Violist Marc Bouchkov en pianist Georgiy Dubko

Marc Bouchkov, Georgiy Dubko

Op dinsdag 20 november concerteerden violist Marc Bouchkov met pianist Georgiy Dubko in de Muziekstudio van deSingel te Antwerpen. Marc Bouchkov werd dit jaar één van de finalisten van de Koningin Elisabethwedstrijd, de enige Belg trouwens in de finale. De verwachtingen waren dus hoog gespannen.

De organisator van Podium Jonge Musici, Carlo Schreiber, had deze jonge man al vóór de finale van de wedstrijd gehoord. Hij was er zo enthousiast over dat hij hem onmiddellijk contacteerde voor deze reeks.

Bouchkov begon met het Adagio uit de sonate voor viool solo in g van Johann Sebastian Bach (BWV 1001). Geen gemakkelijk opgave om dit werk met de nodige spanningsbogen te spelen. De violist kon deze spanning over het algemeen goed volhouden, alhoewel we hier en daar een klein intonatieprobleempje hoorden.

Iets minder gelukkig waren we over de uitvoering van de Sonate nr. 2 op. 100 in A voor viool en piano van Johannes Brahms. Hoewel violist en pianist afzonderlijk wel mooie dingen realiseerden, leek het alsof ze nog niet helemaal op elkaar ingespeeld waren, vooral wat interpretatie en balans betreft. Ook misten we soms diepgang in hun spel, zodat het werk soms een beetje langdradig overkwam.

Gelukkig speelde de violist daarna een werk van zichzelf, getiteld Facets op. 1, te samen met sound system. Meer en meer knopen de huidige uitvoerders van klassieke muziek aan met de vroegere traditie van het combineren van zelf componeren en uitvoeren. Af en toe komen daar wonderlijke zaken uit, zoals bij Bouchkov bijvoorbeeld. Zijn werk komt impressionistisch over, wat nog versterkt wordt door de galm van het geluidssysteem. Eigenlijk kan men ook spreken van New Age of zelfs Dream Pop. Geslaagd was het alleszins.

Na de pauze bracht Bouchkov zeer overtuigend de Sonate nr. 5 van Eugène Ysaÿe voor viool solo, alleen al door zijn techniciteit een huzarenstukje. Daarna volgde wat zowat het hoogtepunt van de avond vormde: Poème van Ernest Chausson, oorspronkelijk voor viool en orkest, maar nu dus in de versie met piano.  Bij dit werk wisselen eerst een paar passages piano solo en viool solo elkaar af, om uiteindelijk samen te spelen. Deze keer was er echt sprake van voortreffelijk samenspel. Het Franse genre ligt dit duo veel beter: een mooie balans tussen het poëtische en het passionele bracht de nodige spanning. Dit was grote klasse!

Tot slot hoorden we nog de overbekende Tzigane van Maurice Ravel, oorspronkelijk eveneens voor viool en orkest maar nu in een voortreffelijke en meeslepende uitvoering van het jonge duo. Carlo Schreiber had groot gelijk om hen te programmeren.

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: