Zum Inhalt springen
Dit is een volledig nieuwe website, vond u een bug, stuur ons een email op bestuur@klassiek-centraal.be
Rezensionen

Muziek die voor zich spreekt

W
· 4 Min. Lesezeit
Diesen Artikel teilen
Muziek die voor zich spreekt
© Gaëtan Nadin

Er zijn avonden waarop een orkest niet zozeer een programma speelt, als wel een gesprek voert – tussen een solist en een orkest, tussen een componist en de geschiedenis, tussen muziek en beeld. In Bozar ontmoetten Pēteris Vasks (°1946), Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975) en William Kentridge (°1955) elkaar op vrijdag 18 september in een programma waarin licht en duisternis, macht en kwetsbaarheid, herinnering en verbeelding elkaar voortdurend raakten. Het Belgian National Orchestra (BNO) stond onder leiding van Eivind Aadland, met Lorenzo Gatto als solist in Distant Light en Kentridges film Oh To Believe in Another World als visuele pendant bij Sjostakovitsj' Tiende symfonie.

Luisteren naar het licht

Sommige muziek vraagt om die merkwaardige collectieve stilte waarin een zaal ophoudt toeschouwer te zijn en uitsluitend nog luistert. Distant Light van de Letse componist Pēteris Vasks kreeg precies die aandacht. Het werk, geschreven voor Gidon Kremer, beweegt zich tussen verstilling en opwelling, tussen een bijna breekbare intimiteit en momenten waarop de orkestrale klank zich verdicht. Het is muziek die gemakkelijk kan verzanden in louter sfeer, maar daar bleef deze uitvoering ver van.

Lorenzo Gatto had zich de partituur op een haast onnavolgbare manier eigen gemaakt. Hij speelde niet alsof hij een complexe compositie aan de luisteraar moest uitleggen, maar alsof iedere klank vanuit een innerlijke noodzaak ontstond. Iedere stemming wist hij precies te doseren. De viool kon zich terugtrekken tot het meest fragiele pianissimo en vervolgens opnieuw aanzwellen, zonder dat daar ook maar een zweem van effectbejag in zat.

Daaronder vormden de strijkers van het BNO een doorleefde, intense onderstroom. De solist stond nergens los van het orkest, maar leek er voortdurend mee in gesprek te zijn. De viool als een eenzame stem die nooit helemaal alleen is: precies daarin lag de kracht van deze uitvoering. Het was een indringende ervaring. Het applaus had wat mij betreft dan ook gerust nog langer mogen duren, want deze uitvoering stond als een huis.

Sarcasme onder de oppervlakte

Na de pauze klonk Sjostakovitsj' Tiende symfonie. Een werk dat haast automatisch historische ballast met zich meedraagt, maar dat gelukkig veel meer is dan een muzikale reconstructie van de Stalinjaren. Eivind Aadland koos voor een klassieke, heldere interpretatie waarin de verschillende lagen van de partituur alle ruimte kregen. Daardoor bleef de muziek voortdurend in beweging tussen dreiging, ironie, grilligheid en tragiek, zonder dat een van die elementen de andere verdrong.

Het BNO leverde daarbij een sterke prestatie. De hoorns hadden precies de nodige aanwezigheid, het slagwerk zette de dramatische accenten zonder ze uit te vergroten en vooral de diepe strijkersklank gaf de symfonie een donkere basis waarop de verschillende stemmen konden worden opgebouwd. Aadland vermeed een overdreven dramatisering van wat al een van Sjostakovitsj' meest geladen partituren is.

Het sarcasme van de componist kwam daarbij mooi tot zijn recht. Achter de ogenschijnlijk eenvoudige bewegingen en soms bijna dansante passages bleef voortdurend iets ongemakkelijks schuilgaan. Die dubbelzinnigheid hield de muziek ook in de meest uitgelaten momenten onder spanning.

Wanneer het beeld te veel wil zeggen

Oh To Believe in Another World past vanzelfsprekend binnen Kentridges residentie in Bozar. De Zuid-Afrikaanse kunstenaar verbindt Sjostakovitsj' muziek met een visuele wereld van revolutie, Stalin, terreur, propaganda en de mens die probeert te overleven binnen een totalitair systeem. Archiefbeelden, handgetekende projecties en levensgrote marionetten wisselen elkaar af. Vooral die poppen werken sterk: mensen die letterlijk en figuurlijk door een systeem worden gestuurd. Het is tegelijk het sterkste element van de film.

Maar naarmate de film vordert, wordt het mij te veel van het goede. Kentridge stapelt vragen, citaten, verwijzingen en nieuwe beelden op elkaar. Wat aanvankelijk intrigeert, begint te vermoeien. De film vraagt zoveel aandacht voor zijn eigen beeldtaal en betekenissen dat je als toeschouwer steeds meer bezig bent met het ontcijferen ervan en steeds minder met wat de muziek zelf vertelt. Ook het sterke uitgangspunt van de marionetten verliest daardoor aan kracht. En wat het terugkerende beeld van een zwembad – nu eens leeg, dan weer vol, met Sjostakovitsj op de springplank zwaaiend met een vlaggetje – precies aan het geheel moet toevoegen, bleef voor mij na afloop een raadsel.

De muziek blijft overeind

Wat deze avond uiteindelijk zo sterk maakte, was dat de uitvoering van het BNO allesbehalve een soundtrack bij Kentridges film was. De Tiende symfonie stond volledig op eigen benen. Aadland en zijn orkest maakten de tragiek, de ironie en het sarcasme van Sjostakovitsj voelbaar zonder dat het beeld daarbij nodig was. Integendeel: waar de film mij gaandeweg deed afhaken, hield de muziek mij van de eerste tot de laatste noot vast.

De samenwerking tussen het BNO en Aadland bewees ook deze keer haar kracht. Distant Light kreeg met Lorenzo Gatto een vertolking die diepe indruk maakte. Ook Sjostakovitsj' Tiende behield in deze uitvoering haar volle zeggingskracht. Muzikaal was dit een topavond. De muziek had het beeld niet nodig.

Details

Wer
Belgian National Orchestra o.l.v. Eivind Aadland met Lorenzo Gatto, viool
Wo
BOZAR, Brussel
Gesehen am
18 september 2026
Bildnachweis
Gaëtan Nadin
Diesen Artikel teilen
DE