Vespro della Beata Vergine – Claudio Monteverdi

Philippe Herreweghe

Philippe Herreweghe behoort met Collegium Vocale Gent ontegensprekelijk tot de absolute wereldtop van de klassieke muziek. Kunde, gevoeligheid en finesse versmelten telkens tot een unieke belevenis. Zo ook weer in dit spiritueel getinte werk. Sacrale muziek wordt duidelijk nog gewaardeerd. De Blauwe Zaal van deSingel was voor 95% bezet. Onze geseculariseerde wereld heeft duidelijk nood aan rituelen. Ergens missen we in dit drukke, heftige leven dergelijke ankerpunten. Ik heb zelden een dermate gefocust publiek meegemaakt. Er was geen kuchje te horen. ‘Vespro delle Beata Vergine’ voelde aan als een gezamenlijk meditatief moment.

Overgangsmoment

Monteverdi’s werk markeert de overgang van renaissance naar barok. Naast de acht madrigaalboeken en enkele opera’s schreef hij ook kerkmuziek. ‘Vespro della Beata Vergine’ ofwel Marievespers zijn ontstaan tussen 1607 en 1610. Ze behoren tot de kroonjuwelen van de barok. Hij weet op een eigenzinnige manier een briljante synthese te maken tussen renaissancepolyfonie en de expressieve melodische lijnen van de ontluikende barok. Monteverdi vatte het werk vooral op als een portfolio om aan de buitenwereld te tonen wat hij als componist in zijn mars had. Na twintig jaar dienst in Mantua was zijn loopbaan daar in een impasse terechtgekomen. Hij wilde zijn vleugels uitslaan. Enig opportunisme was hem niet vreemd. Gepubliceerd in Venetië, droeg hij het werk op aan paus Paulus V,  een ambitieus werk in omvang en verscheidenheid aan stijl en bezetting. Het ambt van kapelmeester van de San-Marco basiliek, destijds het meest prestigieuze ambt binnen de Italiaanse kerkmuziek, was vacant verklaard. Zijn preuve van kunnen, deze briljante synthese van oud en nieuw, was echter een maat voor niets. De plaats die hij ambieerde ging naar iemand anders. Vandaag de dag worden we nog altijd bekoord door de ingenieuze toonzetting. Destijds zorgde het waarschijnlijk voor een collectieve, bijna religieuze extase.

© Bas Bogaerts
© Wouter Maeckelberghe

Philip Herreweghe

Herreweghe is niet de dirigent van het grote gebaar. Op een serene manier leidt hij koor, musici en solisten doorheen de ingenieus opgebouwde partituur. Het koor en de solistische partijen zijn duidelijk twee verschillende sonore entiteiten. De vocale solopartijen geven blijk van grote virtuositeit, die worden afgewisseld met momenten vol reliëf die aan de instrumenten worden toevertrouwd. Met vaardigheid en inzicht roept Herreweghe de sensuele schoonheid van religieuze vurigheid op. Bij solopartijen zet de maestro zelfs een stapje opzij. Beschikt elke uitvoerder over een stoel, hij gaat bescheiden op een trapje zitten. De intensiteit van de energie van de muziek is adembenemend, zorgt voor een magnetisch veld tussen de uitvoerders en het publiek. Wat een vocale pracht. Zelden zo iets moois gehoord. Rijk, gediversifieerd, toch niet overdadig. Alles is perfect gedoseerd en in balans. Stemmen die rond elkaar wervelen en krinkelen, of als echo van (dat effect wordt nog versterkt doordat een van de zangers in de coulissen plaats neemt). In het ‘Magnificat’ wordt tot besluit en als orgelpunt het volledig ensemble van stemmen en instrumenten in de kijker geplaatst. Een indrukwekkende apotheose die je even naar adem doet happen.

Onder de bezielende leiding van Philippe Herreweghe raakt dit geestelijke meesterwerk ook buiten de muren van een kerk of kapel door de vocale grandeur.

De vocale solisten en het instrumentaal ensemble leveren een topprestatie. Dit werd beloond met een minutenlange staande ovatie.

WIE: Koor & Orkest Collegium Vocale Gent o.l.v. Philippe Herreweghe

WAT: Vespro della Beata Vergine (SV 206 & 206 bis, 1610) – Claudio Monteverdi (1567-1643)

WAAR: De Singel

WANNEER: donderdag 22 september 2022

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: