Wim Vandekeybus: Hands do not touch your precious me

De multdisciplinaire voorstelling start met open doek. De scène is nagenoeg leeg op twee amorfe hopen vooraan côté cour en côté jardin, wat opeengestapelde stoelen, een tafeltje met stoel dieper op de scène met ernaast een gordijn van lange stokken en in de tegenovergestelde hoek een groot rechthoekig paneel.

Verstrengeling van oud en nieuw

Wim Vandekeybus grijpt in zijn oeuvre graag terug naar mythologische verhalen. Uit de tekst van Erwin Jans bij het programmaboekje knoopt deze voorstelling aan bij een oude Soemerische legende van 4.000 jaar oud over de godin Inanna, een goddelijk wezen dat de paradoxen van het menselijk bestaan symboleert. 

Ze steelt de ’Me’s’ van de god Enki en daalt af in de onderwereld waar ze haar zuster Ereshkigal ontmoet. De ‘Me’s zijn alle kwaliteiten en eigenschappen die nodig zijn om cultuur en beschaving op te bouwen. Door het stelen van de ‘Me’s’ wordt Inanna een rijke, machtige en wijze heerseres. Maar tijdens haar afdaling in de onderwereld moet ze afstand doen van alles wat ze bezit. De confrontatie met haar zuster –haar duistere onbewuste zijde- is meteen ook de confrontatie met een wrede dood die ze moet sterven alvorens ze kan worden herboren.

Vandekeybus puurt er een hedendaagse vertelling uit over dood en hergeboorte, licht en duisternis, confrontatie en transformatie. Vooral het thema van de radicale transformatie die Inanna ondergaat, meer dan de mythe zelf, was een intrigerend gegeven en uitgangspunt. Drie kunstenaars drukken in complementariteit hun stempel op de voorstelling: elektroakoestisch componiste Charo Calvo, beeldend kunstenaar en performer Olivier de Sagazan én uiteraard Wim Vandekeybus met zijn dansers.

Van licht naar donker

De voorstellling start heel speels en lichtvoetig. Lieve Meeussen, een trouwe kompaan van Vandekeybus, vertolkt de godin Inanna. Ze verschijnt van achter het rechthoekig paneel en dartelt en tolt over de scéne in een soepel vallend lang wit kleed. Ze tilt het met beide handen sierlijk op, zodat precies een tafeltje ontstaat. Een kinderlijk, naïef dansje. Verdwijnt achter het paneel en komt terug. Dan smakt ze per ongeluk tegen het paneel. Gebroken, met de hand in de onderrug van de pijn, slepend over de grond geraakt ze met moeite weer overeind. Alsof er niets gebeurd is, zweeft ze weer over de scène. Deze sequentie herhaalt zich een paar keer. Inanna verdwijnt achter het paneel en Sagazan verschijnt, ook in een lange witte outfit. Hij wil de sierlijke godin nadoen maar stuntelt een beetje over de scène. In een carrousel van komen en gaan, verdwijnen ze achter het paneel en komen weer tevoorschijn.  Tot ze elkaar vinden, elkaar omarmen en in een innige verstrengeling dansen. Sagazan wordt aangetrokken door de hoop klei vooraan op het podium.  Inanna trekt zijn hemd uit en Sagazan duikt met zijn hoofd in de klei en in het personage van de duistere figuur Ereshkiga. Geknield, zijn schriele armen wijd open lijkt hij op een insect. Vervolgens begint hij zich van onder tot boven in te smeren met de kleverige substantie. 

© Danny Willems

Dan maakt Vandekeybus zijn opwachting. Hij verschijnt eerst met zijn torso boven het hoge paneel, klimt er bovenop en overschouwt het toneel. Even later danst hij de scène op met in zijn kielzog zeven dansers. Ze zweven en wervelen over het toneel op de bries van de soundscape. Als vervelende subjecten hangen ze om Inanna heen. Zij laat zich niet intimideren en pareert. Dan lokt ze Vandekybus met een camera die beelden projecteert op het paneel. Hij wordt de cineast van dienst die beklijvende passages bevriest. Er gebeurt simultaan zoveel op de scène dat je alles onmogelijk kunt volgen. Je bent als toeschouwer gefocust op de dansers en ondertussen heeft Sagazan/Ereshkiga met klei en vlasdraad een klein monstertje gecreëerd. Hij lokt er Vandekeybus mee en smeert hem ook in met klei. Ereshkiga springt op zijn schouders. Vandekeybus moet hem als een gewillige dienaar dragen. Wanneer ze de godin Inanna passeren wordt die opgeschept en Vandekeybus torst twee lichamen. Ook Inanna is nu bevuild. Je verlegt je focus weer naar de dansers: er is een soort van stoelendans, Inanna waart er als een tornado doorheen zodat ze achterovertuimelen met hun stoel. Er wordt strootje getrokken, de verliezers moeten hun bovenkleren uittrekken, krijgen een hoge punthoed op en worden uitgelachen. Even later verschijnen vier danseressen met in wankel evenwicht een kaars op hun hoofd, terwijl ze elkaar te lijf gaan met lange stokken. Anna Karenina Lambrechts, die in de voorstelling kung fu demonstreert breekt op en bepaald moment een stok in twee en spietst daarmee dansers die haar pad kruisen, zodat ze gereduceerd worden tot een stuk vlees.

Ondertussen heeft Ereshkiga met klodders klei een enorm hoofd geboetseerd met daarbovenop een gigantische pruik van vlas. Een van de meisjes benadert hem, neigt naar hem over en steekt met haar kaars de pruik in brand. Een akelig moment. Maar hij beheerst de elementen vuur, aarde, water en lucht al net zo goed als al de rest want stilaan, één voor één, lokt en trekt hij de dansers naar zich toe en maakt hen onherkenbaar met klei. Eén van de dansers tovert hij met een pak vlasdraad zelfs om in een schaap.  Dan wordt stilaan gewerkt naar een climax. De dansers knielen midden vooraan de scène en maken van hun hoofden amorfe levenloze klompen. Een akelig zicht. Defiguratie in de kunst is een manier om naar het echte leven terug te keren. Met een sardonische grijns heeft Ereshkiga  met klei een immens gat in zijn buik gemodelleerd. 

Kleurt het rood als een gapende wonde. Inanna en Ereshkiga worden door de dansers als het ware aan elkaar gekleefd met klodders klei en omwonden met vlasdraden alsof ze in een cocon gesponnen worden. Een kluwen van overheersing en machtsmisbruik. De scène baadt in een rood licht, aangevuurd door de muziek voeren de dansers een rituele dans uit rond de aan elkaar geklitte man en vrouw. Een huiveringwekkend beeld. Het geheel verwart met kosmische proporties. Het risicovolle en gevaarlijke heeft Vandekeybus nooit geschuwd in zijn voorstellingen. Gruwel is er altijd geweest, ook vandaag de dag. Deze voorstelling legt deels subtiel, en deels cru bloot, hoe mensenlevens door toevalligheden opeens kunnen veranderen. Na een tijdje worden de protagonisten met vereende krachten uit elkaar gerukt, bloed vloeit. Inanna wordt herboren en Ereshkiga delft het onderspit.

De eindscène speelt zich af op het paneel, dat gekanteld, een grote tafel wordt en waaraan gegeten wordt, een maaltijd gesuggereerd door een videoprojectie. Het leven gaat door as usual. 

De soundscape is schitterend gecomponeerd met de eenvoud en het gemak die de meester verraden. Het geheel is razend interessant maar de destructieve patronen zijn ook confronterend. De scène is bij het einde herschapen in een vieze kliederboel.

Regie & choreografie: Wim Vandekeybus
Artistieke creatie met klei: Olivier de Sagazan
Muziek: Charo Calvo / Norbert Pflanzer
Dramaturgie: Erwin Jans
Dansers: Borna Babic,  Maureen Bator, Olivier de Sagazan, Pieter Desmet, Anna Karenina Lambrechts, Maria Kolegova, Lieve Meeussen, Pjotr Nuyts, Mufutau Yusuf, Wim Vandekeybus
Productie: Ultima Vez
Coproductie: KVS & Teatro Comunale di Ferrara

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: