Naar de inhoud
Dit is een volledig nieuwe website, vond u een bug, stuur ons een email op bestuur@klassiek-centraal.be
Recensie

Beckett tussen woord en klank

W
· 6 min lezen
Deel dit artikel
Beckett tussen woord en klank

Een cd waarop een verteller 65 minuten lang een late tekst van Samuel Beckett (1906-1989) leest, afgewisseld met nieuwe muziek voor strijkkwartet: vanzelfsprekend is dat geen klassieke combinatie. Toch is Stirrings Still, Becketts laatste prozatekst, in combinatie met de muziek van Trevor Bača (°1976) veel meer dan een literaire tekst met een muzikale omlijsting. De uitgave vraagt van de luisteraar vooral een bereidheid om taal en muziek niet voortdurend met elkaar te willen verzoenen.

Aan de rand van het bewustzijn

Beckett voltooide Stirrings Still in 1987, toen hij eenentachtig was; de tekst verscheen het jaar daarop. Het is een uiterst geconcentreerd werk waarin nauwelijks sprake is van een traditionele handeling. Een man zit aan een tafel, neemt waar, herinnert zich, hoort geluiden en lijkt zich op een bepaald moment zelfs van buitenaf waar te nemen. Wat er werkelijk gebeurt, blijft voortdurend onzeker. De tekst beweegt zich ergens tussen herinnering, verbeelding en bewustzijn, terwijl de dood niet als een dramatische gebeurtenis wordt opgevoerd maar als een grens die steeds voelbaarder wordt.

Dat Beckett daarin dicht bij muziek komt, is niet moeilijk te begrijpen. Zijn zinnen hebben een sterk ritmisch karakter: woorden keren terug, formuleringen worden opnieuw opgenomen, en een kleine verschuiving kan de betekenis van wat eraan voorafging veranderen. De tekst moet daardoor niet alleen gelezen maar ook gehoord worden. ECM heeft precies die auditieve dimensie als uitgangspunt genomen voor deze productie, waarin Trevor Bača een zelfstandige compositie naast de woorden heeft geplaatst.

Klank naast het woord

Het woord naast is hier belangrijk. Wie muziek schrijft bij Beckett loopt het risico de tekst te gaan illustreren: een donkere passage krijgt donkere muziek, een herinnering wordt lyrisch. Bača kiest een minder voor de hand liggende weg. Zijn muziek verschijnt tussen de gesproken passages en creëert daardoor telkens een nieuwe luisterervaring van wat zojuist gezegd is, zonder dat een klank precies bevestigt wat de woorden op dat moment betekenen.

Zodra Griffiths spreekt, krijgt de luisteraar een concreet houvast: woorden, beelden, zinnen. Wanneer de stem zwijgt, neemt het strijkkwartet het over. De instrumentale gedeeltes zijn doorgaans kort, zelden meer dan een paar minuten, en laten zich eerder horen als afzonderlijke momenten dan als een doorlopende ontwikkeling. De concrete aanknopingspunten van de tekst verdwijnen dan en de muziek maakt de betekenis niet duidelijker, maar opnieuw ongrijpbaar. Wanneer Griffiths opnieuw begint, horen we de woorden niet helemaal zoals voordien.

Weerstand onder het oppervlak

Bača's muziek is opvallend weinig geïnteresseerd in onmiddellijk effect, maar is allerminst voortdurend zacht. De cello zorgt geregeld voor een diepe, soms bijna lichamelijke ondertoon, terwijl ook de andere strijkers spanning zoeken in klank, register en de verhouding tussen samenspel en afzonderlijke beweging. Soms lijkt het kwartet de woorden te volgen, soms biedt het er juist een tegengewicht aan, alsof het vertelde niet wordt bevestigd maar ernaast blijft staan. Dat maakt de verhouding tussen beide lagen minder voorspelbaar.

Tegelijkertijd vermijdt Bača grote dramatische gebaren. Een enkele toon, een korte beweging, een wringende samenklank of een akkoord dat langer blijft hangen dan verwacht, kan voldoende zijn om de ruimte te veranderen. De muziek vraagt aandacht voor de kleinste verschuivingen, maar zet die aandacht vervolgens ook onder druk door de klank bewust ongemakkelijk te maken.

Dat maakt de eerste kennismaking niet vanzelfsprekend. Wie in hedendaagse muziek vooral ontwikkeling, contrast of een duidelijke spanningsboog zoekt, zal hier niet onmiddellijk houvast vinden; de spaarzaamheid van het kwartet kan aanvankelijk zelfs de indruk wekken dat de muziek weinig risico neemt. Wie echter aandachtig luistert, ontdekt onder het beheerste oppervlak klanken die onrust brengen, verdiepen en soms nadrukkelijk weerstand bieden aan de stem. Juist daardoor krijgt ook de stilte tussen de muzikale gebeurtenissen gewicht. De muziek volgt de sfeer van de tekst niet simpelweg, maar kan haar tegenspreken, openbreken of even op afstand houden.

Een stem als ritueel

Paul Griffiths is meer dan een neutrale voorlezer. Zijn voordracht is sober en precies, zonder theatrale nadruk – passend bij een van Becketts soberste late teksten, waarin de bekende ironische en absurd-komische taalacrobatiek grotendeels ontbreekt en het register eerder ingetogen, bijna liturgisch wordt. Griffiths reciteert de tekst bijna zoals een priester dat zou doen, nu eens bezwerend, dan weer teruggetrokken en stil, en laat haar zo spreken zonder haar psychologisch in te kleuren. Een zin kan bijna achteloos worden uitgesproken en vervolgens door de stilte die erop volgt ineens veel zwaarder gaan wegen.

Toch valt er ook iets te zeggen voor een minder ingetogen voordracht, met meer nadruk op de herhalingen en kleine verschuivingen in de tekst. Griffiths kiest daar bewust niet voor. Zijn benadering maakt van Stirrings Still geen dramatische monoloog, maar eerder een ingehouden stroom van herinneringen, waarnemingen en gedachten die zich langzaam ontvouwt.

Eén klanklichaam

Het JACK Quartet blijkt voor deze opdracht bijzonder geschikt. De ervaring van het Amerikaanse ensemble met hedendaagse en experimentele kamermuziek hoor je hier niet in de vorm van virtuoos vertoon, maar in de vanzelfsprekendheid waarmee de vier musici uiterst kleine verschillen in klank en timing realiseren.

Ook het cellospel van Jay Campbell en de bijdragen van Christopher Otto, Austin Wulliman en John Pickford Richards functioneren niet als afzonderlijke solistische stemmen. Het kwartet klinkt als een voortdurend veranderend klanklichaam waarin individuele instrumenten soms scherp afgetekend klinken en zich dan weer naar de achtergrond terugtrekken. Vooral de cello geeft het geheel geregeld een donkere diepte, terwijl de andere strijkers de klank kunnen uitdunnen, aanscherpen of laten kantelen.

Het verdwijnen van de klank

Een van de sterkste aspecten van de opname is de transparantie. Manfred Eicher, die de productie voor ECM verzorgde, laat stem en strijkers hun eigen akoestische ruimte behouden. Het resultaat is niet altijd gemakkelijk. Er zijn momenten waarop de terughoudendheid van de muziek de aandacht kan laten verslappen – de compositie vraagt een concentratie die niet iedere luisteraar spontaan zal opbrengen, zeker omdat de tekst zelf evenmin een conventionele verhaallijn biedt. Maar juist de momenten waarop het kwartet meer spanning ontwikkelt, voorkomen dat de muziek in een te gelijkmatige contemplatieve sfeer blijft hangen.

Ook het slot is veelzeggend. Beckett eindigt niet met een dramatische ontknoping; de tekst trekt zich eerder langzaam terug. Bača volgt die laatste woorden, waarna ook de muziek zich steeds verder terugtrekt, tot het verdwijnen van de klank zelf bijna een laatste gebeurtenis wordt, in de richting van Becketts slotwoorden: ‘to all to end’.

Daarmee raakt deze cd aan iets wezenlijks van de late Beckett: de weigering om een ervaring netjes af te ronden. De opname geeft geen sleutel waarmee Stirrings Still ontsloten kan worden, maar maakt de tekst opnieuw vreemd. Het is geen cd die zich na één luisterbeurt volledig prijsgeeft, en misschien is dat precies haar kracht. Griffiths, Bača en het JACK Quartet proberen Beckett niet te verklaren, maar maken hem opnieuw hoorbaar: de stem geeft ons woorden, het kwartet laat horen hoeveel er tussen die woorden kan liggen.

Besproken cd

Stirrings Still (nach Samuel Beckett)

Paul Griffiths (Sprecher), JACK Quartet

Verschijningsdatum
4 september 2026
Volledige fiche →
Deel dit artikel
NL