Bokyung Byun wint ICAC 2021

Deze wedstrijd vond plaats in een alternatieve vorm. De organisatie zelf beschreef het resultaat als een “creatieve oplossing”. Het begon met een live stream waarbij we steeds sprongen tussen twee locaties die negen uur tijdsverschil hebben van elkaar: Los Angeles (Californië) en Brussel. Tijdens deze stream kwamen drie van de vier kandidaten aan het woord tijdens een interview over de samenstelling van hun programma. De gesprekken verliepen in een ontspannen sfeer en er was ruimte voor grapjes en zelfs voor Topchii’s katten. 

Daarna volgde een montage van video’s die een week eerder werden opgenomen. Aangezien ook deze opnames op twee plaatsen plaatsvonden, waren er twee presentatrices aanwezig. Zij verwelkomden ons als digitaal publiek voordat de kandidaten een voor een het podium betraden. Over hun vertolking volgt hieronder per gitarist een kort verslag.

Table of Contents

Alan (XuKun) Liu (19, China)

Liu was de eerste kandidaat. Hij koos voor een programma om de link tussen Azië en het Europese instrument in de verf te zetten. Hij begon met Oulan Bator van de Franse componist Mathias Duplessy (°1972), een werk geïnspireerd op de Mongolische hoofdstad, met sextolen, percussieve passages en drukke akkoorden als belangrijkste kenmerken. 

In het tweede werk blonk Liu echt uit. In Sound of The Three Gorges van Yonghong Yao (°1973) liet hij zijn gitaar klinken als een pipa (Chinese luit). Door dicht bij de toetsen te spelen, wist hij een warme klank uit zijn instrument te toveren. De compositie zelf had duidelijke pipa-invloeden die zeker in de tremoli onmiskenbaar waren. 

Le Depart, Op. 31 van Napoleon Coste (1805-1883) was het historische werk in dit programma. Dit romantische gitaarwerk bracht hij met romantische charme. Dit wil zeggen: met dynamische verschillen en de nodige rallentandi. 

Het opgelegde werk volgde als vierde. In Shuo Chang van Chen Yi (°1953) versmelten Chinese en Westerse muzikale elementen. Chen Yi’s werken zijn technisch veeleisend. Toch liet Liu met zijn technische precisie en serene blik het als kinderspel overkomen. Hij sloot zijn programma af met Open Up Your Ears van Bryan Johanson (°1951).

Lovro Peretić (26, Kroatië)

De klanken van Bottom’s Dream van Hans Werner Henze (1926-2012) waren een streling voor het oor. De zachte klanken creëerden, zoals de titel suggereert, een ware droomwereld. Peretić nam in dit werk veel muzikale vrijheid voor vertragen en dynamische gradaties.

Deze muzikale vrijheden trok hij ook door in het tweede werk: Shard van Elliott Carter (1908-2012). Waar bij Bottom’s Dream deze vrijheden bijdroegen aan het dromerige karakter zorgde dit bij Shard dat dit wispelturige werk op sommige momenten bijna als een 19e-eeuws romantische gitaarcompositie klonk. Bij het derde werk, Prelude uit BWV 1012 van Johann Sebastian Bach (1685-1750) nam hij deze vrijheden niet. Deze transcriptie van de cellosuite, die overigens in zowat elke gitaarcompetitie minstens een maal voorkomt, verzorgde hij op barokke manier. Hierbij was er ruimte voor wisselingen in dynamiek en tempo.

Met Mazurka Apasionada van Agustín Barrios Mangoré (1885-1944) bracht hij de Latijnse klanken naar voren. Ondanks dat Mangoré een van de productiefste gitaarcomponisten was, wordt hij niet al te vaak gespeeld. Het Spaanse of Latijnse aspect van het instrument wordt maar al te graag in de verf gezet maar Peretić’s keuze voor deze componist kwam uitermate verfrissend over. In dit werk, maar nog meer in het vierde werk, Saturnal van Maurice Ohana (1913-1992), en opgelegde werk etaleerde Peretić het klankenpallet van de gitaar ten volste. Terwijl zijn linkerhand over de toetsen danste, gleed zijn rechterhand van de kam naar de toetsen en terug. Hierdoor was de klank op de ene moment scherp en invasief maar  op andere momenten mierzoet. Dit alles paarde Peretić met een breed gamma aan dynamische verschillen en spanningsvolle adempauzes.

Bokyung Byun (26, Zuid-Korea)

Byun, de enige die niet aanwezig was tijdens de live stream aan het begin van de uitzending, was de derde kandidaat van de avond. Ze begon haar programma met het “Adagio” uit Sonata n.23 en “Allegro” uit Sonata n.24 van Carlos Seixas (1704-1742) in een transcriptie door Rebeca Oliveira. Al vanaf de eerste noten had ze het publiek betoverd. Byun bracht het adagio met elegantie. Ze versierde het geheel met gratie en met mate waardoor de gekozen versieringen extra kracht kregen.

Ook Tre preludi mediterranei (I. Serenatella, II. Nenia) van Mario Castelnuovo-Tedesco (1895-1968) leverde een sierlijke luisterervaring op . Byun wist dit werk meesterlijk te fraseren. De lyrische passages klonken als een gezang en werden ondersteund door smaakvol gekozen vibrato’s. 

In contrast presenteerde ze haar meer virtuoze capaciteiten in het opgelegde werk. Ook Thème varié et finale (Manuscript Edition), de versie van Manuel Ponce (1886-1948) zelf, wist ze excellent te vertolken. “Presto” uit Sonata for Guitar van Nikita Koshkin (°1956) was verbazingwekkend op verschillende vlakken. De passage met harmonieken was betoverend en de zuiverheid waarmee ze dit werk tot leven bracht, was magnifiek.

Het volledige programma bracht ze zo subliem dat iemand in de chat schreef: “geen excuses meer voor gitaristen met kleine handen of korte vingers.” Nog iemand anders complimenteerde haar met: “Segovia zou trots zijn geweest.” Met deze laatste opmerking kan ik het enkel eens zijn.

Marko Topchii (30, Oekraïne)

De laatste kandidaat van de avond was de Oekraïense Marko Topchii. Hij besloot om te starten met het opgelegde werk. Net als Peretić nam ook Topchii iets meer muzikale vrijheid bij tempo en dynamiek. Op snelle loopjes versnelde hij steeds een beetje en op het einde van een muzikale zin vertraagde hij dan weer lichtjes. Bij Topchii kwam deze vrijheid net iets meer organisch over dan Peretić. Topchii besteedde daarnaast duidelijk aandacht om de melodische lijn zo helder mogelijk boven de andere noten te laten uit zweven. Zeker na Byuns uitvoering miste Topchii’s versie het Chinese karakter dat in het werk zit. De op pipa geïnspireerde passages deden soms eerder denken aan de tremoli van een mandoline. Topchii legde, net als Peretić, de focus eerder op de diversiteit van de rechterhand voor variatie in schellere en zoetere passages.

In de chatbox liet Topchii weten dat de organisatie tijdens de montage een werk had weggeknipt. Bach’s “Sinfonia” uit Partita in C minor BWV 826 was dus per ongeluk vergeten. De organisatie handelde onmiddellijk en deelde een nieuwe versie van het programma in de chatbox. Het eigenlijke werk werd weliswaar niet meer getoond in de montage maar volgde op het einde.

Door de weglating van Bach volgde na het opgelegde werk een selectie uit Moessorgski’s Schilderijen van een tentoonstelling in een arrangement van Kazuhito Yamashita en herzien door Topchii zelf. Hij bracht dit met sereniteit en indrukkende controle. Alles leek gemakkelijk van de ene klank naar de andere te glijden. Opmerkelijk in dit arrangement was dat Topchii zijn snaren herstemde tijdens een beweging. Scordatura spelen—het herstemmen van een of meer snaren op een toonhoogte die niet standaard is—is niet ongebruikelijk voor klassieke gitaar maar meestal gebeurt dit tussen bewegingen. Ondanks deze merkwaardige handeling tijdens het spelen, raakte Topchii niet uit balans. Zijn klankkleur en grip op de snaren bleven stabiel. Zijn versies van de “Schilderijen” hadden een speels karakter terwijl de “Promenades” dromerig mysterieus waren. Topchii toonde zich als een buitengewone verhalenverteller.

Proclamatie

Na de optredens volgde een tweede ronde van interviews. Deze werden opgenomen op de dag van hun concert. Terwijl de kandidaten hun familie en leerkrachten bedankten, werd er in de chatbox druk gespeculeerd over de winnaar. Voor de kijkers ging de strijd tussen Byun of Topchii. Uiteindelijk brak het moment aan waar vele op gewacht hadden en was het tijd voor de proclamatie. 

De eerste prijs, de Rose Augustine Grand Prize, ging naar de Koreaanse Bokyung Byun. De prijs bevat onder andere een geldbedrag van $10.000, een album opname bij NAXOS en een internationale concertoer door het Amerikaanse continent. De tweede prijs was voor Lovro Peretić. Marko Topchii ontving de derde prijs en de vierde ging naar de jongste kandidaat Alan Liu.

Informatie

  • WAT: Guitar Foundation of America — International Artist Competition Finals
  • WANNEER: 30/10/2021, 19:00 (of 10:00 a.m. PST)
  • WAAR: Live broadcast
  • WIE: Bokyung Byun [gitaar], Alan Liu [gitaar], Lovro Peretić [gitaar], Marko Topchii [gitaar]

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: