Vestard Shimkus, een pianist-componist met inzicht

In het kader van Brussels Chopin Days speelde de Letse pianist Verstard Shimkus op 15 september 2017 in het Koninklijke Muziekconservatorium van Brussel. Deze pianodagen worden nu al voor het vijfde jaar op rij georganiseerd en vormen zodoende een vaste waarde in het Belgische muzieklandschap. De organisatoren gaan er prat op dat er in dezelfde editie geen enkel werk herhaald wordt.

De jonge Shimkus, geboren in 1984, bracht voor de pauze alle vier ballades van Chopin: een huzarenstuk want ze behoren tot het moeilijkste wat Chopin geschreven heeft. Maar eerst veegde hij de piano en zijn handen schoon met zijn zakdoek. Was dit misschien een vingerwijzing naar de vrij stoffige en vervallen toestand van het Brusselse Conservatorium? Wellicht niet. Veeleer zal dit een soort ritueel geweest zijn dat hij trouwens na elk stuk herhaalde om wat op adem te komen en zich beter te kunnen concentreren.

Vanaf de korte introductie in 4/4 van de eerste ballade dwong Shimkus gezag af. Daarna volgde het gedeelte in een wiegende 6/4 maat en daar begon hij ingetogen, bijna onderkoeld te interpreteren. Maar verder in het stuk, zeker bij de coda presto con fuoco in 2/2 maat, kreeg het publiek meer passie te horen. Het was duidelijk dat Shimkus hier over nagedacht had. Hij is immers zelf componist en een begenadigd improvisator.  Ook in de overige ballades kon men bij hem een duidelijke structuur horen die hij naar voren bracht met een doordachte uitvoering die steeds naar een hoogtepunt leidde op het einde van elke ballade.

Zo werd het beginthema van de tweede ballade eenvoudig uitgevoerd maar bij de reprise bracht hij hetzelfde thema dan weer met meer interpretatie. Ook in de derde ballade hoorde men eerst een lichtvoetig begin en daarna meer hartstocht. De vierde ballade kon mij nog het meeste overtuigen: hier hoorde ik vanaf het begin een natuurlijk rubato, die ik in de andere ballades wat gemist had en daardoor kreeg de uitvoering van deze ballade nog meer samenhang. Waarschijnlijk was Shimkus nu volledig ontspannen. Het viel op dat hij een korte schouderoefening uitvoerde tussen twee stukken. Schouderproblemen zijn immers een bekend probleem bij veel muzikanten, vooral bij pianisten, en ik kan hem niet anders dan gelijk geven om dit te voorkomen, al is dit wel wat vreemd om zien tijdens het concert zelf.

Na de pauze weerklonken drie van de 21 nocturnes, nrs. 1 tot 3. Met hetzelfde vanzelfsprekend rubato als tijdens de vierde ballade overtuigde hij me sterk. Bij de nocturnes kon ik geen enkel vals sentiment of aanstellerij ontwaren. Shimkus vertolkte ze zeer stemmig, zonder agressie, met een melodie die goed uitkwam en fijne versieringen.

De bekende postume Fantasie-Impromptu op. 66 speelde hij zeer virtuoos met een mooi gezongen melodie in het middengedeelte. Eindigen deed hij met het Scherzo nr. 2 op. 31 waar de pianist het hele palette gebruikte van humor, passie, delicatesse en virtuositeit.

Kortom, Shimkus getuigde van een groot inzicht in de partituur. Hij treedt hiermee in de voetsporen van beroemde  pianist-componisten als Rachmaninov, Liszt en natuurlijk Chopin. Hierbij kan ik enkel maar een pleidooi voeren om de tussenschotten tussen uitvoerder en componist tijdens de opleiding zo vlug mogelijk te slopen. Ook in een vervallen conservatorium dat u trouwens kunt helpen als u surft naar de website Conservamus.


  • WAT: Brussels Chopin Days, openingsrecital
  • WIE: Vestard Shimkus
  • WAAR & WANNEER: vrijdag 16 september 2017, Concertzaal Kon. Conservatorium Brussel
  • FOTO: mt

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: