg bij aan de verdere ontwikkeling van het verhaal.

De dramatiek keerde terug in Ist das nicht der zu Jerusalem …?, waar de vijandigheid tegenover Paulus opnieuw voelbaar werd. Ook in Hier ist des Herren Tempel kwam de dreiging van de vervolging sterk naar voren. Die passages tonen hoe Mendelssohn de spanning tussen geloof, onbegrip en vervolging muzikaal vormgeeft.

Een van de mooiste momenten kwam met Schone doch deiner selbst! De eerste woorden werden door de jongensstemmen ingezet, waarna het volledige koor het muzikale betoog overnam. Dat contrast werkte heel goed. Vervolgens kreeg Felix Rohleder met Was machet ihr, daß ihr weinet und brechet mir mein Herz? opnieuw een aangrijpend moment als Paulus.

De kracht van de gezamenlijke vertolking

In het slotkoor Nicht aber ihm allein, sondern allen kwam samen wat de hele avond al voelbaar was: iedere zanger, solist of koorlid, leek zich bewust van de betekenis van de woorden die hij of zij zong. Die overtuiging gaf de uitvoering een oprechtheid die verder ging dan een louter verzorgde muzikale vertolking. De boodschap van Mendelssohn kreeg daardoor een duidelijke plaats in de uitvoering.

Zo werd “Paulus” een indrukwekkende totaalervaring. Christian J. Bonath hield de muzikale lijnen zorgvuldig in evenwicht en smeedde orkest en koren tot een samenhangend geheel. Het transparante orkestspel, de prestaties van de Dresdner Kapellknaben en het Kathedralchor Dresden en de bijdragen van de solisten maakten van deze uitvoering een muzikaal rijke avond. Vooral de vertolking van Felix Rohleder zal me bijblijven: voor mij was hij de uitblinker, maar zijn prestatie kwam zo sterk tot haar recht dankzij de kwaliteit en de betrokkenheid van alle uitvoerders en de sfeer van de kathedraal.

Details

Wie
Dresdner Kapellknaben, Kathedralchor Dresden en Musici van de Sächsische Staatskapelle Dresden o.l.v. Domkapellmeister Christian J. Bonath met Romy Petrick (sopraan), Britta Schwarz (alt), Alexander Schafft (tenor) en Felix Rohleder (bas)
Waar
Kathedrale Dresden
Wanneer gezien
7 november 2026
Links
Website
Foto credentials
Dresdner Kapellknaben/Daniel Klein, Kirsten Nijhof
Deel dit artikel
NL