Wagners heldinnen

Wagner - Gender – Mythen, Christine Fornoff, Melanie Unseld

In het Wagnerjaar 2013 vond aan de Carl von Ossietzky-Universiteit in Oldenburg een belangrijk Wagnersymposium plaats. De inhoud van dat internationaal en interdisciplinair symposium is nu in de prestigieuze reeks Wagner in der Diskussion uitgegeven als boek.

Het symposium belichtte Wagners mythe van de vrouw, de held en de kunstenaar. Men beantwoordde vragen als volgende. Hoe werkt de mythe van de vrouw als heldin? Hoe gaan hedendaagse zangeressen daar mee om? Welk effect had het geslachtsbeeld op het huwelijk en het gezinsleven van de componist? Waarom waren Wagners sekse mythen vormend voor Hollywood-films? Hoe worden dergelijke mythen vandaag ontvangen?

Wagner – Gender – mythes, de titel van het boek, was ook de titel van dat internationaal symposium, dat in de Oldenburgse Exerzierhalle am Pferdemarkt werd gehouden. De organisator was het Muziekinstituut van de Universiteit van Oldenburg in samenwerking met het Oldenburgers Staatstheater. Prof. dr. Melanie Unseld, focuste het internationaal symposium op Wagners Handlung Tristan und Isolde. De deelnemers aan het symposium konden trouwens de nieuwe productie in het Oldenburgs Staatstheater o.l.v. de jonge Roger Epple, Generalmusikdirektor am Oldenburgischen Staatstheater en geregisseerd door Alexander Müller-Elmau (°1961) bezoeken. Deze publicatie is de weerslag van het symposium, dat georganiseerd werd door Melanie Unseld, Christine  Fornoff en Ina Karr, directeur van het Oldenburger Staatstheater.

Verlossende zang

De lijdende, zelfopofferende vrouw, de ware verlosser (die wahre wissende Erlöserin), de vrouw van de toekomst, Wagners geschriften en muziekdrama’s staan vol mystificaties van het vrouwelijke. Maar, zo stellen de auteurs, hetzelfde geldt voor de mannelijke tegenhangers in de gedaante van al dan niet viriele helden of  briljante, geïdealiseerde kunstenaars. Wagner boog zich fundamenteel over de verhouding tussen de seksen, zo lezen we. De Wagner receptie richt zich dan ook in de eerste plaats, in vergelijking met het werk van tijdgenoten, meer en expliciet  op Wagners visie op het menselijk geslachtsverschil. En dit zowel aangaande vrouwen van en rond Wagner, Wagner-zangeressen als aangaande de vrouwelijke personages in zijn opera’s en drama’s.

De gender- of geslachtsverhoudingen in de operawereld van Richard Wagner confronteren stralende helden met Urweiber als incarnaties van offer of verlossing. De Wagner receptie boog zich in het verleden vaak over vrouwen rond Wagner en Wagner-zangeressen maar, het  kritisch musicologisch genderperspectief schoot te kort, legt prof. dr. Melanie Unseld uit. Docenten musicologie, geschiedenis, middeleeuwse studies en culturele journalistiek gaven verdeeld in vier panels  antwoord op deze vragen.

Geslachtelijke complimentariteit

Dat de begrippen held en genie diep verbonden waren met het begrip  mannelijkheid, zo lezen we, is in Wagners oeuvre net zo onmiskenbaar als de nauwe band met een mogelijke vrouwelijke tegenhanger, de held tegenover de zo nauw met het concept verlossing verbonden vrouw. Aan de zijde van de kunstenaar was ze een ideale echtgenote  wiens steun en begrip complementair waren met de missie van de kunstenaar. Kordula Knaus bespreekt in het hoofdstuk Mythos Weib, Diskurse, Kontexte und Funktionen in Richard Wagners Schriften, Wagners visie op  de vrouw, de mythe vrouw en het vrouwelijke als begrip en plaatst die in Wagners eigentijdse historische context. Anno Mungen  heeft het in Ich, Isolde! over het personage Isolde in de spiegel van het beeld van vrouwelijkheid in de 19de eeuw en plaatst en vergelijkt haar naast en met de zangeres Wilhelmine Schröder-Devrient (1804-1860). Zij zong verschillende rollen tijdens de premières van Wagners opera’s,  Adriano in Rienzi, Senta in Der Fliegenden Holländer en Venus in Tannhäuser. Barbara Eichners hoofdstuk is gewijd aan het leven en werk van Wagner in zijn laatste Zürichse geschrift Eline Mittheilung an meine Freunde.

Melanie Unseld studeerde musicologie, literatuur, filosofie en toegepaste culturele wetenschappen in Karlsruhe en Hamburg. In 1999 promoveerde ze met Man töte dieses Weib! Tod und Weiblichkeit in der Musik der Jahrhundertwende. Tussen 2002 en 2004 was zij beurshouder van het Lise Meitner-Hochschulsonderprogramms. Van 2005 tot 2008 was zij wetenschappelijk medewerkster aan het Conservatorium van Hannover en was er vanaf 2006 betrokken bij het Research Centrum voor Muziek en Gender. In 2008 werd ze hoogleraar Cultuurgeschiedenis van de muziek aan de Universiteit van Oldenburg.

Aansluitend bij deze uitgave kan ik het boek van Kirsten Liese aanbevelen. Zij introduceert als deskundige  en nauwgezet onderzoekster in haar boek dertien van de belangrijkste vertolksters van de meest veeleisende vrouwelijke rollen in Wagners opera’s, van de Berlijnse Frida Leider (1888-1975) tot de Zweedse dramatische sopraan Nina Stemme (°1963), als Brünnhilde, de Kirsten Flagstad van vandaag.

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: