Zum Inhalt springen
Dit is een volledig nieuwe website, vond u een bug, stuur ons een email op bestuur@klassiek-centraal.be
Rezensionen

Against the War: van oorlog naar de hoop op vrede

Gent Festival van Vlaanderen scoort met deze duidelijke aanklacht gebracht door I SOLISTI en CHORWERK RUHR

D
· 7 Min. Lesezeit
Diesen Artikel teilen
Against the War: van oorlog naar de hoop op vrede
© Björn Comhaire

Een concert over oorlog, dood en vernieling klinkt op papier niet meteen als een lichte avond. Toch was Against the War, het concert dat I SOLISTI en CHORWERK RUHR dinsdagavond brachten in het Wintercircus in Gent, verrassend toegankelijk. Het programma was mooi opgebouwd rond vrede en oorlog en bracht muziek van onder meer Hessenberg, Stravinsky, Kurt Weill, Hanns Eisler, Rudolf Mauersberger en Arnold Schönberg samen. Onder leiding van Yuval Weinberg werd het een afwisselende avond waarin muziek, tekst en beweging mooi in elkaar grepen.

De samenwerking tussen beide ensembles is daarbij niet toevallig. I SOLISTI is een Belgisch ensemble dat oorspronkelijk vanuit een blaasoctet is gegroeid en vandaag een vaste kern van een twintigtal musici heeft. Het ensemble heeft een uitgesproken focus op blaasinstrumenten, maar profileert zich tegelijk als een muziekproductiehuis dat graag de grenzen tussen concert, muziektheater en andere kunstvormen opzoekt. Dat verklaart ook meteen waarom de instrumentale passages in dit programma zo'n belangrijke en kleurrijke rol kregen.

CHORWERK RUHR bestaat dan weer sinds 1999 en behoort tot de belangrijke Duitse kamerkoren. Het ensemble bouwde een reputatie op met repertoire van de oude muziek tot de hedendaagse muziek en heeft zich de voorbije jaren sterk toegelegd op nieuwe muziek. Het koor staat er bovendien om bekend zowel solistische bezettingen als een volledig versmolten koorklank aan te kunnen. Dat laatste was deze avond regelmatig te horen.

Het concert begon met O Herr, mache mich zum Werkzeug deines Friedens van Kurt Hessenberg naar Franciscus van Assisi. De eerste klanken van het koor waren meteen raak. De sopranen en alten klonken teder en vol, met daaronder een gedragen bas en tenor. Het geheel had iets opvallend zonnigs. In het Wintercircus had het koor zich wat verder opgesteld en in de donkere ruimte waren vooral de kleine lichtjes van de partituren zichtbaar. Dat leverde een bijzonder mooi beeld op.

818062498_18627982021006895_7904830484178290950_nVanuit die vredige opening ging het programma naar L’Histoire du soldat van Igor Stravinsky. Dat was voor mij een van de verrassingen van de avond. Ik ken Stravinsky vanuit de koorwereld maar ben heel wat minder op de hoogte van zijn instrumentale muziek: deze uitvoering smaakte duidelijk naar meer. Het werk zat vol kleur, was speels en verbeeldend en werd bijzonder interactief gebracht. De drie solisten zochten duidelijk contact met elkaar én met het publiek. Ondanks het onderwerp zat er zelfs af en toe wat humor in.

Het derde deel van de avond bracht ons bij Hanns Eisler en Kurt Weill. Hier werd de tekst steeds belangrijker. Lore Binon bracht de vocale partij in de Römische Kantate van Eisler bijzonder overtuigend. Ze zong gedragen en soms bijna reciterend, waardoor de tekst heel nadrukkelijk naar voren kwam.

De Römische Kantate, opus 60, is trouwens een interessant werk om binnen dit programma te plaatsen. Eisler schreef het in ballingschap en baseerde de tekst op werk van de Italiaanse schrijver Ignazio Silone. De kantate bestaat uit vier korte delen, met titels als Das große Rom, Der Gestank, Woher kommt er? en Die Angst. De bezetting is opvallend klein: één zangstem met twee klarinetten, altviool en cello. Het is dus geen groot koorwerk, maar eerder een scherp en geconcentreerd muzikaal verhaal. Het beeld van Rome en vooral van de stank die niemand precies lijkt te kunnen verklaren, krijgt bij Eisler een duidelijke politieke lading.

En daar zit voor mij meteen een klein aandachtspunt. Ik miste een vertaling. Mijn Duits is voldoende om een deel van de tekst te begrijpen, maar bij deze muziek gaat het om veel tekst en vaak ook om complexe inhoud. Een deel is mij dan ook ontgaan en daarmee waarschijnlijk ook een deel van de betekenis die Eisler aan zijn werk meegaf. Hetzelfde probleem deed zich later voor bij het Berliner Requiem van Weill. Een Nederlandse vertaling in het programma of op een scherm zou hier echt een meerwaarde zijn geweest.

Los daarvan was de uitvoering van Eisler bijzonder overtuigend. De overgang naar de muziek van Weill verliep bovendien heel natuurlijk. Zu Potsdam unter den Eichen bleef bij mij hangen. Ook omdat het lied meermaals werd gebracht, telkens met een ander karakter. De eerste keer vlot en overtuigend door de dames op de tribune hoog boven ons, daarna door de mannenstemmen op een bijzonder kleurrijke manier en de derde keer was ronduit indrukwekkend. De mannen kwamen in een soort processie van achteraan naar voren terwijl ze zongen. Die eenvoudige beweging gaf het stuk meteen een extra betekenis. De combinatie met de blazers werkte bijzonder goed en toen ook de banjo en de pauken erbij kwamen, ontstond een moment dat bij mij echt voor kippenvel zorgde.

818062594_18627982081006895_2778770394526891167_nDaarna volgde Das Berliner Requiem van Kurt Weill, op teksten van Bertolt Brecht. Het is geen requiem in de klassieke, liturgische betekenis, maar een werk waarin Weill en Brecht op hun typische manier omgaan met oorlog, dood en maatschappij.

Ook hier is de achtergrond interessant. Weill schreef het werk in november en december 1928, kort na het enorme succes van Die Dreigroschenoper. Het werd oorspronkelijk geschreven voor tenor, bariton, mannenkoor en blaasorkest en ging op 22 mei 1929 in première bij Radio Frankfurt. Het was dus letterlijk een werk voor de moderne massamedia van die tijd. De gedichten van Brecht gaan bovendien over vergeten doden: oorlogsslachtoffers, maar ook slachtoffers van geweld die naamloos zijn gebleven. Dat maakt de titel Requiem meteen duidelijker: het gaat niet om een liturgische dodenmis, maar om een soort muzikaal gedenkteken voor mensen die anders gemakkelijk vergeten worden.

De mannenstemmen kwamen meteen krachtig binnen met het Grosser Dankchoral. Samen met de blazers ontstond een indrukwekkend geluid, dat op sommige momenten zelfs terecht gewelddadig klonk. En dat was precies wat de muziek nodig had. Ook de interpretatie was bijzonder overtuigend. Wanneer het over duisternis of koude ging, kreeg je dat niet alleen uit de tekst, maar ook uit de klank.

De Ballade vom ertrunkenen Mädchen, met gitaarbegeleiding, bracht vervolgens een volledig ander karakter. Kleiner, intiemer en bijna fragiel. Ook de solisten in de volgende delen waren fantastisch. Bij Weill draait het opnieuw sterk om de tekst en het vertellen van een verhaal. De tenor en bariton deden dat met veel gevoel voor interpretatie. Soms werd er bijna gesproken in plaats van gezongen.

Opvallend is trouwens dat Das Berliner Requiem na de première geen eenvoudig leven kende. Het werk werd verschillende keren aangepast en er bestaan meerdere versies. De oorspronkelijke partituur is zelfs niet volledig bewaard gebleven. Dat maakt het werk vandaag nog interessanter, maar verklaart ook waarom uitvoeringen niet altijd exact dezelfde vorm hebben.

818261073_18627982195006895_4389097549002254712_nNa Weill volgde Wie liegt die Stadt so wüst van Rudolf Mauersberger, gebaseerd op de Klaagliederen van Jeremia. Mauersberger schreef het werk in 1945, na de verwoesting van Dresden. De muziek is doordrongen van verdriet en verlatenheid. Vooral het herhaalde Warum kwam bij mij sterk binnen.

Dit motet was voor mij een echte ontdekking. Het mannenkoor zong het prachtig, zonder ooit in overdreven pathos te vervallen. Het is zo'n werk waarvan je na afloop denkt: dit wil ik nog eens horen.

En dan kwam Arnold Schönberg met Friede auf Erden. Vrede op aarde. Samen met de dames. Na alles wat eraan voorafging, kon er eigenlijk geen betere afsluiting zijn.

Het zingen van Schönberg is echter geen eenvoudige klus. Je ziet de zangers net niet zweten, maar je ziet wel de inspanning en het engagement. Dat is net waarom je dit soort muziek live moet horen. Op een cd hoor je de klank, maar in de zaal zie je ook wat het de zangers kost om die klank te maken.

Het koor zong bijzonder dynamisch, van bijna fluisterzacht tot een enorme klank. En dan komt uiteindelijk die gedachte van vrede op aarde. Na oorlog, geweld, dood en vernieling eindigt het programma dus opnieuw waar het begonnen was: bij vrede.

Yuval Weinberg hield dat alles stevig bij elkaar. Je ziet dat hij deze muziek kent en leeft. Hij dirigeert met grote armgebaren waar het nodig is, maar kan tegelijk bijzonder geconcentreerd en intens werken. Ook de manier waarop hij het applaus tussen de verschillende onderdelen probeerde uit te stellen, paste bij de opbouw van de avond.

Het minutenlange applaus maakte ondertussen duidelijk dat het publiek de avond bijzonder had gesmaakt.

Oorlog en geweld vormen de rode draad, maar uiteindelijk blijft vooral die andere gedachte hangen: vrede.

Voor mij heeft het Gent Festival van Vlaanderen met Against the War alvast een programma gebracht dat nog een tijdje zal blijven hangen.

Details

Wer
I Solisit, Chorwerk Ruhr, Yuval Weinberg
Wo
Wintercircus, Gent
Gesehen am
22 september 2026
Bildnachweis
Björn Comhaire
Diesen Artikel teilen
DE