Zoeken
Sluit dit zoekvak.

Onze website is vernieuwd, geef zelf je evenementen in. Heb je een fout gezien. Mail ons!

muziek in de kapel partner van Klassiek Centraal

Ode aan Verdi én Speranza Scappucci

Opéra Royal de Wallonie Liège zette een schitterend slotpunt achter een mooi operaseizoen met Simon Boccanegra, van Giuseppe Verdi. Regisseur Laurence Dale levert een boeiende en vooral heldere versie van het complexe verhaal in monumentale decors van Gary Mc Cann. Speranza Scappucci ontpopt zich als de fervente bezielster van Verdi’s meesterwerk. 

Zoals wel meer het geval is in het oeuvre van Verdi, zijn politieke en persoonlijke verwikkelingen met elkaar verstrengeld en vormen ze een complex geheel. Verdi componeert de opera na zijn Parijse opera Les Vêpres Siciliennes. De opera kent een matig succes bij de première in het Teatro La Fenice in Venetië in 1857. Verdi houdt nochtans van zijn opera en in 1880, 23 jaar later dus, herwerkt hij hem samen met librettist Arrigo Boito, in wie hij daarvoor de geschikte man ziet. Uit de correspondentie tijdens die samenwerking komt het bekende citaat van Verdi: “ik ga ermee akkoord dat de tafel een beetje wankelt, maar met verbeteringen aan een tweetal poten zal ze wel blijven staan.” Hij heeft op dat moment al plannen voor een Otello-opera op Shakespeare en hij wil Boito als het ware uittesten als librettist voor dat volgende grote project. De herwerkte versie van Simon Boccanegra in de Scala van Milaan in 1881 is een enorm succes. Voortgaande op vorig citaat reageert Verdi: “de gebroken benen van de oude Boccanegra lijken voor mij op de juiste manier gespalkt.”

© J. Berger
© J. Berger
© J. Berger
© J. Berger
© J. Berger
© J. Berger
Vorige Volgende

Verhaal met dubbele laag

Simone Boccanegra, de zeekapitein die de Ligurische en de Adriatische kust gezuiverd heeft van Afrikaanse zeerovers wordt door het Genuese volk naar voor geschoven voor het ambt van Doge. In die functie beschouwt Boccanegra het als zijn taak de adel (de patriciërs dus) en het volk van Genova – de plebejers – met elkaar te verzoenen. Maar hij moet afrekenen met verzet van de patriciërs, vertegenwoordigd door de edelman Jacopo Fiesco. En daar komt dan de persoonlijke lijn in het verhaal, want – uit de proloog hebben we vernomen dat Boccanegra ooit de dochter van Fiesco, Maria heeft verleid en een dochter heeft van haar. Het kind is spoorloos geraakt. Later in de opera blijkt dat ze als Amelia opgevoed is bij de adellijke familie Grimaldi. Simone ontdekt dat Amelia zijn verloren gewaande dochter is. Na een verhaal van verraad en valse beschuldigingen onthult Simone pas op het einde van het tweede bedrijf dat hij haar vader is. Na een opstand wordt Paolo veroordeeld als verrader maar hij heeft ondertussen de doge gif toegediend. Pas op het einde stelt Boccanegra zijn dochter aan haar grootvader Fiesco voor en hij geeft voor hij sterft zijn zegen voor het huwelijk van Amelia met Gabriele Adorno. Gabriele wordt de nieuwe doge.

Een tegelijk hedendaagse en klassieke regie

Het is geen sinecure om het ingewikkelde verhaal van Simon Boccanegra duidelijk in beeld te brengen. Regisseur Laurence Dale is daar wonderwel in geslaagd. Mooi is alvast dat het openingsdoek een suggestief zeezicht toont, een doek dat trouwens ook de achtergrond vormt bij latere scènes in de opera. De zee is immers een aspect verbonden met de historische dogenstad Genova, de locatie van het verhaal. De personenregie is perfect uitgewerkt met zowel scherpe confrontaties als subtiele aanwijzingen. Zo is er bij voorbeeld in de proloog de verfijnde weergave van het overlijden van Maria, Simons geheime geliefde, dochter van Fiesco en moeder van Amelia. De scène is duister en baadt in rouw. In de grote scène van de Raad van State is door de juiste opstelling van de personages hoogspanning opgebouwd. Een eerste hoogtepunt is de plotse tussenkomst van Amelia ter verdediging van Simon (op een moment dat nog niet geweten is dat ze zijn dochter is) en als tweede hoogtepunt de vloek die Simon over Paolo uitspreekt. (In een blik op Verdi’s repertoire herinnert die aan de felle en al even onheilspellende vloek van Marullo in Rigoletto). Al even overtuigend is de tweede tussenkomst van Amelia om haar vader te redden in het tweede bedrijf. De slotscène biedt in alle tragiek een troostend beeld. De politieke oplossing bestaat in de benoeming van Gabriele tot nieuwe doge en het huwelijk van het jonge koppel Gabriele en Amelia. En privé beleeft Simon als het ware een vredig einde, verenigd in liefde met de overleden Maria. Een ontroerend beeld als slot van een meeslepende enscenering. Een regelrechte ode aan Verdi. 

© J. Berger

Gestileerd decor

Tot deze geslaagde regie draagt uiteraard ook het mooie gestileerde decor bij. Het dogenpaleis in art-deco-stijl is wendbaar en biedt de kans op eenvoudige manier de diverse locaties te suggereren. De grote lampen zijn prachtig en de beelden in het tweede bedrijf beklemtonen het aspect van privé-relatie en liefde. De ruimte omheen de pijlers van het gebouw biedt de kans de buitenscènes van opstand te laten binnendringen, zonder extra scènewisseling. De troon van de doge in het derde bedrijf is met de trappen niet alleen een uiting van macht en grootsheid maar ook een symbool van afstand en risico. Binnen het sierlijke decorbeeld passen al evenzeer de stijlvolle kostuums, in hun elegantie en verwijzing naar de vervlogen periode al even modern.

Aangrijpend muzikaal drama

Tegen de boven beschreven achtergrond van het sombere decor zette de bas Riccardo Zanellato een eerste vocaal hoogtepunt van deze rijke partituur neer met de droevige klaagzang “Il lacerato spirito” (de gekwelde geest). Met zijn warme bas en gedoseerde autoriteit zette Zanellato een perfecte Jacopo Fiesco neer. Lhionel Lhote bewees eens te meer zijn flexibel acteertalent en stembeheersing als de slechterik uit het stuk, Paolo. Marc Laho ontgoochelde licht als Gabriele Adorno. Zijn stem bleef vlak en klonk zelfs in de mooie passage waarin hij Amelia verdenkt van liefde voor Simon (“O inferno!….Cielo pietoso, rendila”) monotoon en de vereiste vocale schakeringen die Verdi voor hem componeert, kwamen er niet steeds uit. Ook als acteur kon hij niet echt in de vurige geliefde doen geloven. Jammer, te meer dat we zijn stem al mooier meegemaakt hebben in Luik. Federica Lombardi gaf een elegante en zelfverzekerde gestalte aan haar personage van Amelia. Bij haar openingsaria “Come in quest’ora bruna”– die heerlijke opening na de mijmerende prelude van het eerste bedrijf, een hulde aan de dageraad aan zee – klonk ze aanvankelijk wat scherp maar ze beheerste haar partij met emotionele inleving en vocale kleuren (het duet met de doge). George Petean, die ook door zijn uitgebreide repertoire zowat kan doorgaan voor een ideale Verdi-bariton, vertolkte Simon Boccanegra in alle vereiste aspecten, de doortastende heerser maar ook de gevoelige vader en vriend.

Tot het muzikale feest droeg in deze Simon Boccanegra in hoge mate het orkest bij, onder leiding van de geliefde afscheidnemende dirigente Speranza Scappucci. Zò gemotiveerd, harmonisch en meeslepend hebben we het orkest nog zelden horen spelen. Scappucci stimuleert haar muzikanten tot hun uiterste kunnen en ze beantwoorden duidelijk met plezier aan haar prikkel. De treurig-zinderende strijkers in de proloog, de mooie hobo’s bij de prelude van het eerste bedrijf en in de inleiding van Amelia’s verhalende bekentenis als weeskind, het lyrische duet tussen vader en dochter, maar even goed het opgezweepte van de heftige scènes met onder andere de overdonderende vervloeking van Simon op het einde van het eerste bedrijf. De geheimzinnige trombones en pauken als Simon de vergiftigde beker drinkt, de troosteloze hoornmelodie, het motief in de trombones en fagotten in zijn sterfscène. Het zijn stuk voor stuk orkestrale hoogtepunten die Scappucci schitterend uit Verdi’s partituur puurt. Dat het orkest er zo subliem op inspeelt is enkel te interpreteren als hommage aan een gewaardeerd en gerespecteerd dirigente, van wie ze als chef-dirigent afscheid nemen! Een ode aan Scappucci, die dan ook uitbundig applaus kreeg.

© J. Berger © J. Berger © J. Berger © J. Berger © J. Berger © J. Berger

© Klassiek Centraal – build & hosted door Kyzoe.be

Join Us

Subscribe Our Newsletter

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.Consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo. ex ullamcorper bibendum. Vestibulum in mattis nisl.