Amerikaanse minimalisten: revanche van de luisteraar

Afgelopen zaterdag was het podium van deSingel in handen van BL!NDMAN, een collectief van strijkinstrumenten, saxofoons, percussie, keyboard, tubax en electronics met een programma rond drie toonaangevende Amerikaanse minimalisten, Philip Glass, Terry Riley en Steve Reich. 

Deze drie componisten, allen de tachtig ruim gepasseerd, kennen elkaar sinds het einde van de jaren ’60 toen zij gezamenlijk atelierconcerten gaven in de toenmalige New Yorkse downtown scene, Greenwich Village en SoHo. Aanvankelijk was hun gemeenschappelijke noemer een diepgevoelde aversie tegenover de Europese modernisten en avant-gardisten van de 20e eeuw, zoals Pierre Boulez, Arnold Schönberg en Karlheinz Stockhausen. Glass beschouwde het werk van de modernisten als “een woestenij, gedomineerd door maniakken, die probeerden iedereen deze enge muziek te laten schrijven.”  Volgens Glass was de tijd aangebroken om experimenten plaats te laten maken voor plezier. Het publiek verdiende haar stem terug te krijgen.  En Steve Reich zei later in een interview met The Guardian (2013): “Wat mijn generatie deed was geen revolutie, het was een herstel van harmonie en ritme op een heel nieuwe manier, maar het bracht wel die essenties terug die mensen wilden (…). Nu leven we weer in een normale situatie waarin het raam tussen de straat en de concertzaal openstaat.”

Repetitief

Het Amerikaanse minimalisme is een compositietechniek waarin repetitieve processen worden losgelaten op uiterst beperkt muzikaal materiaal. Andere kenmerken zijn: een intellectuele hang naar systematiek – een merkwaardig gebaar naar de door minimalisten gehate modernisten en serialisten -, introductie van niet-westerse muziekstijlen (Reich: gamelan, Glass: India) en samenwerking met andere kunstuitingen zoals theater. Binnen het palet van structurerende elementen plaatsen Amerikaanse minimalisten ritme boven toonaard, respectievelijk toonaard boven harmonie.

Bij Philip Glass (°1937) komen die principes neer op een compositorische zoektocht met drieklanken van dezelfde tijdsduur als belangrijkste bouwstenen. Er is geen muzikale ontwikkeling of doorwerking, de herhalingsprocessen worden steeds dynamischer en energieker. Dit kwam zaterdag goed tot uiting in Music in Contrary Motion. De titel slaat op de inverse verhouding tussen de lage en de hoge stem die bovendien nog gespiegeld worden, gegroepeerd in vier of vijf noten. Het stuk is geschreven in de “open vorm”, dat wil zeggen dat niet naar een slotcadens toewerkt maar gewoon stopt. Glass’ respect voor de individualiteit van elk instrument kwam goed uit de verf. Startend met keyboard (Fabian Coomans) werd de opbouw naar tutti stap voor stap ontwikkeld via percussie, strijkers, saxofoons en tubax. Ondanks de sympathie die Glass voor de luisteraar heeft, kan hij het niet laten deze in de maling te nemen. Op het eerste gezicht komt dit stuk over als een soort warming-up, maar pas nadat het gestopt is realiseert de luisteraar zich dat dat juist de essentie was.

Steve Reich

De hoofdmoot van het concert werd ingenomen door Steve Reich (°1936). Na het korte duet voor twee marimba’s Nagoya Marimbas, twee instrumenten die zonder weerga warmte en vriendschap verklanken, kwamen drie langere stukken aan bod. In Cello Counterpoint trad celliste Suzanne Vermeyen in discussie met zeven cello’s die van tevoren op tape waren opgenomen. Zij speelde energiek en sprankelend, bovendien leek het soms of zij een ensemble aanvoerde. Dan had de luisteraar het gevoel dat zij haar medespelers aanmoedigde, en met succes. Dit maakt nieuwsgierig naar een live uitvoering van alle cellopartijen. In het daaropvolgende New York Counterpoint voor vier saxofoons en electronics, ging het saxofoonkwartet in dialoog met zichzelf. Reich maakt hierin gebruik van minimale pulsverschuivingen die uiteindelijk resulteren in ritmische canons. Ook zijn er jazzy elementen hoorbaar maar hierin toonden de musici wat minder souplesse dan van vroege jazz verwacht mag worden.

© Dan Callister
© Robin Little

Dansbaar

In het Triple Quartet voor vier strijkers werden de luisteraars vergast op een mengeling van opzwepende ritmiek en Oost-Europese melancholie. In de voor Reich gebruikelijke opbouw (snel-langzaam-snel) lieten de uitvoerders horen hoe dansbaar pulserende ritmes kunnen zijn. Het stuk was een feest voor zowel toehoorders als musici. Als ze nog langer waren doorgegaan waren de gangpaden en het podium zeker gevuld door swingende koppels.

Ook Terry Riley (°1935) was aanwezig, zij het bescheiden, met het saxofoonkwartet The Tuning Path, een verkenning van de reine toonladder in opgerekte akkoorden. De intervallen beginnen kristalhelder, de boeiendste onderdelen zijn de onderlinge overgangen. Naarmate het stuk vordert zouden dissonanten zich wat meer manifesteren, maar dat kwam in deze uitvoering minder tot zijn recht. Het had gerust iets meer mogen schuren.

De afsluiter was Music in Similar Motion van Philip Glass. Dit stuk is bijzonder omdat Glass een plaats vindt voor harmonie. Het stuk is gebaseerd op herhaalde frasen die zich langzaam ontwikkelen. Het werk begint met een melodische lijn, en voegt er dan een andere een kwart boven toe, dan weer een kwart eronder, en een baslijn. Het klinkt simpel en overzichtelijk, maar de transformatie die de muziek daardoor ondergaat is ingenieus en overtuigend. Ook dit is gecomponeerd als “open vorm”, maar viel in de uitvoering een beetje kort uit.

WAT: ICONS, Amerikaanse minimalisten

WIE: BL!NDMAN

WAAR: deSingel, Antwerpen

WANNEER: 21 januari 2023

AGENDA: Een 3-CD box “ICONS” (3 Amerikaanse minimalisten) verschijnt op 14 april 2023 bij Warner Classics.

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in:

Laatste berichten