Artiest
Anton Bruckner
1824 – 1869
Josef Anton Bruckner (Ansfelden, 4 september 1824 – Wenen, 11 oktober 1896) was een Oostenrijks componist en organist. Hij dankt zijn roem hoofdzakelijk aan elf groot opgezette symfonieën (waarvan negen door hem genummerd zijn en twee 'officieus'), drie missen waarvan twee in middelgrote en een in zeer grote bezetting, een Te Deum, Psalm 150 en een strijkkwintet. Hij legde zich voornamelijk toe op de genres symfonie en religieus koorwerk en bereikte hierin grote hoogten.
Bruckner werd geboren in Ansfelden bij Linz in Opper-Oostenrijk, waar zijn vader schoolmeester was. Hij ging piano, viool, orgel en compositie studeren bij uitstekende leraren in zijn omgeving. Hij was tijdens zijn leven vooral bekend als organist: zijn roem als componist kwam pas aan het einde van zijn leven. Na de dood van zijn vader werd hij ondergebracht in het schoolinternaat van het Chorherrenstift Sankt Florian (vanaf 1836).
Hij leek aanvankelijk voorbestemd zijn vader op te volgen als schoolmeester. Zijn eerste standplaats was het gehucht Windhaag waar hij hulpmeester werd en waar ook zijn eerste composities ontstonden, zoals de Windhagermesse. In het boerendorp Windhaag werd hij door zijn vrij aparte opstelling en gedrag ternauwernood getolereerd. Hij had er dan ook geen plezierige tijd, maar een betrekking als organist van het monumentale Chrismann-orgel in de kerk van Stift Sankt Florian voerde hem in 1848 terug naar de muziek.
Bruckner werd geboren in Ansfelden bij Linz in Opper-Oostenrijk, waar zijn vader schoolmeester was. Hij ging piano, viool, orgel en compositie studeren bij uitstekende leraren in zijn omgeving. Hij was tijdens zijn leven vooral bekend als organist: zijn roem als componist kwam pas aan het einde van zijn leven. Na de dood van zijn vader werd hij ondergebracht in het schoolinternaat van het Chorherrenstift Sankt Florian (vanaf 1836).
Hij leek aanvankelijk voorbestemd zijn vader op te volgen als schoolmeester. Zijn eerste standplaats was het gehucht Windhaag waar hij hulpmeester werd en waar ook zijn eerste composities ontstonden, zoals de Windhagermesse. In het boerendorp Windhaag werd hij door zijn vrij aparte opstelling en gedrag ternauwernood getolereerd. Hij had er dan ook geen plezierige tijd, maar een betrekking als organist van het monumentale Chrismann-orgel in de kerk van Stift Sankt Florian voerde hem in 1848 terug naar de muziek.
Op Klassiek Centraal
1 artikelMis niets van wat klassiek beweegt
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.