Vermoorde onschuld in Britten’s The Turn of the Screw

Met de surrealistische opera The Turn of the Screw (1954) van componist Benjamin Britten brengt De Munt een psychologisch spannende productie op kameroperaformaat. Zowel het verhaal als de enscenering ontwikkelen zich onder leiding van de Britse dirigent Ben Glassberg en regisseuse Andrea Breth in een cinematografisch format. Het verhaal van een Engels landhuis – en diens jonge, getormenteerde, onschuldige bewoners – verbergt een mysterie waarin niets is wat het lijkt.

In 1898 stond de wereld aan het begin van een nieuw muzikaal tijdperk waarin componisten als Arnold Schoenberg met een prikkelende, nieuwe tonaliteit de muzikale tradities op hun grondvesten zouden doen daveren. De maatschappij creëerde nieuwe perspectieven op het vlak van creativiteit en realisme. Deze nieuwe realiteit was ook de bron waaruit de psychologische horrorroman van Henry James, The Turn of the Screw, zijn mosterd haalde. Het verhaal over de psychologisch getormenteerde kinderen en hun gouvernante was een reflectie over de nieuwe angsten van de maatschappij, waarin de mentale realiteit plaats maakte voor een surrealistische analyse van wat er verder lag dan wat men zag. In 1954 zou de Britse componist Benjamin Britten uiteindelijk aan de slag gaan om dit complexe verhaal te vertalen.

Twaalf tonen

Meer had Britten niet nodig om de illustere, ongeziene diaboliek van Bly House muzikaal te verwoorden. Het Screw-theme bestaat uit drie chromatische tetrachorden (drie intervallen, oftewel toonreeksen). Dit alles creëert een onheilspellende klank die door het verhaal zweeft als een leidmotiv. Hiermee ontstaat een onheilsbode in klankvorm, een dreiging die de realiteit van het moment overstijgt – de ongeziene angst voor het geheim van Bly House. Het verhaal dat draait om een onderliggende dreiging vanuit het graf – de overleden bedienden Peter Quint en Miss Jessel – en dat is de rode draad die de realiteit met het bovennatuurlijke verbindt. Het verleden zweeft rond in de vorm van Britten’s persoonlijke klankwereld.

Cinematografische angst

De gebruikte beeldtaal van De Munt is een communicatieve krachttoer. Centraal staat een ruimte die door fragmentatie multidimensionaal oogt, met geheime nissen en hoekjes, en een podium dat in harde spotlights is opgedeeld – het wordt een verhaal in een verhaal. Cinematografische taal spreekt bij een gelaagde opera als The Turn of the Screw. De enscenering is alvast een schot in de (beeldende) roos.

De stemmen zijn al even beeldend als de fysieke ruimt. Sopraan Sally Matthews (Governess) komt krachtig door en de kwaliteit van haar hysterie en angsten is hoorbaar. Mezzosopraan Carole Wilson (Mrs. Grose) verraste met een flinke portie realisme in haar timbre dat de geloofwaardigheid naar een hoger niveau tilde. Zij veroorloofde zich om haar capaciteiten van het vocaal bereik uit te dagen, waarmee zij kwalitatieve rauwheid afwisselde met de gebruikelijke fijne operastijl. In dit soort opera’s (en de bijbehorende producties) is het verfrissend om los te komen van de gebruikelijke vloeiende lijn. Schoonheid is zeker hoorbaar, maar ook diepgang in alle mogelijke vocale emoties. Dit afgewisseld met het onheilspellende, maar toch kinderlijk rijmende zangspel van de twee jonge rollen – Flora (sopraan Katharina Bierweiler) en Miles (jongenssopraan Henri De Beaufort) – zorgt voor een disconnectie met de realiteit die rechtstreeks een lijn trekt met de psychologische horror van het verhaal: twee jonge kinderen die getormenteerd worden door de verschrikkelijke geesten van het verleden. Deze twee fantomen, Miss Jesel (Sopraan Giselle Allen) en Peter Quint (tenor Julian Hubbard), zijn een onfortuinlijke vloek van deze twee jonge geesten. Deze opera is niet bedoeld om prachtig te zingen à la Bel Canto, maar om in de geest van de klassieke zangcultuur angst en emotie in uit schreeuwen.

Met de gekozen zangers is hiermee alvast een belangrijke schakel naar het verhaal tot stand gekomen die van deze productie een eindproduct van fysieke en emotionele draagkracht maakt. Alles klikt, alles klinkt, en hiermee creëert The Turn of the Screw van De Munt een spannend scenario dat zich ontwikkelt als een thriller à la Hitchcock en andere cinematografische meesters. Het is een mes dat aan twee kanten snijdt – zowel visueel als muzikaal.


  • WAT: Benjamin Britten’s The Turn of the Screw (1954)
  • WIE: De Munt/La Monnaie
  • WANNEER: Vanaf 29 april t.e.m. 6 mei 2021 via livestream
  • PRODUCTIE: De Munt/La Monnaie, gezien 29 april 2021
  • UITZENDINGEN: Klara op 22 mei 2021, Musiq3 op 22 mei 2021
  • FOTO’S: © Bernd Uhlig

 

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: